Aandacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Portal.svg Portaal psychologie

Aandacht is het cognitief proces van zich selectief richten op één aspect van de omgeving, terwijl andere aspecten worden genegeerd. Aandacht wordt soms ook opgevat als het toekennen van verwerkingscapaciteit. Het is verwant aan begrippen als: alertheid, concentratie en selectief verwerken van informatie. Voorbeelden zijn het naar iemand luisteren in een drukke omgeving, het kijken naar een spannende film op de televisie, of het geconcentreerd volgen van de bal door een tennisspeler.

Algemeen[bewerken]

Aandacht kan variëren in intensiteit (sterkte) en selectie (scherpte). Aandacht kan verslappen in een toestand van slaperigheid, of als men door iets anders wordt afgeleid. Het is een van de meest onderzochte onderwerpen binnen de psychologie en de cognitieve neurowetenschappen. Van de verschillende cognitieve processen in het menselijke brein (beslissen, geheugen, emotie, enz.) wordt verondersteld dat aandacht de meest concrete is, omdat het veel te maken heeft met perceptie. Aandacht is daarom de poort naar de rest van cognitie. William James, één van de eerste grote psychologen, formuleerde de beroemdste definitie van aandacht:

"Everyone knows what attention is. It is the taking possession by the mind in clear and vivid form, of one out of what seem several simultaneously possible objects or trains of thought... It implies withdrawal from some things in order to deal effectively with others."

Principles of Psychology, 1890

Vormen van aandacht[bewerken]

Aandacht kan op verschillende manieren worden gericht. Men kan ook spreken van verschillende vormen van aandacht.[1]

  • Actief vs. passief

James (1890) maakte onderscheid tussen actieve en passieve modi van aandacht. Aandacht is actief als het top-down (dat wil zeggen bewust en 'van binnen uit') door het individu zijn doelen of verwachtingen wordt gestuurd, het is passief als het 'bottom-up' (dat wil zeggen passief van buitenaf) door externe stimuli wordt gestuurd. Een model van bottom-up aandacht is de Saliency Map.

  • Ruimtelijk vs. niet-ruimtelijk

Het lijkt wel of het richten van de aandacht altijd gekoppeld is aan posities in de ruimte: we letten op een fietser of een geluid links van ons, een bal die van links naar rechts beweegt, enzovoort. Toch is het mogelijk ook de aandacht te richten op een niet-ruimtelijk kenmerk, zoals een specifieke kleur of vorm. Bijvoorbeeld bij het wachten voor een rood stoplicht bereiden we ons voor op het moment dat het licht op groen zal springen.

  • Op één aspect of meerdere aspecten

Aandacht kan voor korte of langere tijd op een specifiek detail of aspect van de omgeving zijn gericht, zoals een kleur, bepaald geluid, specifiek persoon, stemgeluid etc. Dit noemt men ook wel gerichte aandacht ([focused attention). Bijvoorbeeld: het voeren van een gesprek met een persoon in een drukke omgeving. Hij kan echter ook gericht zijn op meerdere aspecten tegelijk. Dit heet verdeelde aandacht (divided attention) Voorbeelden zijn een piloot die tijdens een vlucht moet letten op verschillende zaken zoals de radio, de visuele omgeving, het bedienen van apparatuur. In het laatste geval moet de aandacht snel omschakelen van de ene bron naar een andere.

  • Overt vs. covert

Overte aandacht is het richten van de ogen naar een stimulusbron. Coverte aandacht is het mentaal richten van de aandacht op een bepaald punt in de ruimte: de ogen kunnen bijvoorbeeld naar links kijken maar de aandacht is gericht op iets aan de rechterzijde van het lichaam. Coverte aandacht wordt beschouwd als een neuraal proces dat het signaal van een bepaald deel van het zintuiglijke panorama versterkt.

  • Extern vs Intern.

Aandacht kan op aspecten of objecten in de buitenwereld zijn gericht, of op interne gebeurtenissen, zoals een beeld of indruk in het geheugen. Bij externe aandacht overheersen de zintuiglijke, bij interne aandacht de geheugenprocessen.

