Mazelen
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
|
||||||||||||||||||||||||||
Mazelen (morbilli) is een kinderziekte die veroorzaakt wordt door het mazelenvirus. Het mazelenvirus behoort tot de paramyxoviridae, genus morbilli. Het is een enkelstrengs RNA-virus. De incubatietijd is 8 tot 14 dagen. Het luchtwegvirus wordt verspreid via de lucht (hoesten, niezen). Het is een zeer besmettelijk virus, dat alleen bij mensen voorkomt.
Inhoud |
Symptomen en behandeling [bewerken]
Meestal begint het ziekteverloop met verschijnselen die lijken op een stevige griep of verkoudheid (koorts, hoesten, loopneus, ontstoken ogen). Mazelen wordt vaak pas herkend als de kenmerkende rode vlekjes met witte stip op de binnenkant van de wangen verschijnen (zgn. Koplik-vlekken). Deze worden gevolgd door verder stijgende koorts en de voor mazelen typische licht jeukende paarsrode vlekjes, eerst in het gezicht, dan achter de oren, en dan in de hals. De koorts kan een tweede keer hoog oplopen, en vervolgens zakt de uitslag via de romp naar armen en benen. De grote en kleine rode vlekken gaan geleidelijk op in een egale roodheid. Mazelen zijn het meest besmettelijk van 1-3 dagen voor en tot 5 dagen na het optreden van huiduitslag. Na 1 week verdwijnen de symptomen van mazelen meestal weer spontaan.
Complicaties [bewerken]
Soms kunnen zich complicaties voordoen zoals middenoorontsteking of longontsteking. Een gevreesde complicatie is hersenvliesontsteking, wat bij circa 1 van de 1000 ziektegevallen wereldwijd gebeurt. Daarnaast het zeldzame subacute scleroserende panencefalitis, dat wordt veroorzaakt door een langzaam voortschrijdende mazelenvirusinfectie in de hersenen. Hierdoor komen, vaak na ogenschijnlijk gezonde jaren, eerst gedragsstoornissen voor en uiteindelijk belandt de zieke in een vegetatieve toestand en overlijdt na enkele maanden tot jaren. Voor 1-2 per 1000 gevallen wereldwijd heeft mazelen een dodelijke afloop.
Preventie [bewerken]
Het is mogelijk zich te laten vaccineren met het BMR-vaccin (bof, mazelen, rodehond). De vaccinatie is sinds 1976 opgenomen in het Nederlandse Rijksvaccinatieprogramma (14 maanden en 9 jaar), dat uitgevoerd wordt door de Jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus en GGD’s), en in het Vlaamse vaccinatieprogramma van Kind en Gezin. Het vaccin beschermt voor 85% na de eerste vaccinatie (bron: WHO), en voor 97% na het tweede vaccin.
In ontwikkelingslanden wordt aangeraden om kinderen met mazelen vitamine A te geven. Dit verkleint de kans op blindheid en reduceert de sterfte aan mazelen met 50%.
Bijwerkingen van de BMR-vaccinatie:
De BMR-inenting geeft meestal weinig bijwerkingen. Als ze voorkomen, zijn ze mild en duren ze kort. Bijwerkingen beginnen pas 5 tot 12 dagen na de vaccinatie.
- 1 op de 10 tot 20 kinderen wordt na de eerste BMR-prik hangerig, krijgt koorts en/of huiduitslag. Dat duurt meestal 1 of 2 dagen.
- Sommige kinderen krijgen hoge koorts en heftige huiduitslag.
- Bij heel hoge koorts kunnen sommige kinderen koortsstuipen krijgen. Dat gebeurt bij 1 op de 5000 tot 10.000 kinderen.
- Heel zelden komt een tekort aan bloedplaatjes voor. Dat is bij 1 op de 25.000 kinderen en gaat vanzelf weer over.
- Zeer zelden krijgen kinderen gewrichtsklachten. Ook die gaan vanzelf weer over. Bij volwassen komt dit vaker voor.
- Na de tweede BMR-prik zijn er bijna nooit klachten. Oudere kinderen kunnen wel, zoals bij elke injectie, flauwvallen.
Omdat het BMR-vaccin een levend verzwakt vaccin is, mag het niet aan zwangere vrouwen worden gegeven. Vrouwen moeten tot 3 maanden na een BMR-vaccinatie voorkomen dat zij zwanger worden.
Epidemie [bewerken]
Mazelen komt in Nederland nauwelijks meer voor, hoewel er af en toe wel kleine epidemieën opflakkeren bij zowel gevaccineerden (hierbij gaat het vaak om een mutatie van de ziekte die in het vaccin gebruikt wordt) als bij niet gevaccineerden. Meest recent was in 2008 een kleine lokale uitbraak van mazelen in Den Haag onder een antroposofische gemeenschap met een lage vaccinatiegraad[1]. Een grote epidemie door lage vaccinatiegraad was in de Bijbelgordel, met ruim 2.300 geïnfecteerden in 1999 en ruim 1.000 in 2000. Toen vaccinatie werd ingevoerd in 1976 was het aantal mensen dat mazelen kreeg al drastisch verlaagd, en de sterfte in Nederland was inmiddels al gedaald naar enkele tot enkele tientallen gevallen per jaar. In 1998 was er een sterfgeval door mazelen en in het epidemische jaar 1999-2000 stierven 3 kinderen aan mazelen. Ook in 2003 was er een sterfgeval. In de andere jaren tussen 1997 en 2009 zijn er geen mensen overleden aan mazelen.
Epidemiologie [bewerken]
In 2011 stierven naar schatting 158.000 mensen aan de gevolgen van mazelen. Het gaat hierbij vooral om kinderen jonger dan 5 jaar. (Wereldgezondheidsorganisatie, 2013). Ten gevolge van ondervoeding is de mortaliteit het hoogst in kinderen uit ontwikkelingslanden, vooral in delen van Afrika en Azië, waar de kans om te overlijden aan mazelenpneumonie tot 10 à 1000 maal verhoogd is vergeleken met westerse kinderen[2].Tussen 2000 en 2011 daalde de mortaliteit met 71% door vaccinatiecampagnes tegen mazelen. [3].
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Measles van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |