Omnivoor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een varken met big

Een omnivoor (Latijn: omnis, "elk, ieder"; -vorus, "etend, eter") of alleseter is een dier dat zowel plantaardig als dierlijk voedsel kan eten om te overleven.

Een overwegend carnivoor dier dat ten minste 5% plantaardig voedsel eet of een overwegend herbivoor dier dat ten minste 5% dierlijk voedsel eet noemt men omnivoor.[1] Organismen die dood organisch (plantaardig of dierlijk) materiaal consumeren worden detrivoor of detritivoor genoemd. Deze zouden ook omnivoor genoemd kunnen worden omdat ze zowel plantaardig als dierlijk voedsel consumeren.

Het dieet is bij een omnivoor afhankelijk van wat er op dat moment beschikbaar is en kan allerlei plantaardige en dierlijke producten omvatten. Zuivere herbivoren en carnivoren hebben soms gespecialiseerde aanpassingen van het lichaam. Herbivoren hebben meestal een lang darmkanaal met verschillende magen en herkauwen vaak hun voedsel met maalkiezen. Carnivoren hebben een korte darm, lange hoektanden en knipkiezen die geschikt zijn voor het afbijten van vlees. De scheidslijnen tussen carnivoren en herbivoren zijn niet scherp: een kat eet wel eens planten en een koe krijgt wel insecten binnen met het gras.

De mens als omnivoor[bewerken]

Evolutionaire voorgeschiedenis[bewerken]

Als we naar evolutionaire voorgeschiedenis van de mens kijken dan zien we dat Australopithecus voornamelijk plantaardig voedsel at (zacht fruit) en Paranthropus bosei harde zaden en vezelachtige peulen. Andere onderzoekers wijzen erop dat H. habilis en H. erectus waarschijnlijk ook vis en schaaldieren gegeten hebben.[2] Homo erectus was de eerste soort die in grote mate vlees van grote herbivoren, die in ruime mate voorhanden waren op de savanne, consumeerde. Indirect bewijsmateriaal voor vleeseten zijn: sterke slijtage van gebitselementen zoals die ook bij bottenkrakende hyena's aangetroffen worden, vuistbijlen waarmee vlees uit kadavers gesneden kon worden en een tonvormige borstkas wat wijst op een veel minder omvangrijke buik en dus een kortere darmlengte dan een vegetariër zoals de gorilla. Vleeseters hebben kortere darmstelsels dan planteneters omdat vlees makkelijker te verteren is. Mensen hebben kortere darmstelsels in vergelijking met andere primaten. Verder wordt het gelijktijdig verdwijnen van megafauna (grote herbivoren) en het verschijnen van Homo sapiens op de continenten Australië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika aangevoerd als indirect bewijs dat de mens een toppredator was geworden.[3] Verder zijn er aanwijzingen dat de neanderthalers die 50.000 jaar geleden aan de Straat van Gibraltar leefden behalve herten, beren en dolfijnen ook blauwvintonijn gegeten hebben.[4] Chemisch onderzoek heeft aangetoond dat alle Neanderthalers hun eiwitten uit grote herbivoren haalden en dus topcarnivoren waren.[5] De vroeg-moderne Europese mens (40.000 - 30.000 jaar geleden) had een gevarieerder dieet dan de Neanderthalers. Meer recentelijk, 11.000 jaren geleden in het Nabije Oosten en 7500 jaar geleden in Centraal-Europa, voltrok zich de overschakeling van een jager-verzamelaars bestaanswijze naar een boerenbestaan. Dit was een typisch omnivoor dieet: vlees, melk, tarwe, gerst.

Natuurlijk dieet[bewerken]

De mens wordt over het algemeen als een omnivoor beschouwd.[6] Sommige volkeren (Eskimo's of Inuit) leven voornamelijk van vlees (zeezoogdieren, kariboes, vis). Veel hindoes zijn vegetariër. Naar schatting eet 40% van de Indiërs nooit vlees. Mensen overleven kennelijk op diëten die variëren van 100% plantaardig tot 100% dierlijk. Volgens Loren Cordain[7] zijn wij nog steeds genetisch identiek aan jager-verzamelaars en die aten vlees, fruit, groenten (een omnivoor dieet). Landbouw- en veeteeltproducten zoals aardappels, granen, peulvruchten en melkproducten behoren niet tot ons 'natuurlijke dieet' volgens Cordain. Maar wat is een natuurlijk dieet? Als landbouw en veeteelt onnatuurlijk zijn dan leeft de mens al zo'n 10.000 jaar van een onnatuurlijk dieet. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen een beschrijving van een feitelijk dieet en een dieetvoorschrift. In de biologie is de indeling herbivoren—carnivoren—omnivoren een zuiver beschrijvende indeling. Wat goede en gezonde voeding is behoort tot de voedingsleer of voedingswetenschap. Dat de mens een omnivoor is en dus vlees kan eten, betekent niet dat hij vlees hoeft te eten om te overleven. De mens heeft vrij veel anatomische eigenschappen die niet zo goed passen bij carnivoren, zoals het gebrek aan ontwikkelde hoektanden, maar wel genoeg maalkiezen. Het menselijk spijsverteringssysteem is niet erg geschikt voor het verteren van rauw vlees.

