Evolutionaire psychologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal Psychologie

In de evolutionaire psychologie worden de psychologische aspecten van de menselijke geest en menselijk gedrag vanuit het oogpunt van de evolutietheorie verklaard. Daarbij worden psychologische functies zoals geheugen, perceptie en taal, maar ook menselijke gedragingen zoals partnerkeuze, altruisme en leiderschap beschouwd vanuit het perspectief van natuurlijke selectie. Mensen kunnen bijvoorbeeld frequente en meer recente gebeurtenissen beter onthouden dan minder frequente of vroegere gebeurtenissen. Het snel kunnen opsporen van feiten die frequent en recent hebben plaatsgevonden biedt mogelijk een selectievoordeel, omdat het een efficiënte zoekstrategie is voor systemen waarin veel informatie is opgeslagen. Eigenschappen als zelfbewustzijn en zelfreflectie bieden de mogelijkheid om verschillende gedragsscenario's en hun consequenties te overwegen, wat mogelijk in de loop der evolutie ook een voordeel in de strijd om het bestaan heeft betekend.

Een belangrijk element daarbij is de ontwikkeling van het menselijk brein. Zo kunnen bijvoorbeeld functies als bewustzijn, taal, intelligentie en empathie in verband worden gebracht met de sterker ontwikkelde frontale hersenen, het groter hersenvolume en de sterkere lateralisatie van de menselijke hersenen vergeleken met de hersenen van lagere zoogdieren. Belangrijke invloedrijke vertegenwoordigers van deze richting zijn Michael Corballis Steven Pinker en Robin Dunbar.

Ook binnen de verwante vakgebieden biologische psychologie en neurologie hebben principes ontleend aan de evolutietheorie gedurende de laatste 20 jaar een groter gewicht gekregen.

Een belangrijk concept in de evolutionaire psychologie is de EEA of environment of evolutionary adaptedness. Deze term, geïntroduceerd door de Britse psychiater en psychoanalyticus John Bowlby (19071990), beschrijft de omgevingsfactoren waarin een bepaald gedrag evolutionair gezien tot stand is gekomen door middel van adaptaties en onder druk van de natuurlijke selectie. Aangezien bij mensen de omgeving vaak zo snel verandert dat het brein zich niet snel genoeg kan aanpassen kan er sprake zijn van een mismatch waarin adaptief gedrag in onze voorouderlijke omgeving niet meer adaptief is (bijvoorbeeld de angst voor slangen en spinnen)

Een evolutionair psycholoog neemt hedendaags gedrag waar en probeert vervolgens te verklaren hoe, en onder welke (omgevings)factoren dit gedrag zo heeft kunnen ontstaan(evolueren). Bijvoorbeeld: hij neemt waar dat mensen vreemdgaan. Vervolgens probeert een evolutionair psycholoog te bedenken (en te onderzoeken) of vreemdgaan een evolutionair voordeel kan zijn geweest. Als vreemdgaan inderdaad gunstig is geweest voor de voortplantingskansen van het individu, dan zal er evolutionaire selectie druk zijn opgetreden (psychologische seksuele selectie) richting de eigenschap vreemdgaan. Dat kan dan de reden zijn waarom we ook tegenwoordig nog steeds vreemdgaan.

Aangezien vanuit gedrag wordt terug geredeneerd, is het in de evolutionaire psychologie niet een vraagstuk of er een verklaring is voor ons hedendaags gedrag, maar meer de vraag welke evolutionaire functies een bepaald gedrag heeft.

Aan Nederlandse universiteiten zijn er verschillende groepen die evolutionair psychologisch onderzoek doen, bijvoorbeeld Prof. Bram Buunk (RUG), Dr. Annemie Ploeger (UvA), en Prof. Mark van Vugt (VU)

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen