Fagocyt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Elektronenmicroscopieopname van fagocytose tussen een fagocyt (geel) en miltvuurbacteriën (oranje)

Een fagocyt is een type witte bloedcel, dat vreemde cellen of fragmenten ervan opruimt door middel van fagocytose (omsluiting). Fagocyten ruimen schadelijke vreemde deeltjes, bacteriën en dode of stervende cellen op. De naam fagocyt komt van het Griekse phagein, wat verslinden of om te eten betekent. Het achtervoegsel -cyte betekent cel in de biologie. Fagocyten zijn belangrijk in het dierenrijk en zijn sterk ontwikkeld binnen gewervelde dieren. Een liter menselijk bloed bevat ongeveer zes miljard witte bloedcellen.

Er zijn twee typen fagocyten: macrofagen en microfagen. Sommige amoeben gedragen zich als macrofage fagocyten, wat suggereert dat fagocyten vroeg in de evolutie van het leven verschenen.

Fagocyten bij mensen en dieren worden professioneel of niet-professioneel genoemd, het ligt eraan hoe effectief ze reageren of aan fagocytose doen. De professionele fagocyten omvatten cellen als neutrofielen, monocyten, macrofagen, dendritische cellen en mestcellen. Het belangrijkste verschil tussen professionele en niet-professionele fagocyten is dat de professionele ook wel receptoren op hun oppervlak hebben. Die detecteren schadelijke objecten, zoals bacteriën, die normaal niet aangetroffen worden in het lichaam. Fagocyten zijn cruciaal in de strijd tegen infecties, terwijl ze ook zorgen voor het behoud van gezonde weefsels door het verwijderen van dode en stervende cellen.

Bij infectie trekken chemische signalen de fagocyten naar plaatsen waar het vreemde organisme in het lichaam is binnengedrongen. Deze chemicaliën kunnen afkomstig zijn van bacteriën of van fagocyten die al aanwezig waren. Wanneer fagocyten in contact komen met bacteriën, zullen ze zich aan de oppervlakte hechten. De binding zal leiden tot het overspoelen van de bacteriën. Sommige fagocyten doden ingenomen pathogeen oxidanten en stikstofoxide. Na fagocytose kunnen macrofagen en dendritische cellen deelnemen in antigenpresentatie. Dat is een proces waarin de fagocyt delen van het ingenomen materiaal terug naar het oppervlak beweegt. Dit materiaal wordt vervolgens weergegeven voor andere cellen van het immuunsysteem. Sommige fagocyten reizen dan naar de lymfeklieren en geven het materiaal door aan witte bloedcellen die lymfocyten worden genoemd. Dit proces is van belang bij de opbouw van immuniteit. Veel ziekteverwekkers zijn echter geëvolueerd om aanvallen van fagocyten te ontwijken.

Neutrofielen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Neutrofiele granulocyt voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Neutrofiele granulocyten worden normaal gevonden in de bloedbaan en zijn de meest voorkomende vorm van fagocyten, die samen 50 tot 60% van de totale circulerende witte bloedcellen vormen. Een liter het menselijk bloed bevat ongeveer 5 miljard neutrofielen. Ze hebben een diameter van 10 micrometer en leven ongeveer vijf dagen. Wanneer ze de juiste signalen hebben ontvangen, duurt het ongeveer dertig minuten om het bloed te verlaten en de plaats van infectie te bereiken. Neutrofielen gaan daarna niet meer terug naar het bloed, maar veranderen in pus.

Monocyten[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Monocyt voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Monocyten ontwikkelen in het beenmerg en bereiken volwassenheid in het bloed. Rijpe monocyten hebben grote, gladde, gelobde kernen en hebben overvloedig cytoplasma dat granulaat bevat. Monocyten vormen twee groepen: een circulerende groep en een marginale groep die nog in andere weefsels verblijft. De meeste monocyten verlaten de bloedstroom na 20 tot 40 uur reizen naar weefsels en organen. Er zijn ongeveer 500 miljoen monocyten in een liter menselijk bloed.

Macrofagen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Macrofaag voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Oudere macrofagen hoeven niet ver te reizen, maar houden de wacht over de gebieden van het lichaam die aan de buitenwereld zijn blootgesteld. Ze gedragen zich als opruimers, antigeen presenterende cellen of hevige killers naargelang van de signalen die ze ontvangen. Ze zijn afgeleid van monocyten, granulocyten stamcellen of de celdeling van bestaande macrofagen. Menselijke macrofagen hebben een diameter van ongeveer 21 micrometer.

Macrofagen vind je in het hele lichaam in bijna alle weefsels en organen waar ze liggen te wachten. De locatie van de macrofaag bepaalt de grootte en het uiterlijk ervan. Macrofagen vind je alleen in de weefsels, zelden in de bloedsomloop. De levensduur van weefselmacrofagen varieert van vier tot vijftien dagen.

Dendritische cellen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Dendritische cel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Dendritische cellen zijn gespecialiseerd antigen-presenterende cellen die lange uitgroeisels hebben, dendrieten. Zij dragen bij aan het overspoelen van indringers. Dendritische cellen zijn aanwezig in weefsels die in contact komen met de externe omgeving, zoals de huid, binnenkant neus, longen, maag en darmen. Wanneer ze geactiveerd en volwassen zijn, migreren ze naar de lymfoïde weefsels waar ze omgaan met T-cellen en B-cellen.

Mestcellen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Mestcel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Mestcellen kunnen gram-negatieve bacteriën consumeren en doden, en verwerken hun antigenen. Ze zijn gespecialiseerd in de verwerking van de fimbria eiwitten op het oppervlak van de bacteriën, die betrokken zijn bij adhesie aan weefsels. Naast deze functies, produceren mestcellen cytokines, wat ontstekingsreacties veroorzaakt. Dit is een essentieel onderdeel van de vernietiging van micro-organismen.