Waterplant

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De waterplanten zijn planten die zijn aangepast aan een tijdelijk of continu bestaan geheel of grotendeels onder water (submers of emers). Ze hebben morfologische aanpssingen waardoor ze kunnen overleven.

Terwijl de 'echte' waterplanten niet in de bodem wortelen en vaak onder water kunnen leven (met uitzondering van de bloeiwijzen), wortelen de helofyten of moerasplanten in de bodem en steken gewoonlijk boven de wateroppervlakte uit.

Waterplanten dienen als voedselbron en als schuil- en broedplaats voor vele diersoorten.

Onderverdeling[bewerken]

Er kan een onderscheid gemaakt worden op basis van de weerstandigheid tegen droge groei-omstandigheden.

Helofyten[bewerken]

De moerasplanten of helofyten kan men vinden in vochtige gebieden, oevers, tijdelijke wateren en overstromingsgebieden. Typerend voor vele moerasplanten is dat ze zich hebben aangepast aan een droge periode (vb. het uitdrogen van een rivierbedding) en een periode van gedeeltelijke of volledige onderdompeling. Voor sommige soorten is deze afwisseling noodzakelijk voor het bestaan.

De periodes van droogvallen of van volledige onderdompeling mogen in het belang van de plant geen extreme waarden overschrijden:

  • De mate van de vloedperiode: indien de planten te diep onder de waterspiegel komen te staan zal er groeivertraging of afsterving voorkomen omwille van een tekort aan zonlicht.
  • De mate van de droge periode: indien deze periode te lang of te intens is kunnen de planten uitdrogen.

De moerasplanten verkrijgen hun voedingsstoffen zowel via de bladeren als de wortels (waarbij de laatste zeer duidelijk als hoofdleverancier fungeren).

Voorbeelden van een inheemse moerasplant zijn pijlkruid, mattenbies en waterweegbree.

Hydrofyten[bewerken]

Fonteinkruid

De echte waterplanten of hydrofyten kunnen in rustig, traag stromende permanente rivieren of meren gevonden worden. Indien het waterbestand uitdroogt zal het voortbestaan van deze planten onmogelijk zijn. Deze planten hebben zich aangepast om een submers leven mogelijk te maken.

De wortels dienen enkel tot verankering van de plant. De stengels kunnen tot tien meter lang worden en zijn soepel en buigbaar. De drijvende bladeren kunnen hierdoor meeëvolueren met de waterstand waardoor de lichtopname nooit in het gedrang komt. Andere soorten drijven, onafhankelijk van de bodem, net onder of boven het wateroppervlak. In beide gevallen zullen de voedingstoffen hoofdzakelijk via het blad verkregen worden.

Voorbeelden van ondergedompelde of submerse waterplanten zijn

Voorbeelden van emerse waterplanten, met drijvende bladeren zijn:

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Levensvormgroeivorm: boom · chamaefyt · eenjarige plant · epifyt · fanerofyt · geofyt · groeivorm · hapaxant · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · kruidachtig · levensduur · levensvorm · meerjarige plant · monocarpisch · overblijvende plant · struik · teloomtheorie · therofyt · tweejarige plant · vaste plant · waterplant
Wortel: bijwortel · centrale cilinder · diktegroei · endodermis · exodermis · luchtwortel · pericambium · pericykel · rhizodermis · rizoïde ·secundaire diktegroei · centrale cilinder · topmeristeem · wortel · wortelhaar · wortelmutsje · zijwortel
Stengel: bast · cambium · centrale cilinder · concaulescentie · diktegroei · knoop · lenticel · metatopie · stekel · stele · stengel · tak · topmeristeem · uitloper · vertakking · wortelstok
Blad: ader · blad · bladgroen · bladgroenkorrel · bladmoes · bladnerf · bladschede · bladschijf · bladstand · bladsteel · bladvoet · catafyl · chlorenchym · fyllotaxis · hoofdnerf · kokertje · ligula · nerf · nervatuur · steunblaadje · tongetje · tuitje · zaadlob · zijnerf
Bloemgameetspore: androecium · androfoor · androgynofoor · anthofoor · anthere · anthotaxis · bijkelk · bloemstengel · bloeiwijze · bloemgestel · bloem · bloembodem · bloembekleedsel · bloemdek · bloemdekblad · bloemkroon · bloemstengel · bractee · calyx · carpel · caulis · connectivum · corolla · discus · epicalyx · filament · funiculus · gametofyt · gynoecium · gynofoor · helmbindsel · helmdraad · helmhokje · helmhokje · hoogteblad · hypanthium · hypsofyl · inflorescentie · integument · kegel · kelk · kelkblad · kroon · kroonblad · macrospore · meeldraad · meeldraaddrager · microspore · navelstreng · nucellus · omwindsel · ovarium · ovulum · perianth · perigoon · petaal · placenta · pollenbuis · receptaculum · schijf · schutblad · sepaal · sporangium · spore · sporofyl · sporophyllum · Sporofyt · stamper · stamperdrager · stempel · stengel · stigma · stijl · stylus · Strobilus · Tepaal · theca · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaadbeginsel · zaadknop · zaadknopkern · zaadknopkern · zaadlijst
Vruchtzaadkieming: cotyl · cryptocotylair · embryo · endosperm · epigeaal · fanerocotylair · hypogeaal · kieming · kiemwit · mierenbroodje · pluimpje · scarificeren · stratificatie · vrucht · vruchtbeginsel · vruchtblad · zaad · zaadhuid · zaadlijst · zaadlob · zygote
Morfologie & Anatomie: apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · kelk · bloemkroon · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sklereïde · sklerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote