Virus (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
RomanW-01.png

Een virus is een hoeveelheid erfelijk materiaal (dit kan zowel RNA of DNA zijn), gewoonlijk ingesloten in een omhulsel van eiwit. Soms is er ook nog eens een enveloppe, een membraan (een dubbele fosfolipidenlaag) en glycoproteïnen. Dit laatste komt enkel voor bij de dierlijke virussen. Virussen zijn al lange tijd onderdeel van het gesprek of zij als organisme kunnen worden gezien, of niet. Ook voor de voortplanting heeft het virus de hulp nodig van een gastheerorganisme. Een virus koppelt zich aan een cel, en injecteert daarin het eigen erfelijk materiaal of versmelt met de cel. Dit laatste noemt men endocytose. Het heeft als voordeel dat de weinige virale enzymen ook in de cel binnengebracht worden. Het gebeurt vooral bij de dierlijke virussen met een enveloppe, de membranen versmelten vrij gemakkelijk. Elk virus kent een specifieke celsoort waarmee de interactie wordt aangegaan; er is een nauwe range van gastheren. De eiwitmantel van het virus zorgt er voor dat het virus aan een geschikte gastheercel hecht. Binnen in de gastheercel geeft het erfelijk materiaal van het virus de opdracht om nieuwe virussen te maken. Een virus kan zich alleen vermenigvuldigen als het zich in een levende (gastheer)cel bevindt en leidt in veel gevallen tot de dood van de gastheercel (lysis ofwel het uiteenvallen van de cel dan wel celdood apoptose of necrose) of zelfs de dood van het meercellig organisme waar de cel deel van uitmaakt, al kan een virus ook nuttige genen inbrengen in een pro- of eukaryoot.

Er zijn naast virussen ook subvirale deeltjes; viroïden en prionen. Deze deeltjes zijn nog extremer dan virussen bij het gesprek over of dit deeltje wel of niet tot de organismen behoort. Viroïden bestaan slechts uit RNA, zonder enig membraan dat virussen wel kennen. Prionen bestaan alleen uit eiwit.

Humane virussen zijn bijna zonder uitzondering gemuteerd uit dierlijke virussen, die allemaal gastheerspecifiek zijn voorafgaand aan de mutatie. Ook bestaan er satellietvirussen, die door de geringe genoomgrootte voor de vermenigvuldiging volledig afhankelijk zijn van andere virussen. Typische diameter van een virus ligt tussen de 20 en 300 nanometer. Recentelijk zijn in Amoeben reuzenvirussen ontdekt met afmetingen tot 750 nm. Antibiotica zijn niet effectief tegen virale infecties. De enige goede reden waarom soms (in Nederland in nog mindere mate dan in België) antibiotica worden voorgeschreven als iemand een virale infectie heeft, is om te voorkomen dat een opportunistische bacterie-infectie als complicatie optreedt. Het vakgebied dat zich bezighoudt met virussen is de virologie.

Inhoud

[bewerken] Onderdelen van een virus

Schematische weergave van een bacteriofaag.

Een virus bestaat uit de volgende onderdelen (van buiten naar binnen):

  • Een enveloppe: (alleen bij dierlijke virussen voorkomend) dit is een membraan rond het nucleocapside.
  • Een eiwitmantel: (ook wel capside genoemd) dit is de buitenwand van het virus en beschermt het virus tegen vernietiging door antilichamen, alsook zorgt het voor het binnendringen van de cel. Het is opgebouwd uit capsomeren.
  • Het nucleïnezuur: het erfelijk materiaal van het virus, bestaande uit DNA of RNA.

Deze laatste twee vormen samen het nucleocapside.

[bewerken] Indeling van virussen naar hun DNA/RNA

Klasse Omschrijving
I Dubbelstrengs DNA, cytoplasmatisch gerepliceerd.
II Enkelstrengs DNA, waarvan na infectie de complementaire streng gesynthetiseerd wordt. Er is maar 1 familie binnen deze klasse: de parvoviridae.
III Dubbelstrengs RNA.
IV Enkelstrengs positief (sense) RNA, direct infectieus.
V Enkelstrengs negatief RNA, niet direct infectieus.
VI Retrovirussen, die vanuit een enkelstrengig positief-strengs RNA na infectie door middel van reverse transcriptase dubbelstrengig DNA kunnen vormen.
VII Enkelstrengs DNA met een RNA tussenvorm (Hepadnavirus).

[bewerken] Indeling van virussen naar gastheren

  • Bacteriële virussen of bacteriofagen: meestal dubbelstrengig DNA, maar er is enorm veel variatie. Er komen twee contrasterende levenscycli voor: de virulente levenscyclus en de temperate of gematigde levenscyclus. Dit is ook de grootste groep van virussen.
  • Plantenvirussen
  • Dierlijke virussen: hebben meestal een enveloppe van fosfolipiden en glycoproteïnen. De meest complexe virussen zitten in deze groep, zoals het Human Immunodeficiency Virus

[bewerken] Lijst van virus'families'

1rightarrow.png Zie ook Lijst van virussen

[bewerken] "Varianten" op virussen

[bewerken] Externe link

[bewerken] Bronnen

  • Brock, Biology of Microorganisms (Pearson Education), twaalfde druk

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen