Exocytose

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sterk geschematiseerde tekening van membraantransport. 1 is de binnen kant van de cel, 2 de buitenkant.

Exocytose is het proces waarbij een cel stoffen afgeeft aan of afscheidt naar het celmembraan of het extracellulaire milieu. De af te scheiden stoffen zijn onder andere proteïnen en lipiden.

Dit proces loopt via organellen. Te weten:

De af te geven stoffen worden aan het golgi-apparaat verpakt in blaasjes (vesikels). De vesikels worden naar het celmembraan getransporteerd en fuseren daarmee. Veel verschillende stoffen zijn betrokken bij de exocytose. De best beschreven stof is de oplosbare NSF receptor (SNARE-eiwitten), die als katalysator werkt bij de fusiereactie.

Het fusieproduct van de donor en acceptor membranen vervullen drie taken:

  1. Het totale oppervlak van de celmembraan wordt vergroot met de oppervlakte van het gefuseerde vesicle, hetgeen belangrijk is voor de regulatie van de celgrootte, zoals bij de celstrekking.
  2. De stoffen in het vesikel worden buiten de cel gebracht. Dit kunnen afvalproducteen, overtollige stoffen en/of gifstoffen (toxinen), maar ook hormonen of neurotransmitters gedurende de impulsoverdracht in de synaps.
  3. Eiwitten in het membraan van het vesikel zijn nu onderdeel van de celmembraan. De kant van het eiwit dat naar binnen van het vesikel was gericht is nu naar de buitenzijde van de cel gericht. Dit mechanisme is belangrijk voor de regulatie van transmembraanreceptors en -transporters.

Het tegenovergestelde van exocytose is endocytose.