  • Volgehouden aandacht

Bij volgehouden aandacht (Engels: sustained attention) wordt de aandacht voor lange tot zeer lange tijd gericht op een of meerdere gebeurtenissen. Denk aan paneelbewakers bij spoorwegen of luchthavens die een beeldscherm voor lange tijd moeten bewaken. Men moet alert blijven voor gebeurtenissen die zo nu en dan en vaak met lange tussenpozen plaatsvinden. Door slaperigheid of verveling kan de aandacht verslappen en kunnen details worden gemist.

Aandacht als een filter[bewerken]

Selectieve aandacht wordt wel eens vergeleken met een filter of poort. Deze filtertheorie die oorspronkelijk bedacht is door de Engelse psycholoog Donald Broadbent[2] veronderstelt dat een mechanisme in de hersenen in een vroeg stadium relevante informatie scheidt van niet relevante formatie. Alleen de relevante informatie wordt verder verwerkt en bewust ervaren. Deze theorie lijkt goed aan te sluiten bij het receptie-fenomeen (Engels: cocktail-party effect). Op een drukke receptie of in een druk café zijn we meestal goed in staat ons te concentreren op het gesprek met een specifiek persoon. Het lijkt dan wel of alle andere geluiden op de achtergrond wegvallen. Helemaal klopt deze theorie niet, want in het genoemde voorbeeld zal een saillante gebeurtenis (bijvoorbeeld iemand roept onze naam) toch ineens onze aandacht kunnen trekken. Dit laatst verschijnsel noemt men ook wel intrusie (Engels: intrusion). Mogelijk berust het laatste op een oud evolutionair mechanisme; een dier dat aandachtig zijn prooi verorbert, zal zich niet volledig van de omgeving moeten afsluiten en prikkels kunnen blijven waarnemen die een mogelijk gevaar betekenen. In tegenstelling tot theorieën die stellen dat aandacht berust op een mechanisme in de hersenen dat relevant prikkels versterkt (zie ook de volgende paragraaf), ging de filtertheorie uit van het principe dat aandacht de niet relevante prikkels onderdrukt.

Aandacht als mentale inspanning[bewerken]

Mentale inspanning heeft vaak te maken met situaties waarbij op meerdere zaken tegelijk moet worden gelet (hierboven verdeelde aandacht genoemd). De zaken waarop moet worden gelet kunnen betrekking hebben op externe informatie (zoals gebeurtenissen uit de omgeving) of op informatie die intern is opgeslagen, zoals bij denk- of geheugenprocessen. De hersenen zijn echter niet in staat alle informatie tegelijk te verwerken: men spreekt ook wel van een beperkte capaciteit of hulpbron (Engels: resource). Volgens een invloedrijke aandachtstheorie kan door mentale inspanning het beroep op de beperkte capaciteit van de hersenen ten dele worden overwonnen.[3] Mentale inspanning kan met behulp van specifieke cognitieve taken in het laboratorium worden nagebootst. Een voorbeeld zijn visuele zoektaken waarbij men op een beeldscherm moet zoeken naar een specifieke object te midden van andere soortgelijke objecten. Interne aandachtfuncties zijn onderzocht door middel van geheugenzoektaken of taken waarbij men een probleem (bijvoorbeeld een rekensom) moet oplossen. In geheugenzoektaken moet men aangeven of een bepaald object (letter of figuur) deel uitmaakt van een lijst objecten die van tevoren in het geheugen is geprent. Weer een ander voorbeeld is de mentale rotatietaak waarbij men een mentale voorstelling van een figuur in gedachten moet roteren. Een gemeenschappelijk element in dit soort taken is dat zij een beroep doen op het werkgeheugen.

Aandacht als selectie[bewerken]

Rechts: voorbeeld van een visuele selectietaak met neutrale (boven) en locatie (onder) cues. Een dia met cue wordt steeds gevolgd door een dia met vierkant. Links: ERPs op vierkanten voorafgegaan door neutrale en locatiecues. De vergrote P1- en N1-componenten weerspiegelen het effect van coverte aandacht (gesymboliseerd door de rode bundel) voor de waargenomen figuur. Merk op dat dit effect ook optreedt voor prikkels waarop met niet hoeft te reageren.

Aandacht kan ook gezien worden als een proces van selectie. Men spreekt ook wel van gerichte aandacht. Deze vorm van aandacht is vooral met perceptuele (waarnemings)functies geassocieerd. De wereld die ons omringt, bevat namelijk vaak zóveel informatie dat wij niet in staat zijn dit allemaal tegelijk te verwerken. Selectie is nu het proces waardoor bepaalde gebeurtenissen of prikkels uit de omgeving met voorrang door de hersenen worden behandeld. In een typisch selectieve aandachtsexperiment (zie ook figuur) worden bijvoorbeeld op linker- en rechterlocaties van een beeldscherm door elkaar rode of zwarte vierkanten aangeboden. De kleur en locatie van de vierkanten is onvoorspelbaar. De opdracht luidt nu zo snel mogelijk op een knop te drukken als er een rood vierkant verschijnt. De proefpersoon moet daarbij steeds de ogen op het midden van het beeldscherm gefixeerd houden. Als nu kort voor het verschijnen van een vierkant op met een pijl (een zogenaamde cue) wordt aangegeven waar het vierkant zal verschijnen, zal men sneller op het rode vierkant reageren dan wanneer voorafgaande aan de figuur een neutrale cue, zoals een kruis, op het scherm verschijnt. Kennelijk helpt de informatieve cue ons om de locatie van het vierkant alvast voor te selecteren.

Eenzelfde soort experiment kan men opzetten met geluidsprikkels, hoewel de opzet daarbij iets anders is. In een beroemd experiment van Cherry[4] werden bijvoorbeeld via een koptelefoon verschillende zinnen tegelijk aangeboden aan het rechter- en linkeroor. De opdracht daarbij was alleen de zinnen op één oor na te zeggen (dit noemt men ook wel 'schaduwen'). Het bleek dat na afloop de proefpersoon geen details meer wist te noemen van het oor waarop hij niet had hoeven te letten. Blijkbaar was alleen de geattendeerde informatie geselecteerd: dat wil zeggen tot het geheugen doorgedrongen.

Neurale mechanismen van selectieve aandacht[bewerken]

Er is veel onderzoek gedaan naar mechanismen in de hersenen die selectieve aandacht reguleren. Enkele van deze mechanismen worden hieronder besproken.

Sensorische versterking: ERP- en fMRI-onderzoek[bewerken]

De toestand van selectieve aandacht blijkt in de hersenen gepaard te gaan met een versterking van de verwerking van prikkels uit de omgeving. Dit principe noemt men ook wel sensorische versterking (Engels: sensory gain). Dit is onderzocht met technieken als event-related potentials (ERPs) en fMRI. Zo blijkt dat ERP-componenten als P1 en N1 die door visuele prikkels worden opgeroepen, in amplitude toenemen als ze deze stimuli aandacht krijgen.In het eerder genoemde experiment zullen bijvoorbeeld P1 en N1 groter zijn voor vierkanten die na een locatiecue komen, dan voor vierkanten die na een neutrale cue komen. Het P1-effect treedt op tussen 70-90 ms na aanbieding van de stimulus en wordt gezien als de vroegste manifestatie van selectieve aandacht. Het effect treedt echter alleen op bij spatiële selectie (bijvoorbeeld: let op links en niet op rechts) en niet bij selectie van bijvoorbeeld kleur of vorm, of selectie van complete objecten (zoals let op tafels en niet op stoelen). Van P1 en N1 op visuele prikkels is bekend dat zij een afspiegeling zijn van verwerking in de visuele secundaire gebieden van de hersenen, zoals het gebied V4 dat gelegen is in de area extrastriata van de visuele cortex. Kennelijk is het zo dat visueel-ruimtelijke aandacht de verwerking van visuele informatie in dit gebied ‘aanscherpt’. Ook fMRI laat zien dat gebied V4 sterker geactiveerd wordt door geattendeerde dan door niet-geattendeerde visuele stimuli. Het mogelijk effect van deze versterkte activatie is dat herkenning van gebeurtenissen uit de buitenwereld sneller en meer accuraat geschiedt. In studies naar aandacht voor geluidsprikkels zijn soortgelijke (P1/N1) resultaten gevonden. Het auditieve P1 effect trad hier zelfs nog vroeger op, namelijk rond de 20-50 ms na stimuluspresentatie. Ook bleek uit ERP en ERN studies dat auditief-ruimtelijke aandacht de verwerking van prikkels in de primaire auditieve cortex moduleert.

