Fylogenetische stamboom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een fylogenetische stamboom geeft grafisch weer hoe verschillende taxa verwant zijn. Bovenstaande stamboom geeft een overzicht van de verwantschap tussen de rijken waar alle organismen onder vallen.

Een fylogenetische stamboom is in de evolutiebiologie een schema dat de evolutionaire geschiedenis van een bepaalde groep verwante biologische soorten (of andere taxa) weergeeft. De relaties zelf worden de fylogenie genoemd. De boom laat het patroon zien waarmee de soorten van een gemeenschappelijke voorouder afstammen. Ze laat zien wanneer bepaalde taxa en lineages verschenen en hoe nauw deze taxa met elkaar verwant zijn.[1]

In de boom representeert elk knooppunt de recentste gemeenschappelijke voorouder en de gerichte lijnen hun relatie. Soms geeft de lengte van de lijnen een schatting van de verstreken tijd weer. Aan de uiteinden en niet bij de knopen staan de taxonomische eenheden. Interne knooppunten noemt men hypothetische taxonomische eenheden omdat deze niet direct waargenomen kunnen worden. Vaak wordt er bij een knoop toch de naam van een taxonomische groep gezet om het verband te tonen met een taxonomische indeling - zo wordt aangegeven dat alle er onder staande taxa tot die bepaalde taxonomische groep behoren.

Hypothesen[bewerken]

Eocyte-hypothese

Bij verschil van inzicht ontstaan verschillende stambomen naast elkaar. Het voorbeeld toont verschillende hypothesen voor het ontstaan van de eukaryoten.[2] Links hebben alle archaebacteriën (Euryarchaeota + Crenarchaeota) en de Eukaryoten één gezamenlijke voorouder en vormen twee aparte domeinen. Rechts hebben de Eukaryoten zich pas later samen met de Crenarchaeota ontwikkeld uit één gemeenschappelijke voorouder (vanaf het pijltje). Daar vormen de Archaea en de Eukaryoten samen één domein. Links vormen de Archaea een monofyletisch taxon, rechts is die groep parafyletisch.

Stamboom van het cellulaire leven[bewerken]

Hoewel virussen duidelijke, en vaak ook snelle evolutie vertonen (denk aan griepvirussen en Hiv), worden ze niet gerekend tot het leven, onder andere omdat ze niet bestaan uit cellen. Hoe het fylogenetisch verband is tussen virussen en het cellulaire leven is nog verre van duidelijk.

Een verkort overzicht van de domeinen en supergroepen van het cellulaire leven ziet er dan als volgt uit:

Cladogram domeinen en supergroepen

Cladogram domeinen en supergroepen naar J.R. Holt en C.A. Iudica.[3]

Een meer uitgewerkt voorbeeld van een stamboom van het cellulaire leven naar J.R. Holt en C.A. Iudica:

Fylogenetische stamboom van het cellulaire leven

Fylogenetische stamboom van het cellulaire leven[4]

Geschiedenis[bewerken]

Stamboom volgens Ernst Haeckel uit 1866.
Stamboom volgens Ernst Haeckel uit 1874, met de mens bovenaan als sluitstuk van de evolutie.

Pogingen tot classificatie van organismen zijn er al zeer lang. Aristoteles (384-322 v.Chr.) maakte een indeling van de dieren, waarin al een begin van een fylogenie is te herkennen:

Tegen het einde van de twintigste eeuw bleek het duidelijk dat de bestaande stamboom niet meer voldeed. Het oorspronkelijke morfologisch en anatomisch onderzoek, met het uitgangspunt dat vormverwantschap duidt op bloedverwantschap, werd uitgebreid met cytologisch onderzoek en biochemisch onderzoek aan proteïnen en aan DNA. Een eenvoudige indeling in plantenrijk en dierenrijk was niet meer houdbaar: er waren te veel groepen die daar niet te plaatsen waren of juist in beide met evenveel recht. De schimmels werden al als zelfstandige groep gezien. Het was echter nog niet goed mogelijk een nieuwe stamboom op te stellen zodat de bestaande nog lang in gebruik bleef. Veel van de verouderde namen worden nog steeds gebruikt, maar meestal als informele omschrijvingen. De stamboom zag er als volgt uit:





 leven 

 Superrijk Archaebacteria



 Superrijk Eubacteria






Superrijk
 Eukaryota 


Rijk
 Planten 
 Phycobionta 
(algen)

 Stam Euglenophyta, Euglenozoa



 Stam Chlorophyta, Phytomonadina (groenwieren)



 Stam Dinophyta, Dinoflagellatae (dinoflagellaten)



Stam
 Chromophyta 

 Klasse Chrysophyceae, Chrysomonadina (goudwieren)



 Klasse Xanthophyceae, Heterocontae



 Klasse Bacillariophyceae (diatomeeën)



 Klasse Phaeophyceae (bruinwieren)




 Stam Rhodophyta (roodwieren)




 Mycobionta 
(schimmels)

 Stam Myxomycota (slijmzwammen)



Stam
 Eumycota 

 Klasse Phycomycetes (wierzwammen)



 Klasse Ascomycetes (zakjeszwammen)



 Klasse Basidiomycetes (steeltjeszwammen)



?

 (Deuteromycetes, Fungi imperfecti)


?

 (Lichenes, korstmossen)




 Stam Bryobionta 
(mossen s.l.)

 Klasse Hepaticae (levermossen)



 Klasse Musci (bladmossen of mossen s.s.)



