Vaatplanten
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Vaatplanten | |||||
|---|---|---|---|---|---|
Arum dioscoridis |
|||||
| Taxonomische indeling | |||||
|
|||||
| clade | |||||
| Tracheophyta |
De vaatplanten (wetenschappelijke naam Tracheobionta of Tracheophyta) zijn landplanten met vaatbundels, een transportsysteem voor water. Het voornaamste transport vindt plaats in twee richtingen met:
- xyleem dat water en de daarin opgeloste mineralen naar het blad toe transporteert.
- floëem, dat assimilaten vanuit het blad naar de andere delen van de plant transporteert of vanuit de opslagweefsels naar de groeiende delen van de plant, zoals bij het uitlopen van een boom. Tot de Vaatplanten werden historisch alle embryophyten (hogere planten of Cormophyta) gerekend, met uitzondering van de mossen en de benaming hogere planten geldt nog altijd als synoniem van Vaatplanten.
De vaatplanten zijn de belangrijkste groep in de landplanten (Cormophyta of Embryophyta), die verder ook mossen en verwante groepen omvat.
[bewerken] Taxonomie
In de 23e druk van de Heukels worden de Nederlandse vaatplanten ingedeeld in 3 klassen:
- klasse Lycopsida (wolfsklauwen)
- orde Lycopodiales
- familie Lycopodiaceae
- orde Isoetales
- familie Isoetaceae
- orde Lycopodiales
- klasse Pteropsida (varens en paardenstaarten)
- orde Ophioglossales
- familie Ophioglossaceae (addertongfamilie)
- orde Filicales
- familie Equisetaceae (paardenstaartfamilie)
- familie Osmundaceae (koningsvarenfamilie)
- familie Salviniaceae (vlotvarenfamilie)
- familie Marsileaceae (pilvarenfamilie)
- familie Dennstaedtiaceae (adelaarsvarenfamilie)
- familie Pteridaceae (lintvarenfamilie)
- familie Polypodiaceae (eikvarenfamilie)
- familie Dryopteridaceae (niervarenfamilie)
- familie Blechnaceae (dubbellooffamilie)
- familie Onocleaceae (bolletsvarenfamilie)
- familie Aspleniaceae (streepvarenfamilie)
- familie Thelypteridaceae (moerasvarenfamilie)
- familie Athyriaceae (wijfjesvarenfamilie)
- orde Ophioglossales
- klasse Spermatopsida (zaadplanten)
- orde Coniferales (coniferen)
- familie Pinaceae (dennenfamilie)
- familie Cupressaceae (cipresfamilie)
- familie Taxaceae (taxusfamilie)
- clade Bedektzadigen (APG II: angiosperms)
- 'orde' ANITA groep
- familie Nymphaeaceae
- clade Eenzaadlobbigen (APG II: monocots)
- Commeliniden (APG II: commelinids)
- orde Ceratophyllales
- familie Ceratophyllaceae
- clade Magnoliiden (APG II: magnoliids)
- clade Tweezaadlobbigen (APG II: eudicots)
- Primitieve tweezaadlobbigen:
-
- orde Ranunculales
- orde Proteales
- orde Buxales
- clade Geavanceerde Tweezaadlobbigen (APG II: core eudicots)
- clade Rosiden (APG II: rosids)
- clade Fabiden (APG II: eurosids I)
- clade Malviden (APG II: eurosids II)
- clade Asteriden (APG II: asterids )
- clade Lamiiden (APG II: euasterids I)
- clade Campanuliden (APG II: euasterids II)
- clade Rosiden (APG II: rosids)
-
- 'orde' ANITA groep
- orde Coniferales (coniferen)
Opmerkingen:
- De ANITA groep wordt in de Heukels aangemerkt als orde, maar daar wordt geen formele naam bijgeleverd. Het is ook niet echt duidelijk of het geen paraphyletische groep is.
- De "primitieve tweezaadlobbigen" lijkt een gemaksterm voor een parafyletische groepering