Monocyt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
SEM-opname van een monocyt
Monocyt
Promonocyt

Een monocyt is een ronde of ovale witte bloedcel (leukocyt) en is een deel van het immuunsysteem van het menselijk lichaam. Het beschermt tegen in het bloed voorkomende ziekteverwekkers en verplaatst zich snel naar geïnfecteerde weefsels. Het is één van de vijf belangrijkste witte bloedcellen. Een monocyt is 12 tot 20 μm in diameter en groter dan een rode bloedcel. Ze worden aangemaakt in het beenmerg en zijn afkomstig van haematopoietische stamcellen.[bron?] Allereerst wordt een monoblast gevormd, die zich verder ontwikkelt tot een promonocyt, waaruit vervolgens de monocyt ontstaat. De helft van de ongedifferentiëerde monocyten worden opgeslagen in de milt [1] [2]en de andere helft blijft twee tot drie dagen in het bloed zitten om vervolgens in een weefsel te gaan zitten waar de ongediferentiëerde monocyten zich afhankelijk van het weefsel differentiëren in verschillende macrofagen.

De celkern is onregelmatig van vorm. Soms vertoont de kern één en soms twee indeukingen. De kern kan hoefijzervormig zijn of uit door kernmateriaal verbonden segmenten bestaan. De onregelmatigheid kan nog worden vergroot doordat de kern meestal opgevouwen is. De kernstructuur is fijn, met hier en daar licht gekleurde plekken en donkere punten.

Het cytoplasma is blauwgrijs met plekjes en lijkt bedekt te zijn met kleine, nauwelijks zichtbare korreltjes. Monocyten kunnen in de weefsels door fagocytose (vertering) allerlei lichaamsvreemde stoffen opnemen. Zij gaan daarbij vaak over in een celtype dat men macrofagen noemt. Ze kunnen ook geïnfecteerde cellen doden met behulp van antilichamen die de ziekteverwekker insluit of door zich te hechten via pathogeen-receptor herkenning aan de ziekteverwekker.

Monocyten zijn ook betrokken bij atheromatose.

Een verhoogde hoeveelheid monocyten in het bloed duidt op een ontsteking en wordt monocytose genoemd.

Overzicht hematopoëtische stamcel rode beenmerg[bewerken]

Hematopoëse
Leukopoëse Erytropoëse Trombopoëse

Myeloblast

Monoblast

Lymfoblast
Pro-erytroblast
Megakaryoblast
Erytroblast
Normoblast
Promyelocyt Monocyt Lymfocyt Reticulocyt Megakaryocyt
Neutrofiele
granulocyt
Basofiele
granulocyt
Eosinofiele
granulocyt
Macrofaag B-cel T-cel NK-cel Mastocyt Erytrocyt Trombocyt


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Swirski FK, Nahrendorf M, Etzrodt M, Wildgruber M, Cortez-Retamozo V, Panizzi P, Figueiredo J-L, Kohler RH, Chudnovskiy A, Waterman P, Aikawa E, Mempel TR, Libby P, Weissleder R, Pittet MJ. (2009). Identification of Splenic Reservoir Monocytes and Their Deployment to Inflammatory Sites. Science, 325: 612-616. DOI:10.1126/science.1175202
  2. (en) Bron van monocyten