De rol van de cortex parietalis posterior[bewerken]

De effecten van selectieve aandacht in de visuele (en ten dele ook auditieve) schors blijken door een complex netwerk in de posterieure cortex te worden gereguleerd. Hierbij is niet alleen de eerder genoemde area V4 betrokken, maar ook hogere gebieden als de cortex parietalis posterior. Mogelijk moduleert dit gebied via verbindingen met de thalamus (met name het pulvinar) de verwerking van informatie in de sensorische circuits van de hersenen. Omdat de cortex parietalis posterior een centrale rol speelt in de verwerking van ruimtelijke informatie, is wel gesuggereerd dat het mechanisme van selectieve aandacht hoofdzakelijk een ruimtelijk karakter heeft. Bij beschadigingen van dit gebied vertonen patiënten vaak een verminderde aandacht voor prikkels of gebeurtenissen in de ruimte tegenovergesteld aan de laesie. Dit verschijnsel, ook wel aangeduid als neglect blijkt vooral op te treden bij laesies aan de rechterzijde van de cortex parietalis posterior.

Richten versus heroriëntatie van aandacht[bewerken]

Aandacht kan 'van binnenuit' worden gericht op relevante objecten in de omgeving of 'getrokken' worden door onverwachte, opmerkelijke of saillante gebeurtenissen in de omgeving. In het tweede geval spreekt men ook wel van heroriëntatie of van een oriëntatiereactie. Verschillende netwerken in de hersenen blijken in deze twee condities actief. Actief richten blijkt geassocieerd met een dorsaal (bovenzijde) frontopariëtaal netwerk en heroriëntatie met een ventraal (onderzijde) frontopariëtaal netwerk. Het laatste netwerk wordt soms ook wel saliency network genoemd.[5]

De rol van de prefrontale cortex[bewerken]

De prefrontale cortex is betrokken bij de aansturing en organisatie van allerlei vormen van gedrag. Men noemt dit proces ook wel executieve controle. Ook bepaalde vormen van selectieve aandacht worden gestuurd door de prefrontale cortex.[6] Aandacht wordt dan selectief gericht op objecten die relevantie hebben voor ons gedrag. Hierbij is vaak sprake van meerdere prikkels die met elkaar de strijd aangaan. Prikkels waarop de aandacht is gericht, krijgen dan een sterker gewicht of nadruk dan prikkels die dat niet krijgen. Het beroep op de prefrontale cortex zal met name een rol spelen in dynamische situaties waarin de aandacht wisselt wat betreft posities in de ruimte of andere kenmerken waarop de aandacht gericht moet worden. Omdat de hersenen namelijk niet in staat zijn alle indrukken of informatie tegelijk te verwerken, moet een deel daarvan tijdelijk in het geheugen worden opgeslagen. Onderzoek naar hersenactiviteit (zoals fMRI) laat zien dat de prefrontale cortex hierbij een centrale rol speelt. De taak van de prefrontale schors zou kunnen zijn om controle uit te oefenen op andere gebieden in de hersenen, zoals die welke betrokken zijn bij waarneming of geheugen (zie ook executieve functies). Ook is gebleken dat, naarmate deze taken moeilijker worden, er een sterke doorbloeding optreedt in deze gebieden. Mogelijk heeft dit te maken met het vrijmaken van extra ’energie’ of hulpbronnen in de hersenen om de taken goed te kunnen uitvoeren,

Biased Competition[bewerken]

Een belangrijk model van selectieve aandacht is het Biased Competition Model.[7] Als er zich meerdere prikkels in het receptieve veld van een neuron bevinden, zullen deze onderling een soort competitie aangaan. Als nu de aandacht op een enkele prikkel wordt gericht, zal het de neuronen die op deze prikkel reageren bevoorrechten ten opzichte van neuronen op prikkels die niet de aandacht krijgen. Deze neuronen blijven dan actief, terwijl de activiteit van neuronen die vuren op niet-geattendeerde prikkels wordt onderdrukt.

