Voedselpiramide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voedselpiramide

Een voedselpiramide is een diagram waarin de biomassa van elk trofisch niveau is uitgezet. Doordat niet alle biomassa in het volgend trofisch niveau terecht komt, ontstaat een piramidevorm. Producenten (autotrofe organismen) leggen zonne-energie vast in biomassa. Dit dient als voedsel voor de consumenten van de 1ste orde (herbivoren en omnivoren). Zij dienen weer als voedsel voor de consumenten van de 2de orde (carnivoren en omnivoren) enz. Elke laag wordt een trofisch niveau genoemd (Grieks; trofein = voeden).

De trofische niveaus[bewerken]

De trofische niveaus beschrijven de positie van organismen in het voedselweb of de voedselketen. Zo kunnen ecosystemen en levensgemeenschappen onderverdeeld worden in trofische niveaus:

De werkelijke structuur is meer complex netwerk, omdat een soort meestal niet ondubbelzinnig bij de consumenten of de reducenten gerekend kan worden:

  • Herbivoren nemen vaak onvrijwillig een aantal kleine dieren en micro-organismen op met hun hoofdvoedsel.
  • Roofdieren kiezen meestal niet alleen herbivoren of carnivoren.
  • Parasieten komen voor in alle hogere trofische niveaus.

Meestal zijn er niet meer dan vijf trofische niveaus te herkennen. Door dissimilatie, ontlasting, oneetbare delen en energieverlies als warmte is niet alle biomassa van het ene trofische niveau beschikbaar voor het volgende niveau. Naar "boven" toe neemt dus de hoeveelheid biomassa af.

Het is mogelijk om het trofische niveau af te leiden uit de verhouding tussen stabiele stikstofisotopen (N15, N13). Omdat N15 meer wordt vastgehouden in een organisme en N13 eerder wordt uitgescheiden loopt het aandeel N15 op per trofisch niveau. Hierdoor is men niet meer afhankelijk van maagonderzoeken bij het vaststellen van de plaats in de voedselketen, maar kan men het weefsel analyseren in een massaspectrometer.

Zie ook[bewerken]