Sporangium
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Rijp sporangium van een Mucor schimmelsoort
Sporenhoopjes met sporangiën van de stijve naaldvaren
Sporogoon van Bryum argenteum
Het sporendoosje of sporangium (meervoud: sporangiën of sporangia) bestaat uit een enkele cel of uit een veelcellige structuur, waarin sporen worden gevormd.
Ze komen voor bij schimmels, algen, mossen, paardenstaarten en varens en zaadplanten.
- Bij mossen wordt het een sporogoon of kapsel genoemd.
- Bij varens kunnen meerdere sporendoosjes een sporenhoopje of sorus vormen. Sommige varens hebben een onderscheid in mannelijke of micro-sporangiën en vrouwelijke of mega-sporangiën.
- Bij zaadplanten zijn de sporangiën niet onmiddellijk zichtbaar. Dit geldt vooral voor de megasporangiën : ze zijn omgeven door een of twee integumenten, en deze zijn bij bedektzadigen weer omgeven door een vruchtblad (carpel). De microsporangiën komen overeen met de helmknoppen.
[bewerken] Zaadplanten
Bij de zaadplanten komen vergelijkbare structuren voor.
[bewerken] Microsporangium
Bij de bedektzadigen worden microsporangiën (stuifmeelkorrelmoederzakken) gevormd. Bij de vorming van de meeldraad veranderen vier groepjes van meristematische cellen in vier stuifmeelkorrelmoederzakken.
Bij de naaktzadigen zit het microsporangium op het microsporofyl van de mannelijke kegels.
[bewerken] Megasporangium
In de zaadknop van zaadplanten zit de nucellus (megasporangium), waaruit de embryozakmoedercel gevormd wordt.
Sporendoosjes met calyptra van Physcomitrium pyriforme