Sediment

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel In de medische wetenschappen wordt het woord sediment gebruikt bij urine-onderzoek.
Sedimenttransport door de Rhône naar het Meer van Genève.

Sediment of afzetting is de benaming voor door wind, water en/of ijs getransporteerd materiaal. Voorbeelden van sedimenten zijn grind, klei, zand, silt en lutum. Wanneer sediment wordt afgezet ontstaat een sedimentair gesteente. Recent afgezet materiaal is nog niet geconsolideerd maar kan in de tijd door consolidatie of lithificatie verharden.

De wetenschap die sedimenten en hun ontstaan bestudeert is de sedimentologie.

Veen is geen sediment. Het bestaat uit ter plaatse gevormd materiaal dat een sedentaat wordt genoemd. Wanneer het ophoopt wordt een sedentaat echter wel tot de sedimentaire gesteenten gerekend.

Sedimenten worden ingedeeld naar hun afzettingsmilieu of facies:

Alle sedimenten behalve mariene sedimenten (in zee afgezet) worden continentale sedimenten (op het land afgezet) genoemd. De bodem van Nederland en het grootste deel van België is opgebouwd uit sedimentair gesteente.

Sedimenten in rivieren[bewerken]

In alle rivieren komen deze deeltjes voor. Hoe groter de stroomsnelheid hoe minder tijd ieder deeltje heeft om te bezinken, bij hogere snelheden wordt meer materiaal in suspensie meegesleurd. Bij de monding van de rivier vermindert de stroomsnelheid en worden deze deeltjes afgezet, hierdoor verzandt de onderloop van de rivier (bijvoorbeeld de Westerschelde) en wordt de scheepvaart bemoeilijkt. Het sediment kan door baggeren verwijderd worden, maar meestal is het slib vervuild, zodat het niet zomaar gestort kan worden.

Sediment verplaatst zich op verschillende manieren, zoals glijdend of rollend (over ander sediment of gesteente), zwevend door het water, of springend en stuiterend. Als de stroming in water of lucht een gelijkmatige beweging is zal de sedimentverplaatsing constant zijn. Als de stroming draait en kolkt ontstaan er ophopingen van sediment en sedimentloze plekken. Ribbels op het strand zijn hier een voorbeeld van.

Sedimentverplaatsing zie je overal, in buitendijks gebied onder invloed van het getij, in binnendijks gebied door (over)stromingen van rivieren. Momenteel wordt van Oost-Terschelling zand meegenomen door de stroming en dit komt er aan de westkant van Ameland weer aan. Na ongeveer tien jaar draait dit weer om en komt het sediment weer terug bij Terschelling. In de Waddenzee is door de sterke stroming ook goed te zien wat er gebeurt met het sediment: hele stukken vaarroutes verplaatsen zich door dit proces.

Zie ook[bewerken]