Endocytose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schematische voorstelling van de drie soorten endocytose: fagocytose (links), pinocytose (midden) en receptor-gemedieerde endocytose (rechts)

Endocytose is het proces waarbij de cel stoffen opneemt die door de celmembraan werden ingesloten. De stoffen die de celmembraan door mogen, worden ingesloten doordat de celmembraan verder naar binnen toe instulpt, totdat het uiteindelijk een zelfstandig blaasje (vesikel) vormt, het endosoom. Het vesikel brengt de stof naar de plek in de cel waar het heen moet. Veel stoffen kunnen niet in de cel worden opgenomen doordat ze te groot of polair zijn.

Soorten[bewerken]

Er bestaan drie soorten endocytose:

Fagocytose is het opnemen van stoffen, zoals micro-organismen of dode cellen, in grote blaasjes (zogenaamde fagosomen). De opname van bacteriën door witte bloedcellen is een voorbeeld van fagocytose.

Pinocytose is het opnemen van vloeistoffen via kleine pinocytische blaasjes. Een voorbeeld van pinocytose is de opname van vetdruppels ter hoogte van de dunne darm.

Receptor-gemedieerde endocytose neemt ook stoffen op, maar hiervoor moet eerst een receptor geactiveerd worden. Pas nadat dit is gebeurd worden de stoffen ingesloten door de celmembraan.

Fagocytose is een vorm van eten, maar ook een vorm van afweer tegen indringers, hier zijn speciale fagosomen voor:

Deze cellen zijn geschikt voor het opnemen van micro-organismen. Fagocytose is een discontinu proces in tegenstelling tot RME. RME vindt namelijk pas plaats als de receptoren geactiveerd zijn. Fagosomen kunnen naast dode cellen ook levenloze producten opnemen, zoals plastics. Ook zijn fagosomen in staat levende cellen van dode cellen te onderscheiden, hierdoor worden er geen levende opgenomen.

Het tegenovergestelde van endocytose is exocytose.