Pinguïns

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pinguïns
Twee keizerspinguïns met hun jong.
Twee keizerspinguïns met hun jong.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Sphenisciformes (Pinguïns)
Sharpe, 1891
Familie
Spheniscidae
Bonaparte, 1831
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

Pinguïns of vetganzen zijn een orde van niet-vliegende zeevogels die alleen voorkomen op het zuidelijk halfrond. De pinguïns behoren tot de orde Sphenisciformes, klasse Aves (vogels). Alle moderne pinguïns behoren tot de familie van de Spheniscidae, maar er zijn uitgestorven soorten die buiten deze kroongroep vallen.

De pinguïns zijn gemakkelijk te onderscheiden van andere vogels en ze zijn volledig aangepast aan extreme koude en het leven in de zee. Ze hebben bijvoorbeeld een warm verenkleed en vleugels in de vorm van vinnen. De naam "pinguïn", die waarschijnlijk komt van het Keltische pen gwyn (witte kop), werd oorspronkelijk gebruikt voor de reuzenalk, de inmiddels uitgestorven tegenhanger (geen nauwe verwant) van de pinguïn op het noordelijk halfrond.

Verwantschap

De 'watervogels' volgens Hackett et al. (2008)

Met het DNA-onderzoek van Hackett et al. (2008) is de positie van deze vogels binnen de Neoaves wat duidelijker geworden. Zij zijn waarschijnlijk verwant aan de zeeduikers en de albatrossen en stormvogels en onderdeel van een veel grotere groep die men wel de 'watervogels' noemt.

Voorkomen

Een veelvoorkomend misverstand is dat pinguïns alleen op Antarctica zouden voorkomen. Ze komen niet voor op de Noordpool, maar wel in Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Op de Galapagoseilanden worden ze zelfs tot aan de evenaar aangetroffen. Waarschijnlijk zijn voorouders daar gekomen via de Humboldtstroom die koud water uit het Zuidpoolgebied aanvoert.

Voedsel

Pinguïns zijn carnivoren, ze vangen hun voedsel onder water. Ze eten hierbij vooral vis, kreeftachtigen en kleine inktvisjes. Wat de soorten onderling vangen is zeer divers. De grootste soort, de keizerspinguïn, eet ijsvissen, krill en inktvissen. De koningspinguïn eet soms inktvissen maar leeft voornamelijk van kleine lantaarnvissen. De drie kleinere soorten (adélie-, ezels- en stormbandpinguïn) leven hoofdzakelijk van krill. Onderzoek uit 2011[1] toont aan dat bepaalde soorten pinguïns zoals de adéliepinguïn en stormbandpinguïn in de afgelopen 30 jaar sterk in aantal zijn afgenomen. Het vermoeden bestaat dat dit vooral te wijten is aan een drastische afname van hun natuurlijk voedsel, het krill. Deze afname van krill in de Zuidpoolzeeën zou volgens zeeonderzoekers op zijn beurt weer een gevolg zijn van de opwarming van de aarde en het herstel van de walvissenstand.

Broeden en nestelen

Jonge zwartvoetpinguïns.

De meeste pinguïnsoorten nestelen in gaten of holen om zich zo in enige mate tegen de zon te beschermen en verbeteren dit met takjes en ander restmateriaal (Spheniscus en Eudyptula) of bouwen een nest van stenen (Pygoscelis) die ze in hun omgeving vinden en ze leggen meestal 2 (maximaal 3) eieren. De beide ouders lossen elkaar af bij het broeden. Terwijl de ene het ei bebroedt, trekt de andere naar zee om zich te voeden. Zodra het jong is uitgekomen, lossen de ouders elkaar op dezelfde manier af om het jong te voeden.

