Nanotechnologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)

Nanotechnologie is de techniek die het mogelijk maakt te werken met deeltjes in de grootte-orde van nanometers (afkorting nm, een miljardste van een meter).

Dit is een schaal van grootte die net boven die van atomen (0,060 nm tot 0,275 nm) en eenvoudige moleculen ligt. Een criterium is dat een structuur in op zijn minst één dimensie minder dan 100 nanometer groot is. Veelgebruikte toepassingen van nanotechnologie zijn de emulsie van kleine deeltjes ('nanodeeltjes') titaniumoxide in verf- en vernissoorten, deeltjes in zonnebrandcreme, cosmetica, koolstof in geckotape (sterk plakband, principe bewezen, in ontwikkeling)[1][2], zilver in voedselverpakking, kleding, verband, desinfectiemiddelen en huishoudapparatuur en cerium als katalysator bij verbranding.

De grote opslagcapaciteit van computergeheugens is tevens een toepassing van nanotechnologie. Een probleem van nanotechnologie is de onbekende giftigheid van de nieuwe producten.

Het woord nano komt van het Griekse νανος (nanos), ‘dwerg’.

Algemeen[bewerken]

De term werd breder bekend door de publicatie van Eric Drexlers boek The Engines of Creation: The coming era of nanotechnology uit 1986 dat voor het eerst voor een groter publiek dieper op de problemen en mogelijkheden inging. De natuurkundige Richard Feynman had al in 1959 op dit mogelijke vakgebied gewezen. Drexler introduceerde de moleculaire nanotechnologie en is voorstander van een techniek om nanoapparaten te bouwen vanuit atomaire bouwstenen door deze mechanisch in de gewenste volgorde te plaatsen. Het basisidee achter nanotechnologie is dus dat het mogelijk moet zijn, als de chemische samenstelling en het driedimensionale bouwplan van een stof bekend is, deze stof te maken door de juiste bouwstenen op de goede plaats samen te voegen.

De term "nanotechnologie" werd in 1974[3] door Norio Taniguchi van de Tokyo Science University gedefinieerd als: "Nanotechnologie bestaat vooral uit het bewerken, scheiden, vastleggen en vervormen van materialen door een atoom of molecuul te manipuleren".[4]

Het betreft het bewerken van materie in de schaal tussen 0,1 en 100 nanometer door voorwerpen van een grotere schaal. Er zijn twee benaderingen: van onderaf (uit het atomaire gebied) en van bovenaf (uit het micrometergebied).

Aanvankelijk was het onderwerp niet bekend in Nederland. Daarom werd het project Nanopodium gestart. Dit is een initiatief van de onafhankelijke Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie. Het is een podium voor het uitwisselen van gedachten, meningen, ideeën en suggesties om met elkaar in gesprek te komen over kansen en bedreigingen van nanotechnologie voor individu en samenleving. Een van de projecten is het nanopanel.

Geschiedenis[bewerken]

In feite is er al lang voor de uitvinding van de term aan het manipuleren van structuren in het nanometerbereik gedaan. Al in de negentiende eeuw kende men solen van goud die uit een suspensie van gouddeeltjes van deze grootte in water bestaan. Er bestond ook al een naam voor dit soort onderzoek: colloïdenchemie. Nu noemt men deze deeltjes goudnanopartikeltjes en is er zelfs een 'chemisch symbool' voor: AuNP (dat dus niet voor een 'goudstikstoffosfide' staat).

Ook polymeren kunnen vaak bogen op een structuur in het nanobereik. Semikristallijne polymeren hebben vaak lamellaire kristallieten met een dikte of twee soorten domeinen in dit groottebereik en het is deze fijnstructuur die grotendeels voor de begeerde eigenschappen verantwoordelijk is. Ook voor biopolymeren geldt iets dergelijks: eiwitmoleculen zijn ook voorwerpen in dit schaalbereik.

Andere materialen zoals metalen of zouten zijn in dit schaalbereik vaak vrij saai en er zijn thermodynamische redenen waarom materialen meestal evolueren naar een toestand van homogeniteit op een grotere schaal (micro- of millimeter). In het algemeen kan men zeggen dat er een mechanisme moet bestaan dat deze neiging tot 'klontering' tot grotere eenheden blokkeert. Anders kunnen nanostructuren niet stabiel zijn.

In zekere zin kunnen we eiwitmoleculen die bijvoorbeeld als katalysator optreden (enzymen) als een soort heel klein machientje beschouwen en de gedachte ligt voor de hand dat dit soort machientjes ook kunstmatig gemaakt zouden kunnen worden.

Dit idee werd al in 1959 geuit door de Amerikaanse natuurkundige en Nobelprijswinnaar Richard Feynman in zijn lezing There's plenty of room at the bottom. Met een geschikte "nanomachine" is het in theorie mogelijk om losse atomen of moleculen op een rij of in een bepaald patroon te plaatsen.

De aftasttechnieken op basis van piëzoëlektrische elementen[bewerken]

Het idee om individuele atomen te kunnen verplaatsen kwam vooral voort uit de ontwikkeling van microscopische technieken waarbij een oppervlak wordt afgetast met een fijne naald zoals AFM en STM. Deze technieken danken hun bestaan aan de mogelijkheid bewegingen elektronisch op te leggen met een precisie van kleiner dan een atoom. Uiteraard is een computer daarbij onontbeerlijk. Het is hiermee mogelijk geworden atomen vrij direct 'zichtbaar' te maken en zelfs het oppervlak op atomaire schaal te 'beschrijven'.

Met behulp van Scanning Tunneling Microscopy (STM) kunnen atomen en moleculen worden bestudeerd. Dit berust op het kwantummechanisch tunnelen van elektronen. Voordeel van deze techniek is de extreem hoge resolutie. Het nadeel is dat er geleidende monsters gebruikt moeten worden. Voor het aftasten van niet-geleidende oppervlakken kan gebruikgemaakt worden van een atoomkrachtmicroscoop. Bij deze methode betast een AFM-tip het monster. De tip zit vast aan een hefboom, waarvan de doorbuiging gemeten wordt met een laser.

Afzonderlijke goudatomen zichtbaar gemaakt met een STM

Onderzoekers slaagden er in 1990 in, met behulp van STM, een aantal xenonatomen zodanig op een nikkelkristal te schikken dat ze samen de letters IBM vormden - het bedrijf waar de onderzoekers werkten.

Nanotechnologie begeeft zich daarmee op het snijvlak van natuurkunde en scheikunde en men streeft naar een samensmelting van scheikunde, biologie en techniek.

Aanvankelijk (1988 tot 2000) dacht men dat de beste aanpak om tot een werkende nanomachine te komen een mechanistische benadering zou zijn. De onderzoekers probeerden onderdelen uit de machinetechniek te maken zoals stangen, tandwielen en motortjes op nano-schaal. Met deze basisonderdelen zouden dan steeds ingewikkeldere constructies gemaakt worden.

In de periode 2000 tot 2004 zocht men het steeds meer in de biologische natuur. De onderzoekers keken hoe in de celstructuur van levende wezens en eencelligen de gang van zaken geregeld is en proberen deze technieken na te bootsen in eigen constructies.

In 2006 werd op dit vlak een doorbraak gerealiseerd door MIT-wetenschappers Paula Hammond, Yet-Ming Chiang en Belcher. Door genetische manipulatie wisten ze een virus genetisch te moduleren zodat dit virus door elektrisch geleidende moleculen uit zijn omgeving te gebruiken zichzelf wist om te bouwen tot een lithium-ion batterij. Zo is nano-technologie geëvolueerd tot een uitzonderlijk middel om materialen, systemen, gebruiksvoorwerpen in bijna alle denkbare sectoren (farmaceutica, burgerlijke bouwkunde, agro-bio, foodprocessing, ziekenzorg, automobielsector, transport, micro-elektronica ...) te verbeteren op zowat alle vlakken: duurzaamheid, gewicht, reinheid.

Toepassingen[bewerken]

Medische techniek[bewerken]

Een veelbelovend toepassingsgebied is de medische industrie want op moleculair niveau is de cel ook opgebouwd als een (zeer ingewikkelde) machine.

