Natuurlijke selectie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schematische weergave van de werking van selectie. Elke rij cirkels stelt een nieuwe generatie voor. In dit voorbeeld wordt geselecteerd op donkere kleur. In de jongste generatie, onderaan in het diagram, zijn alle individuen donkerder van kleur dan de oorspronkelijke gemeenschappelijke voorouder.

Natuurlijke selectie is een mechanisme dat in de natuur evolutie veroorzaakt. Natuurlijke selectie houdt in dat organismen die beter in hun omgeving passen, meer kans hebben om te overleven en voor nakomelingen te zorgen dan minder goed aangepaste organismen. Hierdoor zal het type van het best aangepaste organisme beter overleven en steeds meer de overhand nemen in de populatie ("survival of the fittest").

Voorbeeld[bewerken]

Een paartje konijnen dat in een veilige omgeving met voldoende voedsel wordt geplaatst zonder roofdieren kan zich in enkele generaties enorm vermenigvuldigen. In de natuur blijft de konijnenstand echter gemiddeld genomen gelijk. Er gaan dus aanzienlijke aantallen konijnen te gronde voor ze zich kunnen voortplanten. De konijnen zijn echter ook niet allemaal identiek. Sommige krijgen een ziekte, andere worden met een kreupel pootje geboren, andere gaan te veel op in wat ze aan het doen zijn om goed om zich heen te kijken, andere trekken naar een gebied waar ze in de kleibodem niet goed holletjes kunnen graven, etc. Natuurlijke selectie houdt nu in dat het konijn met het kreupele pootje en het konijn dat niet goed oplet meer kans maken door een vos te worden opgegeten dan een konijn dat wel goed kan rennen en goed om zich heen kijkt. Konijnen die door het toeval bedeeld zijn met eigenschappen die maken dat ze minder alert reageren op hun omgeving hebben een geringere overlevingskans, konijnen die iets beter kunnen inschatten wat hun kansen zijn dan hun ouders hebben een iets betere overlevingskans.

Over een termijn van duizenden en miljoenen jaren zal een soort daarom geleidelijk veranderen, vooral als de leefomgeving (b.v. onder invloed van klimaatsomstandigheden) verandert. Althans dat is de rol die in de klassieke (graduele) evolutietheorie aan natuurlijke selectie toebedacht wordt. In de later ontstane punctualistische vorm van de theorie speelt natuurlijke selectie een wat andere rol.

Experiment[bewerken]

Om de invloed van selectie door predatie in te schatten, kan je volgend praktisch experiment opzetten:

Er wordt een 'populatie' van een 100-tal pissebedden (Oniscus asellus; Isopoda) in een experimentele omgeving geplaatst waar ze zich kunnen verstoppen voor de 'experimentele predator'. Deze laatste is iemand die (enkel) met één bepaald vanginstrument (vork, kam ...) ongeveer de helft van de pissebedden gaat vangen nadat ze in het midden van de omgeving werden uitgezet. Herhaal deze procedure 3 maal voor de 'overlevenden'.

Vervolgens worden alle diertjes in een beker met vochtige doekjes gezet (om de diertjes niet te laten uitdrogen) en worden zowel de 'overlevenden' als de 'gevangenen' opgemeten: lichaamslengte, aantal rugplaten en loopsnelheid. Deze meting gebeurt best door personen die niet weten of het hier om al of niet overlevenden gaat (dit is een zogenaamde dubbelblinde studie).

Op deze meetresultaten kan je nu een statistische analyse uitvoeren die een antwoord geeft op de vraag "Zijn de overlevenden significant verschillend voor een bepaald kenmerk?".

Doordat elke populatie een genetische en daardoor ook een fenotypische variatie vertoont, zullen bepaalde diertjes beter of slechter aangepast zijn om aan onze negatieve selectie te ontsnappen. Enkel deze diertjes zullen hun genen doorgeven aan de volgende generatie, die beter aangepast zal zijn aan de heersende milieu-omstandigheden.

Seksuele selectie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Seksuele selectie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Naast de selectie door de natuur, is er de selectie door de seksuele partners. Deze selectie kan tegengesteld zijn aan de "survival of the fittest".

Niet-natuurlijke selectie[bewerken]

Kunstmatige selectie vindt plaats op een niet-natuurlijke wijze als de mens - door domesticatie - ingrijpt in het leven van sommige exemplaren van een soort (plant of dier). De mens bepaalt hoe deze exemplaren zich voortplanten, wat kan leiden tot snelle evolutie. Zo zijn in slechts enkele honderden jaren vele hondenrassen ontstaan. Bij het fokken van zilvervossen werd geselecteerd op tamheid en sociaal gedrag ten opzichte van de mens. Binnen opvallend korte tijd was een vossenras geproduceerd dat niet alleen qua gedrag, maar ook qua uiterlijk sterk op een hond leek.

Een recente ontwikkeling is genetische manipulatie waarmee rechtstreeks wordt ingegrepen in het erfelijk materiaal.

Zie ook[bewerken]