Koken van voedsel[bewerken]

Een belangrijk verschil tussen de mens en alle andere dieren (met name mensapen) is dat de mens zijn voedsel kookt.[8] Gekookt voedsel is makkelijker verteerbaar dan rauw voedsel. Menselijke kenmerken als kleine mond, zwakke kaken, kleine tanden, kleine maag, korte darmen die gewoonlijk worden verklaard door het eten van vlees, verklaart Wrangham doordat de mens gedurende de laatste 200.000 jaar de gewoonte had zijn voedsel te koken. En dat zou lang genoeg zijn om de menselijke anatomie te wijzigen.

Voedsel en erfelijkheid[bewerken]

Agrarische volkeren hebben genetische varianten die helpen melk, alcohol en zetmeel te verteren. Maar de Saami (of Lappen) die in het uiterste noorden van Noorwegen leven van rendieren, hebben mutaties waardoor ze probleemloos grote hoeveelheden vlees en vet kunnen verteren en minder last hebben van nierstenen. In het algemeen hebben mensen die in een warm klimaat geëvolueerd zijn waar voedsel schaars kan zijn, een traag metabolisme als aanpassing aan honger en hitte. Voorbeelden: Pima en de Tsimane van de laaglanden van Bolivia. Volkeren die aangepast zijn aan koude klimaten zoals de Evenki rendierherders in het koude Siberië of de Quechua van Peru hebben een hoog metabolisme, waardoor ze efficiënt vet in energie kunnen omzetten.[9]

Voorbeelden van omnivoren bij enkele diergroepen[bewerken]

  • Insecten: typische alleseters zijn kakkerlakken (bij insecten wordt ook het woord 'polyfaag' veel gebruikt).
  • Reptielen: sommige schildpadden zijn omnivoor.
  • Vogels: omnivoren zijn raaf en spreeuw, maar er zijn vele andere voorbeelden. De merel bijvoorbeeld eet wormen, insecten, slakken en vruchten. De heggenmus heeft de dunne snavel van een insecteneter, maar eet 's winters zaden. De grote bonte specht eet dennen- en sparappels, maar ook insecten, eieren en kuikens.
  • Zoogdieren: omnivoren zijn bijvoorbeeld bruine beer, wasbeer, bruine rat, veel marterachtigen en varkens. De chimpansees hebben een dieet dat behalve uit fruit en bladeren ook uit allerlei dieren, inclusief zoogdieren zoals andere apen bestaat. Baleinwalvissen zijn zeezoogdieren die plankton uit het water filteren en aangezien plankton zowel uit planten als dieren bestaat, dus omnivoren.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Menno Schilthuizen (2008) The Loom of life. Unravelling Ecosystems, Springer Verlag, p.18. ISBN 978-3-540-68051-2.
  2. Stephen Cunnane (2005) Survival of the Fattest. The Key to Human Brain Evolution, World Scientfic. p.254.
  3. Paul Storm (2009) Korte hoektanden, lange benen en een sexy brein. Het ontstaan van de mens door natuurlijke en sexuele selectie, Drukware. ISBN 978-90-78707-07-3
  4. Steven Adolf (2009) Reuzentonijn. Opkomst en ondergang van een wereldvis. Prometheus/NRC-Handelsblad. ISBN 9789044613674 (p.30-31).
  5. Michael P. Richardsa and Erik Trinkausc (2009) 'Isotopic evidence for the diets of European Neanderthals and early modern humans', PNAS August 11, 2009.
  6. (en) MacArdle, J. - Humans are omnivores
  7. Loren Cordain (2002) The Paleo Diet: Lose Weight and Get Healthy by Eating the Food You Were Designed to Eat, Wiley. ISBN 978-0471267553.
  8. Richard Wrangham (2009) Koken. Over de oorsprong van de mens. Nieuw Amsterdam. ISBN 978-90-468-0586-2.
  9. Ann Gibbons (2009) 'What's for Dinner? Researchers Seek Our Ancestors' Answers', Science, 11 December 2009.