Enkel de grootste soorten maken geen nest maar broeden het enige ei uit op hun poten onder een beschermende huidplooi van de buik. Bij de keizerspinguïn broedt alleen het mannetje het ei uit, tijdens de ijzige zuidelijke winter (juli-augustus) bij temperaturen van -70 °C en kouder terwijl het vrouwtje naar zee teruggaat om te eten.

De waggelende loop van een pinguïn wordt veroorzaakt door het feit dat het dier eigenlijk op zijn hurken loopt. Het heupgewricht bevindt zich laag bij de grond en het kniegewricht een stuk hoger.

Natuurlijke vijanden

Op het land hebben pinguïns als belangrijkste vijand de ingevoerde landroofdieren zoals katten, honden en ratten. Vanuit de lucht zijn de voornaamste vijanden de reuzenstormvogel, jagers, ijshoenders en meeuwen. Deze vijanden uit de lucht vormen vooral een bedreiging voor de kuikens, de eieren, en gewonde pinguïns. In het water wordt de pinguïn vooral belaagd door zeeluipaarden, walvissen (voornamelijk orka's), pelsrobben en haaien. Om de jacht te bemoeilijken gaan de pinguïns vaak in grote aantallen te water. Ook de mens vormt een grote bedreiging door o.a. olievervuiling, overbevissing, jacht omwille van eieren en guano (vogelmest), invoer van andere dieren en zelfs toerisme. Naast de roofdieren en de mens kunnen ook parasieten als vijand van de pinguïn worden beschouwd. Ze voeden zich met het bloed van de pinguïn, vooral bij zieke of zwakke exemplaren kan dit gevaarlijk zijn.

De gemiddelde levensverwachting van een pinguïn schommelt rond de 20 jaar, hoewel ze in gevangenschap aanzienlijk ouder kunnen worden.

Verenkleed

Alle moderne volwassen pinguïns hebben een witte buik en een zwarte rug, al hebben sommige soorten ook andere kleuren in hun verenkleed. De kleuren dienen als schutkleur bij het zwemmen. Het wit is een gevolg van het ontbreken van melanine, het zwart van gespecialiseerde melanosomen, organellen die melanine bevatten. Het fossiel van het uitgestorven geslacht Inkayacu wees uit dat de typische kleuren pas ontstonden na eerdere aanpassingen aan een leven onder water, zoals de stand en vorm van de veren.[2][3]

Taxonomie

De pinguïns worden net als andere dieren ingedeeld in verschillende groepen en subgroepen, zoals geslachten. Er zijn momenteel 18 soorten pinguïns bekend die worden onderverdeeld in zes geslachten.[4]

Een aantal geslachten is relatief onbekend, sommige geslachten zijn wel wat bekender zoals Aptenodytes met daarin de koningspinguïn en de keizerspinguïn.

Soorten en geslachten

Hieronder een overzicht van alle geslachten en soorten pinguïns. De uitgestorven soorten zijn weggelaten.

Galerij

Pinguïns in cultuur

Vanwege hun opvallende kleuren en waggelende loopje zijn pinguïns populaire dieren in de moderne cultuur.

Bronnen

  • Stonehouse, B (2002) Pinguïns. Nederland: Biblion.
  • Peet, G (2003) De kleine Rotterdamse pinguïnencyclopedie. Rotterdam: HSI.

Referenties

  1. http://news.discovery.com/animals/chinstrap-adelie-penguins-krill-110411.html
  2. Clarke, J.A., Ksepka, D.T., Salas-Gismondi, R., Altamirano, A.J., Shawkey, M.D., D’Alba, L., Vinther, J., DeVries, T.J., & Baby, P. (2010). Fossil Evidence for Evolution of the Shape and Color of Penguin Feathers. Science 330 (6006): 954-957 . DOI:10.1126/science.1193604.
  3. How Penguins Got Their Water Wings. Science Now (30 september 2010) Geraadpleegd op 30 september 2010
  4. Gill, F., Wright, M. & Donsker, D. (2010). IOC World Bird Names (version 2.6). (en)