 Klasse Anthocerotae (hauwmossen)






 Cormobionta 
(vaatplanten)

Stam
 Pteridophyta 
(vaatcryptogamen)

 Klasse Psilophytatae



 Klasse Lycopodiatae (wolfsklauwen)



 Klasse Articulatae (paardestaarten)



 Klasse Filicatae (varens)




Stam
 Spermatophyta 
(zaadplanten)

 Onderstam Gymnospermae (naaktzadigen)


 Onderstam 
 Angiospermae (bedektzadigen)

 Klasse Dicotyledonae (tweezaadlobbigen)



 Klasse Monocotyledonae (eenzaadlobbigen)










 Rijk
 Dieren 

Onderrijk
Protozoa
 (eencelligen
 Klasse
Flagellata
 (zweepdiertjes

 Chrysomonadina, Chrysophyceae



 Euglenoidina, Euglenophyta



 Phytomonadina, Chlorophyceae



 Cryptomonadina, Cryptophyta



 Dinoflagellatae, Dinophyta



 Protomonadina



 Diplomonadina



 Polymastiginia



 Opalinia




 Klasse Rhizopoda (wortelpotigen)



 Klasse Sporozoa (sporediertjes)



 Klasse Cnidosporidia



 Klasse Ciliata, Ciliophora (trilhaardiertjes)




Onderrijk
Metazoa
 (meercelligen

 Stam Mesozoa (middendiertjes)



 Stam Parazoa (sponsachtigen)




Stam
Eumetazoa
 (orgaandieren) 

 Onderstam 
Radiata

 Stam Cnidaria (neteldieren)



 Stam Ctenophora (ribkwallen)






 Onderstam 
Bilateria


Protostomia
 (oermondigen

 Stam Tentaculata



 Stam Platyhelminthes (platwormen)



 Stam Gnathostomulida (tandmondwormen)



 Stam Nemertini (snoerwormen)



 Stam Aschelminthes (rondwormen)



 Stam Mollusca (weekdieren)



 Stam Sipunculida (spuitwormen)



 Stam Kamptozoa, Entoprocta (kelkwormen)



 Stam Annelida (ringwormen)



 Stam Pentastomida, Linguatulida



 Stam Tardigrada (beerdiertjes)



 Stam Onychophora (fluweelwormen)



 Stam Arthropoda (geleedpotigen)




Deuterostomia
 (nieuwmondigen

 Stam Chaetognatha (pijlwormen)



 Stam Pogonophora, Branchiata



 Stam Hemichordata



 Stam Echinodermata (stekelhuidigen)



 Stam Chordata (chordadieren)









De stamboom bleef in ontwikkeling, maar was nog een indeling grotendeels op grond van overeenkomsten in anatomie, embryologie en morfologie. Er heerste nog grote onduidelijkheid op plaatsen waar de stamboom meer dan twee takken vanuit een punt ("harkjes") heeft. Rond de eeuwwisseling werden de eerste contouren van een meer fylogenetische stamboom beter zichtbaar:


 leven 

 Archaebacteria



 

 Eubacteria




 Eukaryota 
 Mycobionta 
(schimmels)

 Myxomycota (slijmzwammen)



 Eumycota, incl. Lichenes




 Phycobionta
+ planten

 Dinophyta (dinoflagellaten)



 Rhodophyta (roodwieren)



 Chromophyta


 Bryobionta 
(mossen)

 Hepaticae (levermossen + hauwmossen)



 Musci (bladmossen)



 Cormobionta
 (vaatplanten
 (vaatcryptogamen) 

 Pteridophyta (varens)


 Spermatophyta 
(zaadplanten)

 Angiospermae (bedektzadigen)



 Gymnospermae (naaktzadigen)





 Chlorophyta (groenwieren)






 

 Euglenophyta





 Animalia 
dieren

 

 Zooflagellata (zweepdiertjes)





 

 Coelenterata 
(neteldieren)
 Acnidaria 

 Ctenophora (ribkwallen)




Cnidaria

 

 Anthozoa (bloemdieren)



 Scyphozoa (schijfkwallen)




 Hydrozoa (hydroïdpoliepen)









 Coelomata 




 



 

 Notoneuralia 
Chordata

 Tunicata (manteldieren)



 

 Vertebrata (gewervelden)



 Acrania (lancetvisjes)





 Hemichordata




 Echinodermata (stekelhuidigen)




 

 Tentaculata






 Gastroneuralia 
Spiralia



 


 

 

 Mollusca (weekdieren)



 Articulata (geleedpotigen)




 Sipunculata (spuitwormen)




 Nemthelmintes (snoerwormen)




 Platyhelminthes (platwormen)






 Parazoa (sponsachtigen)





 

 Ciliata (trilhaardiertjes)



 Mesozoa (middendiertjes)




 Rhizopoda (wortelpotigen)



 Sporozoa, Apicomplexa







Zie ook[bewerken]

Bronnen Noten Referenties[bewerken]

Voetnoten
  1. Freeman & Herron (2003), pp 549-550
  2. Cox, C. J., Foster, P. G., Hirt, R. P., Harris, S. R., Embley, T. M. (2008). The archaebacterial origin of eukaryotes. Proc Natl Acad Sci U S A 105 (51): 20356-61 . DOI:10.1073/pnas.0810647105.
  3. Holt, J.R. and C.A. Iudica, 2013, Diversity of Life. Laatst bijgewerkt 18-11-2013
  4. Holt, J.R. & C.A. Iudica 2013. Diversity of Life. laatst bijgewerkt: 28-03-2013

Literatuur

  • (en) Freeman, S. & Herron, J.C.; 2003: Evolutionary Analysis, Pearson Prentice Hall, ISBN 0-13-101859-0.