Kolonie (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een kolonie is in de biologie een groep van planten of dieren die tot dezelfde soort behoort en die bij elkaar wonen. In de microbiologie is een kolonie de populatie van cellen die is ontstaan doordat een enkele voorouder zich vermenigvuldigd (gedeeld) heeft. Het gaat bij voorbeeld om een bacterie, die op een bepaald punt op een agar-voedingsbodem ligt.

Kolonies bij planten[bewerken]

Bij planten wordt onder coenobium (mv: coenobia) een kolonie verstaan met een min of meer vast aantal cellen met weinig of geen specialisatie. Bij sommige soorten zijn de coenobia beweeglijk. Een voorbeeld is de alg Volvox. Een voorbeeld van een niet-beweeglijk coenobia zijn de algen Scenedesmus en Pediastrum.

Kolonies bij dieren[bewerken]

Bij dieren onderscheiden we twee soorten koloniën:

kolonie-met-koningin[bewerken]

(eu)sociale insecten[bewerken]

De (eu)sociale insecten vormen per definitie een kolonie-met-koningin. Er is een hiërarchie met een vergaande taakverdeling, ook met betrekking tot de voortplanting. De koningin legt de eieren die een volgende generatie gaan vormen. (Bij mieren kunnen meer koninginnen in één nest diezelfde functie vervullen.) Buiten het verband van de kolonie kunnen individuen op lange termijn niet overleven.

twee eusociale zoogdieren[bewerken]

In Afrika zijn twee soorten molratten die eveneens een kolonie-met-koningin vormen en eusociaal gedrag vertonen.

Kolonie-zonder-koningin[bewerken]

Er is een grote verscheidenheid mogelijk in zo'n kolonie-zonder-koningin.

Het Portugees oorlogsschip is een staatkwal die geen echte kwal is, maar een complexe kolonie van vier typen van poliepen: de pneumatofoor (met lucht gevulde poliepen), de tentakel- en verteringspoliepen, de spijsverteringspoliepen en de voortplantingspoliepen. De kolonie gedraagt zich als een individu.

Er zijn kolonies met veel sociale structuur, zoals bij de gorilla's: één mannetje is de baas.

Andere kolonies hebben weinig sociale structuur, zoals vleermuizen in een vleermuisgrot, aalscholvers die bij elkaar in hetzelfde groepje bomen nestelen, enz.

Ook zijn er solitaire insecten die een kolonie vormen, zoals sommige wantsen en veel bladluizen. De schorzijdebij is een solitaire bij die toch in een kolonie bij elkaar wonen, maar elk in een eigen nestgang.

voordelen[bewerken]

Het bij elkaar wonen is soms gewoon noodzakelijk wegens de beperkte ruimte die beschikbaar is. Bijvoorbeeld pinguïns die samen broeden op een eiland. Vaak zijn er voordelen aan verbonden. De groep is minder kwetsbaar voor aanvallen van roofdieren. Warmte in een gemeenschappelijk slaapverblijf (vleermuizen), enz.

Zie ook[bewerken]