Metamorfose (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Metamorfose (afkomstig van het Griekse μεταμόρφωσις / metamórphosis) betekent letterlijk 'gedaanteverwisseling'. In de biologie betekent het meestal de gedaanteverwisseling bij geleedpotigen en amfibieën.

Geleedpotigen[bewerken]

Bij geleedpotigen die zich na het larve-stadium en verpoppen spreekt men van een volledige gedaanteverwisseling (vlinders, kevers). Geleedpotigen die als larve al op het volwassen dier lijken maar nog geen vleugels hebben, hebben een onvolledige gedaanteverwisseling (bijvoorbeeld wants, sprinkhaan). Er zijn ook geleedpotigen die er als jong exemplaar net zo uitzien als in het volwassen stadium; die vervellen wel maar hebben geen gedaanteverwisseling.

larve van de gewone pad

Amfibieën[bewerken]

Bijna functionele bruine kikker, poten net uit de nog zichtbare kieuwzak en kaak is nog in ontwikkeling

Zowel kikkers, padden als salamanders komen uit het ei als een larve met uitwendige kieuwen (kikkervisje).

Bij amfibieën wordt de metamorfose geregeld door de concentratie van thyroxine, dat de metamorfose stimuleert en prolactine dat de metamorfose remt. De specifieke gebeurtenissen hangen af van de gevoeligheid van de weefsels voor deze hormonen. Aangezien de embryonale ontwikkeling vaak voor een groot gedeelte buiten het moederlichaam of het ei plaatsvindt zijn er allerlei aanpassingen aan specifieke ecologische omstandigheden, waardoor de larven ook al gespecialiseerde organen hebben moeten ontwikkelen (rasptandjes, voelsprieten, vinzomen etc.). Na de metamorfose zijn deze aanpassingen niet meer nodig en worden de organen weer geresorbeerd. De hoeveelheid aanpassingen en de manier van ontwikkeling van amfibieën is verbazingwekkend en er zijn ook recent nog zeer veel ontdekkingen gedaan.

Kikkers en Padden[bewerken]

Bij kikkers en padden worden na enige tijd de uitwendige kieuwen vervangen door inwendige en vormen zich longen. De achterpoten worden ook al snel zichtbaar. De meest ingrijpende en snelle metamorfose zien we echter bij de overgang van het algenetende stadium naar het carnivore stadium. De grote darm verdwijnt, evenals de slurfvormige bek met de schraaptandjes. De kaak wordt enorm vergroot, de voorpoten die al daarvoor al wel waren ontwikkeld, maar zich in de kieuwholte bevonden verschijnen en de achterpoten worden functioneel. Ook de ogen groeien in een enorm tempo. Verder wordt ook nog een tong gevormd en dit alles wordt nog gecomplementeerd met aanleg van bijbehorende neuronen en de celdood van overbodig geworden neuronen.

Deze gedaanteverwisseling kan binnen een dag plaatsvinden. Vaak zien we dat het nog enige dagen duurt voordat de staart geheel is geresorbeerd. De resorptie van de staart vindt pas plaats bij wat hogere thyroxineconcentraties. Hierdoor is het dier altijd voorzien van een voorbewegingsapparaat.

Salamanders[bewerken]

De benaming metamorfose voor de gedaanteverwisseling van salamanders is misschien wat overdreven, omdat er in feite alleen langzame ontwikkelingsprocessen voorkomen. Longen en poten zijn al snel functioneel, maar de larven blijven vaak nog lang in het water en behouden dan hun uitwendige kieuwen. Sommige soorten als de axolotl ontwikkelen zich niet verder en planten zich voort in hun juveniele gedaante. Dit verschijnsel wordt neotenie genoemd en kan zelfs bij de inheemse kleine watersalamander optreden. Salamandergeslachten met neotenie zijn: Siren, Necturus, Eurycea en Ambystoma. Ambystoma tigrinum en Ambystoma gracilus metamorfoseren alleen bij hogere temperatuur. Salamanders van de geslachten Siren en Eurycea metamorfoseren zelfs niet bij een grote dosis extern aangevoerd schildklierhormoon.

Prolactine zorgt ervoor dat salamanders weer in de waterfase komen. De huid wordt weer dun en er worden vinzomen gevormd.

Externe links[bewerken]