Giftigheid
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een stof is giftig wanneer iemand die dit in of op zijn lichaam krijgt hiervan schade ondervindt. De klachten of symptomen die op kunnen treden hangen af van de stof en de aarde en duur van de blootstelling, en kunnen enorm variëren in aard en ernst, van een milde jeuk tot ter plaatse overlijden.
Giftigheid is een betrekkelijk begrip: de hoeveelheid bepaalt of iets giftig is. Het eten van een bord keukenzout is dodelijk voor mensen, maar het is geen bezwaar om zout (met mate) over het eten te strooien.
De toxicologie, of leer van giftige stoffen, bestudeert de giftige eigenschappen van diverse stoffen.
Men onderscheidt twee soorten giftige werkingen:
Directe giftigheid of acute toxiciteit en giftigheid op lange termijn, de chronische toxiciteit.
[bewerk] Acute toxiciteit
De acute toxiciteit wordt uitgedrukt in de LD50, uitgedrukt in mg per kg lichaamsgewicht: de lethale (dodelijke) dosis waarbij 50 procent van de proefdieren sterft. De LD50 van bijvoorbeeld propoxur, een insecticide dat ook wel onder de merknaam Undeen verkocht wordt (scheikundige naam 2-(1-methylethoxy)fenyl-methylcarbamaat) is als volgt:
- acuut LD50 oraal rat: 90-128 mg/kg l.g
- acuut LD50 dermaal konijn 300-1000 mg/kg l.g.
De dermale giftigheid (via de huid) is lager dan de orale giftigheid (via de mond). Zou je deze getallen extrapoleren naar de mens, dan zou voor iemand van 70 kg een opname via de mond van ong. 70*100 mg = 7 gram dodelijk zijn (kans van 50 procent). Dat is iets meer dan een eetlepel.
Maar omdat elk dier anders reageert en de mens geen rat is, geven deze getallen alleen een indicatie voor de mate van giftigheid. Op verpakking van stoffen staat die giftigheid niet beschreven, wel staan er gevarentekens op:
- Een doodskop betekent dat het middel erg giftig is. De LD50 is kleiner dan 50 mg/kg l.g.
- Een andreaskruis betekent dat het middel schadelijk is. De LD50 ligt tussen de 50 en de 500 mg/kg l.g.
[bewerk] Chronische giftigheid
Giftigheid op de lange termijn of chronische toxiciteit is moeilijk vast te stellen met proeven. Van veel stoffen is dat dan ook niet bekend. Het kan zijn dat het gaat om effecten over tien jaar, dertig jaar of zelfs in de tweede of derde generatie.
Berucht was het middel 2,4,5 T, het ontbladeringsmiddel 'Agent Orange' dat in de Vietnam-oorlog gebruikt werd tegen de Vietcong. Dit middel bleek sterk mutageen te zijn: sommige kinderen die geboren werden nadat hun moeders met dit middel in aanraking waren geweest, vertoonden erfelijke afwijkingen. Softenon, een geneesmiddel dat in de zestiger jaren werd gebruikt bij zwangere moeders, bleek teratogeen: kinderen werden met onderontwikkelde of afwezige ledematen geboren.
Chronische effecten kunnen zijn:
- carcinogeniteit of kankerverwekkende eigenschappen
- teratogeniteit of kans op aangeboren afwijkingen
- mutageniteit, erfelijke afwijkingen
- aborterende werking
- allergische reacties
- Cumulatieve effecten door het ophopen van het gif in het lichaam.
Lastig van chronische effecten is dat het veel moeilijker is een blootstellingsgrens aan t egevn, zoals bij acute giftigheid. Het gaat niet alleen om de dosis, maar ook om de tijdsduur dat men er aan blootgesteld wordt. Chronische effecten treden daarom vooral op bij mensen die beroepshalve veel met zulke stoffen werken.
Wanneer bewezen is dat stoffen een chronisch effect hebben, kan hun gebruik worden verboden. Maar dit is lastig aan te tonen. Zelfs tegenwoordig zijn er nog mensen die ontkennen dat roken longkanker veroorzaakt.
[bewerk] Veilige concentratie
De concentratie van een stof waarbij het nog veilig is om ermee te werken, althans waarbij het risico aanvaardbaar is, heet de MAC-waarde. Het is overigens onjuist te veronderstellen dat boven de MAC-waarde altijd en onder de MAC-waarde nooit schade wordt ondervonden. Men dient ernaar te streven de concentratie zo laag mogelijk te houden met de MAC-waarde als bovengrens.
Zie ook: vergif, Lijst van vergiften