Het onderzoek spitst zich vooral toe op het gericht bezorgen van medicatie op die plekken in het lichaam waar deze het meest werkzaam is, in plaats van medicatie maar min of meer lukraak in het lichaam te brengen. Men zoekt daarvoor naar vectoren, nanostructuren die als voertuig kunnen dienen. Zo kan bijvoorbeeld AuNP, voorzien van een biochemische schutlaag, de cel en zelfs de kern ervan binnengesmokkeld worden. Ook uit een andere hoek van de colloïden zijn veelbelovende vorderingen te melden. Het is al lang bekend dat met zeepachtige moleculen (amfifiele moleculen) een soort blaasjes of zakjes (micellen) te maken zijn in het nanobereik. In zekere zin is de celmembraan van een cel een vergelijkbare structuur. Er is veel onderzoek naar het gebruik van dit soort structuren als een soort verpakking rond de moleculen van het medicijn.

Materiaaltechniek[bewerken]

Men vermoedt voorts ook praktische toepassing te vinden in de verdere miniaturisering van de elektronische chiptechnologie omdat de huidige fotolithografische technieken hun natuurkundige grenzen naderen. Verder vindt nanotechnologie ook zijn weg in tal van nieuwe materialen zoals coatings en vezels.

Voorbeelden van nanomaterialen zoals fullereen ofwel Buckyballs gebaseerd op koolstofatomen

Nanotechnologie zou in de toekomst ook een 150.000 keer zo'n grote geheugencapaciteit van geheugenchips kunnen opleveren, door gebruik te maken van moleculaire schakelingen en op koolstof gebaseerde chips.[5]

Koolstofvezels zijn waarschijnlijk één van de best gekende composietmaterialen. Door de koolstofbuisjes op nanoschaal te gaan produceren is men er o.a. in geslaagd om een filtersysteem te ontwikkelen voor drinkwaterzuivering waarbij men er, zonder chemicaliën te gebruiken, in slaagt om water te zuiveren van chemische vervuiling, organisch afval, proteïnen, DNA en zoverder. Nanobuizen kunnen als geleider worden gebruikt.

Fotovoltaïsche cellen[bewerken]

Op het vlak van zonnecellen en energieopslag wordt gewerkt aan technologie in dit schaalbereik. Cellen die uit meerdere lagen bestaan (met een dikte in de orde van nanometers), ieder met hun eigen bandgap, hebben de hoogste rendementen en het is ook mogelijk cellen uiterst dun te maken zodat ze in de vorm van een folie toegepast kunnen worden. Deze ontwikkelingen zijn veelbelovend omdat zij de toepassing van de technologie goedkoper kunnen maken.

Foto(elektro)chemie[bewerken]

Sedert 2004 commercialiseren een aantal fabrikanten in verschillende delen van de wereld vrij eenvoudige systemen en producten die stilaan inburgering vinden in ons dagelijks leven. Zo heeft een Amerikaanse spin-off van een aantal universiteiten een serie nano-gemodificeerde coatings gelanceerd. Deze 'verven' op acrylaatbasis tonen uitzonderlijke eigenschappen op het vlak van corrosiebescherming, het voorkomen en behandelen van fungi (schimmels) maar ook mossen, algen etc.) én thermische isolatie. Deze coating heeft vrij snel wereldwijd toepassing gevonden als oplossing voor het CUI-fenomeen (condensatie onder isolatie), voornamelijk in HVAC-conductors, pijpleidingen, tankisolatie maar ook in privéwoningen. Het blijkt inderdaad dat met de nanotechnologie ultradunne coatings met uitzonderlijke thermisch isolerende eigenschappen kunnen worden gerealiseerd.

