Biologische psychologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Psychologie
Psy logo.jpg

Basisdisciplines
Functieleer
Sociale psychologie
Ontwikkelingspsychologie
Gedragsanalyse
Cognitieve psychologie
Biologische psychologie
Klinische psychologie
Neuropsychologie
Persoonlijkheidsleer

Andere disciplines
Humanistische psychologie
Arbeids- en organisatiepsychologie
Psychologie van arbeid en gezondheid
Leerpsychologie
Rechtspsychologie
Dieptepsychologie
Gestaltpsychologie
Dierpsychologie
Culturele psychologie
Psychometrie
Psychonomie
Taalpsychologie
Evolutionaire psychologie
Psychohistorie

Gerelateerde onderwerpen
Lijst van psychologen
Psychologie van A tot Z

Portaal  Portaalicoon  Psychologie

De biologische psychologie is de wetenschappelijke bestudering van de biologische basis van het gedrag en de psychische processen van mensen. Echter, ook de resultaten van dieronderzoek (dat strikt genomen onderdeel vormt van de neurowetenschap) vormt een belangrijke bron van informatie voor de biologisch psycholoog.

Aan de biologische psychologie verwante disciplines zijn de psychofysiologie, de fysiologische psychologie en de neuropsychologie. Recenter is het gebruik van de term cognitieve neurowetenschap. Omdat het onderscheid tussen al deze gebieden en termen geleidelijk aan het vervagen is, willen we hier volstaan met de meer algemene en overkoepelende term biologische psychologie. Wél zal hieronder een schets worden gegeven van de verschillende invalshoeken waarvan men in dit type wetenschappelijk onderzoek uit kan gaan.

Biologische psychologie maakt meestal gebruik van experimenteel onderzoek van menselijke proefpersonen, waarbij het met name gaat om de analyse van de veranderingen in fysiologische activiteit van het lichaam, als gevolg van manipulatie van bepaalde taakconditities. Deze fysiologische activiteit kan betrekking hebben op het autonome zenuwstelsel (men denke hierbij aan hartslag, ademhaling, huidgeleiding, pupildiameter e.d.) maar ook op het centrale zenuwstelsel en de hersenen. Hierbij kan men denken aan spieractiviteit (het elektromyogram of EMG) of hersenactiviteit (het elektro-encefalogram of EEG). Meer recent wordt hier ook gebruikgemaakt van hersenbeeldvormende technieken (zoals fMRI).

Invalshoeken van de biologische psychologie[bewerken]

Het biologischpsychologisch onderzoek kan grofweg vanuit drie verschillende invalshoeken plaatsvinden (noot: in de praktijk treffen we echter ook vaak mengvormen hiervan aan).

In de eerste plaats kan men trachten systematisch de effecten van psychologische taakcondities op fysiologische activiteit in kaart te brengen. Dit onderzoek heeft in de laatste jaren veel interessante nieuwe kennis opgeleverd over specifieke hersenactiviteit die optreedt bij algemene menselijke functies als het verwerken van taal, selectieve aandacht, emotie en geheugen. Ook zijn er interessante ontdekkingen gedaan over de wijze waarop menselijke fouten in het brein worden verwerkt. Deze benadering is typerend voor onderzoekers uit de hoek van experimentele psychologie (ook wel functieleer of cognitieve psychologie genoemd).

Een tweede invalshoek richt zich meer op het in kaart brengen van individuele verschillen tussen mensen, voor zover deze gerelateerd zijn aan bepaalde persoonlijkheidseigenschappen, specifieke hersenfuncties, of erfelijke disposities. Nieuwe benaderingen binnen de genetica (zoals het tweelingenonderzoek, kwantificering van DNA) maken het hierbij mogelijk beter dan voorheen de genetische basis van menselijke gedrag en hieraan gerelateerde fysiologische activiteit systematisch in kaart te brengen. De neuropsychologische benadering kan men zien als een bijzondere variant van deze invalshoek. De neuropsycholoog gaat het echter primair om het kaart brengen van gevolgen van hersenbeschadiging op menselijk gedrag. Het 'onderzoeksmateriaal' bestaat hier dus voornamelijk uit patiënten of groepen patiënten met bepaalde specifieke hersenstoornissen.

Een derde benadering in de biologische psychologie richt zich tenslotte op de veranderingen in gedrag en hersenactiviteit die tijdens de menselijke levensloop kunnen optreden. Deze betreffen bijvoorbeeld rijping en ontwikkeling van hersenactiviteit van kind tot volwassene, maar ook de veranderingen in hersenactiviteit bij normale en abnormale veroudering (men spreekt hier ook wel van Cognitieve veroudering).

Referenties[bewerken]

J.W. Kalat. Biological Psychology. Sixth Edition. Brooks/ColePublishing Company, ISBN 0-534-34893-9