In Azië (China, Taiwan) hebben een aantal producenten vloeistoffen en coatingsystemen ontwikkeld op basis van TiO2 (titaandioxide) met nanodeeltjes. Deze TiO2-deklagen hebben uitzonderlijke eigenschappen op het gebied van hydrofobie, UV-bescherming en vervuiling. Door hun fotokatalytische eigenschappen zijn ze zelfreinigend en luchtzuiverend. De omgevingslucht die in aanraking komt met aldus behandelde oppervlakken (ruiten, voertuigen, wanden, straten, etc.) wordt gezuiverd van fijn stof, roet, bacteriën (denk aan MRSA), schimmels. Door opslag van UV in de coating worden de moleculen die met de TiO2-coating in aanraking komen door ionisatie ontbonden en omgezet in onschadelijke stoffen. Op dit moment lopen testen in Groot-Brittannië met coatings op de stoepen van straten en op de banken van de Londense taxi's om de lucht schoner en gezonder te maken.

Dit type coatings, eventueel in combinatie met ultra dunne SiO2-coatings worden reeds op productieniveau toegepast op vlak glas en autoruiten. Zowel de isolerende hydro-NM-oxide-coatings als de TiO2-reinigingsvloeistoffen en coatings zijn echter eveneens verkrijgbaar voor particulier- en professioneel gebruik op de consumentenmarkt. Van de TiO2-coatings wordt verwacht dat ze in belangrijke mate oplossingen gaan bieden ter bestrijding van fijn stof en organische vervuiling. Berch, een marktleider in verven (USA), die zich vooral oriënteert op de particuliere markt, heeft eind 2006 enkele producten gelanceerd die nanotechnologisch verbeterd zijn.

Biomoleculen en bio-geïnspireerde toepassingen[bewerken]

Dankzij nanotechnologie kunnen de materialen en werkingsprincipes van biologische systemen (zoals cellen) doorgrond worden. Op basis hiervan kunnen nieuwe materialen en micro-elektronische schakelingen ontworpen en gebouwd worden of biomoleculen gebruikt worden voor technologische toepassingen. Voorbeeld hiervan is het onderzoek naar biozonnecellen geïnspireerd door hoe planten energie van de zon omzetten.

Voedsel[bewerken]

In de voedselindustrie wordt overal ter wereld onderzocht hoe de kwaliteit van voedselproducten met behulp van nano-technologie kan worden beïnvloed ten aanzien van bijvoorbeeld de houdbaarheid, smaak, geur, kleur en vloeibaarheid. Nano-voedselproducten worden ook hier en daar al op de markt gebracht, zonder dat de veiligheidsrisico's zijn vastgesteld. Enkele voorbeelden: in de VS wordt groenten en fruit uit Centraal-Amerika en Zuidamerika geïmporteerd waarop een nano-laag is gespoten, zodat de producten langer op de schappen kunnen liggen. In Engeland werden in saladedressings, sauzen, cake, muffins en pannenkoek-mixen nano-deeltjes aangetroffen. Ook wordt hier en daar nano-verpakkingsmateriaal voor voedsel gebruikt. Zo'n twintig van de grootste voedselmultinationals hebben nano-laboratoriums of contracten met universiteiten voor onderzoek, waaronder Nestlé, Campbell Soup en Sara Lee Corporation. Unilever werkt aan nano-ijs met een lager vetgehalte, maar met dezelfde textuur en smaak als gewoon ijs. Er is weinig transparantie in wat de bedrijven doen en onderzoeken naar de veiligheid worden, vanwege de hoge kosten, niet of nauwelijks verricht.[6]

Chemie en energietechniek[bewerken]

Nano-katalysatoren hebben de potentie voor een zeer hoge activiteit en selectiviteit. Hun specifiek oppervlak dat beschikbaar is voor chemische reacties is nog veel groter dan dat van conventionele katalysatoren.[7] Daardoor kunnen ze de prestaties verbeteren van bestaande chemische processen en industriële processen voor energieopwekking en de exploitatie mogelijk maken van nieuwe, goedkopere alternatieve energiebronnen.

Milieutechniek[bewerken]

Nanotechnologie kan gebruikt worden voor de in situ zuivering van bodem of grondwater. Nanopartikels, bijvoorbeeld nanobuizen van zerovalent ijzer[8] kunnen de omzetting van organische of anorganische verontreinigende stoffen naar minder of niet-schadelijke verbindingen in de bodem en in het grondwater katalyseren. Ze kunnen ook de polluenten absorberen.

Polymeren[bewerken]

Nanodeeltjes in polymeren verbeteren aanzienlijk hun eigenschappen. Deze technologie laat toe om minder materiaal te gebruiken voor betere eigenschappen. Huidig toepassingsgebied van nanodeeltjes in polymeren zijn coatings, composieten en constructies.

Kritiek[bewerken]

Aan het einde van de vorige eeuw werd nanotechnologie bij een groter publiek bekend. In het tijdschrift Wired verscheen in april 2000 een artikel van Bill Joy "Why the future doesn’t need us". Hij is de chief scientist (chef wetenschap) bij Sun Microsystems. In het artikel wordt gewezen op de grote onzekerheden en onbekenden bij de nieuwe technieken nanotechnologie, gentechnologie en robottechnologie. Sindsdien zijn door wetenschappelijke instituten en NGO's vele studies en essays gepubliceerd met verschillende zienswijzen op de mogelijke gevolgen van nanotechnologie.

Vanuit Canada riep het wetenschappers verband ETC Group in 2003 op tot een moratorium op nanotechnologie vanwege de bevreesde, niet te overziene risico's. In juli 2004 riepen de Royal Society en de Royal Academy of Engineering op tot een strikte regulering. Hun publicatie was geschreven in opdracht van de Britse regering. Volgens studies van het Center for Biological and Environmental Nanotechnology (CBEN) en de Rice University kunnen nanopartikelen zich in de voedselketen ophopen in organismen. De auteurs geven aan, dat dit weliswaar niet noodzakelijkerwijs schadelijk hoeft te zijn, maar dat men anderzijds in het verleden bij andere technologieën vaak te snel gedacht heeft dat deze onschadelijk zijn.

Roger Kasperson, risico-onderzoeker en directeur van het Milieu-instituut in Stockholm, ziet parallellen tussen de debatten rondom nanotechnologie en die aan het begin van het atoomtijdperk.

Risico's en gevaren[bewerken]

  • In 2004 verscheen het rapport Nanotechnologie. Kleine Teile – grosse Zukunft van de herverzekeraar Swiss Re. Daarin wordt de vrees geuit dat nanotubes soortgelijke uitwerkingen op de gezondheid kunnen hebben als asbestvezels. Verzekeraars wordt aangeraden terughoudend te zijn bij het verzekeren van de risico's van nanotechnologie en om de verzekeringsbranche te beschermen door een maximaal te vergoeden schade vast te stellen.[9]
  • Juni 2005 publiceerde de Allianz Versicherungs-AG een studie waarin opgeroepen wordt tot longitudinaal onderzoek en internationale standaarden om schade voor de gezondheid en de economie te vermijden en in te schatten.[10]
  • In maart 2006 werden twee schoonmaakmiddelen in sproeivorm van de markt genomen nadat gebruikers deels ernstige gezondheidsproblemen hadden gekregen. Een van de producten bleek overigens bij nader inzien geen nanodeeltjes te bevatten, het woord nano was in de productnaam gebruikt om de flinterdunne restfilm van het product aan te duiden die achterblijft op het te reinigen oppervlak.
  • Op 8 april 2006 verscheen in de Washington Post een artikel met de titel Nanotech Raises Worker-Safety Questions[11], waarin gesteld wordt dat uit in-vitro- en dierexperimenten blijkt dat nanodeeltjes veel giftiger kunnen zijn dan grotere deeltjes uit dezelfde stof. Geklaagd wordt dat de regeringsadviseurs niet weten hoe en wat ze moeten onderzoeken, terwijl in de industrie ongeremd en zonder veiligheidsvoorschriften verder gewerkt wordt.
  • Op 27 april 2006 bracht de Gezondheidsraad een publicatie uit waarin wordt gesteld dat dezelfde eigenschappen die nanodeeltjes vanuit technologisch oogpunt zo interessant maken, zoals een hoge reactiviteit en het vermogen om barrières te passeren, hen ook gevaarlijk kunnen maken voor de mens of het milieu. Er wordt geadviseerd om toxicologische eigenschappen van slecht oplosbare en moeilijk afbreekbare, synthetische nanodeeltjes goed te onderzoeken alvorens ze massaal in productie te nemen en op de markt te brengen.
  • Op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Association for Cancer Research in april 2007 werd een onderzoek van de University of Massachusetts gepresenteerd dat laat zien dat nanodeeltjes in lichaamscellen het DNA kunnen beschadigen en kanker kunnen veroorzaken. De onderzoekers bevelen grootste voorzichtigheid aan bij de productie van nanodeeltjes en maatregelen om te voorkomen dat deze ongecontroleerd in het milieu kunnen geraken.
  • Op 1 januari 2008 is vereniging Leefmilieu gestart met het project Nanodeeltjes en hun onbekende effecten voor mens en milieu. Doel van het project is het debat over nanotechnologie in Nederland op gang te brengen.
  • Friends of the Earth Europe publiceren in maart 2008 het rapport Out of the laboratory and on to our plates. Nanotechnology in food and agriculture, Friends of the Earth Report, waarin wordt gewezen op de toepassingen van nanodeeltjes, waarvan onduidelijk is of deze veilig zijn, in voedsel.
  • Een artikel van onderzoekers van de universiteit van Wageningen en de EMPA (Eidgenössische Materialprüfungs- und Forschungsanstalt, de „Zwitserse TNO”) veronderstelt op basis van modellen en literatuuronderzoek, dat de concentratie van kunstmatige koolstof-nanodeeltjes verwaarloosbaar zal zijn ten opzichte van de in de natuur voorkomende koolstof-nanodeeltjes (roet) in sedimenten. Zij schatten het gevaar van dit soort deeltjes vooralsnog als gering in.[12]
  • Een artikel van de vereniging Leefmilieu gepubliceerd in het achtergrondrapport ten behoeve van het symposium Signalen uit de Samenleving [13].
  • Op 27 juni 2011 publiceren Zwitserse wetenschappers een artikel over koolstof nanobuisjes en algen[14]. Conclusie is dat de nanonbuisjes niet giftig zijn voor algen, maar ontdekten dat nanobuisjes aan elkaar klonteren waardoor licht minder gemakkelijk in het water door kan dringen. Algen hebben licht nodig om te groeien en worden door de aanwezigheid van nanobuisjes hierin belemmerd [15].

Maatschappelijke dialoog[bewerken]

Zoals elke nieuwe basistechnologie heeft ook nanotechnologie gevolgen voor de manier waarop we leven en samenleven en invloed op de moraal. Om die maatschappelijke en ethische aspecten in kaart te brengen heeft de Nederlandse regering op 31 maart 2009 de Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie in het leven geroepen.

Het is een onafhankelijke commissie van experts met als voorzitter prof. dr. Peter Nijkamp. Ze hebben als taak gekregen om het brede publiek te betrekken bij de discussie over nanotechnologie en een agenda op te stellen van maatschappelijke, ethische en juridische aspecten die een rol spelen bij de ontwikkeling van nanotechnologie en de toepassing ervan. In het voorjaar van 2011 moet de commissie haar eindrapport inleveren.

De Commissie Maatschappelijke Dialoog Nanotechnologie voert de dialoog niet zelf, maar stimuleert en faciliteert deze. Individuen, instellingen en maatschappelijke organisaties werden uitgenodigd om voorstellen te doen om een bijdrage te leveren aan de dialoog. Daar is op grote schaal gehoor aan gegeven. In de eerste helft van 2010 zijn vele tientallen projecten gestart en deels al uitgevoerd. Dat varieerde van TV-producties tot debatavonden en van theaterstukken tot internet-games en -discussies.

Inhoudelijk variëren de thema's van het gebruik van nanotechnologie in voeding en cosmetica en de keuzevrijheid van de consument tot vragen over de gevolgen van nano-camera's voor de privacy en de mogelijkheden van nanotechnologie voor bijvoorbeeld de drinkwatervoorziening in ontwikkelingslanden.

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Geim, A.K., Dubonos, S.V., Grigorieva, I.V., Novoselov, K.S., Zhukov, A.A. and Shapoval, S.Y. (2003), "Microfabricated adhesive mimicking gecko foot-hair", Nature Materials,Vol. 2, pp. 461–3.
  2. Nanofabricated gecko-like fasteners with adhesive hairs for disposable absorbent articles, US Patent 7811272
  3. N. Taniguchi, "On the Basic Concept of 'Nano-Technology'", Proc. Intl. Conf. Prod. London, Part II, British Society of Precision Engineering, 1974.
  4. Nano-technology' mainly consists of the processing of, separation, consolidation, and deformation of materials by one atom or by one molecule.
  5. physorg.com; Nanotechnology paves way for super iPods
  6. Regulated or Not, Nano-Foods Coming to a Store Near You, AOLNews., 24 maart 2010
  7. Voorbeeld: U.S. Patent Application 2011/0172417, "Heterogeneous Copper Nanocatalyst and Manufacturing Methods Thereof" van 9 juli 2008 aan Postech Academy-Industry Foundation, Korea
  8. U.S. Patent Application 2008/0173576, "Method of synthesizing zerovalent iron nanowires and application of the same to groundwater treatment" van 24 juli 2008 aan Hee-Chul Choi en Sushil Raj Kanel
  9. Swiss Re (Hrsg.): Nanotechnologie. Kleine Teile - grosse Zukunft?. Zürich 2004
  10. Allianz Versicherungs-AG (Hrsg.): Allianz veröffentlicht Studie zur Nanotechnologie. München, 3. Juni 2005 op allianz.com
  11. Nanotech Raises Worker-Safety Questions. washingtonpost.com, 8. April 2006
  12. Koelmans, A.A., et al., Comparison of manufactured and black carbon nanoparticle concentrations in aquaticsediments, Environ. Pollut. (2008), doi:10.1016/j.envpol.2008.09.006
  13. Jacobs, M, Nanodeeltjes: niet te meten, wel volop toegepast, Signalen uit de Samenleving (2009)
  14. Are Carbon Nanotube Effects on Green Algae Caused by Shading and Agglomeration?
  15. "Nanobuisjes koolstof niet giftig maar toch schadelijk" NU.nl, 7 november 2011

Meer informatie[bewerken]

Engelstalig[bewerken]

Franstalig[bewerken]

  • Mark R. Wiesner and Jean-Yves Bottero (2007), Environmental Nanotechnology : Applications and Impacts of Nanomaterials, Mc Graw Hill, New York, ISBN 978-0-07-147750-5
  • Dominique Luzeaux et Thierry Puig (2007), À la conquête du nanomonde. Nanotechnologies et microsystèmes, Éditions du Félin. ISBN 978-2-86645-643-6
  • "Le risque inouï des nanotechnologies", par Jean-Pierre Dupuy, polytechnicien, ingénieur du corps des Mines et professeur à Stanford, L'Écologiste nº10, juin 2003, p. 70-72 L'un des articles clefs du premier dossier critique de la presse française sur les nanotechnologies.
  • Jean-Baptiste Waldner (2006), Nano-informatique et Intelligence Ambiante, Hermes Science, London, ISBN 2-7462-1516-0
  • Kurzweil, Ray. (2006), Promise and Peril - The Deeply Intertwined Poles of 21st Century Technology, Communications of the ACM, Vol. 44, Issue 3, pp. 88–91.
  • Mark Ratner, Daniel Ratner (2003), Nanotechnologies - La révolution de demain, ISBN 2-7440-1604-7
  • Michel Wautelet (2003), Les nanotechnologies, ISBN 2-10-007954-9
  • Jean-Louis Pautrat (2002), conseiller en communication de Minatec, Demain le nanomonde : Voyage au cœur du minuscule, ISBN 2-213-61336-2
  • Eric Drexler (1986), Engins de création, ISBN 2-7117-4853-7
  • N. Taniguchi (1974), On the Basic Concept of 'Nano-Technology', Proc. Intl. Conf. Prod. Eng. Tokyo, Part II, Japan Society of Precision Engineering

Duitstalig[bewerken]