Afwezigheid van aandacht[bewerken]

Het richten van aandacht op objecten in de omgeving zorgt er voor dat wij die objecten scherper waarnemen. Dat heeft echter ook een keerzijde, namelijk dat prikkels die geen aandacht krijgen minder goed of soms in het geheel niet worden waargenomen. Het lijkt wel of we dan 'blind' zijn voor die prikkels. Drie bekende gevallen worden hieronder genoemd.

Change blindness[bewerken]

Change blindness treedt op wanneer men een grote verandering in het gezichtsveld niet opmerkt. Deze verandering kan inhouden dat een object verplaatst, veranderd of verdwenen is. Change blindness komt duidelijk naar voren in een experiment van Dan Simons en Dan Levin.[8] In dit experiment waren de deelnemers in een voor hun bekende omgeving aan het praten met de onderzoeker die hen de weg aan het vragen was. Terwijl de deelnemers aan het uitleggen waren welke kant de onderzoeker heen moest, kwamen er een aantal mensen met een grote deur door het gesprek heen lopen. Na dit voorval gingen de deelnemers rustig verder met het uitleggen van de route. Wat veel van hen niet in de gaten hadden, was dat hun gesprekspartner verwisseld was. Hun voormalige partner was met de deur weggelopen, en iemand anders had zijn plek ingenomen. Uiteindelijk bleek dat in 50% van de gevallen de verandering van gesprekspartner niet opgemerkt was.

Change blindness bij goochelaars en in films[bewerken]

Change blindness wordt gebruikt door goochelaars bij het uitvoeren van hun trucs. Goochelaars leiden de aandacht van hun publiek af zodat hun waarneming op iets anders dan de truc gefocust is. Hierdoor zien zij de acties, die van cruciale waarde zijn voor de truc, niet. Ook in films kan Change blindness optreden. Doordat sommige scènes meerdere keren gefilmd zijn, bestaan er onbedoelde veranderingen in films. Deze veranderingen worden door het publiek echter niet waargenomen. In de scène van de film Grease waarin John Travolta Grease lightning zingt, bijvoorbeeld, veranderen zijn sokken meerdere keren van zwart naar wit.

Inattentional blindness[bewerken]

Inattentional blindness treedt op wanneer men een object dat zich in het gezichtsveld bevindt niet opmerkt. Meestal is dit een onverwacht object en is het object volledig te zien. Dit fenomeen is aangetoond in het onderzoek De onzichtbare gorilla test van Simons en Chabris.[9] In dit experiment kregen deelnemers een filmpje te zien waarin studenten een bal naar elkaar overgooiden. De deelnemers moesten tellen hoe vaak de bal werd overgegooid door de studenten. Op een gegeven moment loopt een vrouw in een gorillapak door het beeld, ze kijkt in de camera en loopt daarna door. Na afloop van het experiment bleek dat slechts 50 % van de deelnemers de vrouw in het gorillapak hadden waargenomen. De aandacht van de deelnemers was gefocust op het tellen waardoor de vrouw in het gorillapak vaak niet waargenomen werd.

Waarom Change blindness en Attentional blindness plaatsvinden[bewerken]

In het veld van de psychologie is veel onderzoek gedaan naar deze fenomenen. Eerder werd aangenomen dat Change blindness en Attentional blindness veroorzaakt worden doordat de focus van onze aandacht maar een beperkte capaciteit heeft. Dit zou betekenen dat we bepaalde informatie missen. Later onderzoek van Landman, Spekreijse en Lamme[10] toonde aan dat het niet enkel een kwestie van de focus van onze aandacht is. Volgens hun onderzoek is ons visuele systeem zo ontwikkeld dat wat we eerst waarnemen niet verstoord wordt door wat we later waarnemen. Dit wordt bereikt doordat de laatste waarneming wordt overschreven of verplaatst door de eerdere waarneming. Er vindt dus overschrijving plaats waardoor Change blindness en Attentional blindness plaats kunnen vinden. Daarnaast is er in een onderzoek van Laloyaux, Destrebecqz en Cleeremans[11] aangetoond dat veranderingen die we niet bewust waarnemen toch onze bewuste beslissingen over de oriëntatie tot een erop volgend object kunnen beïnvloeden. In dit onderzoek kregen de participanten eerst acht zwarte rechthoeken te zien die voor de helft verticaal en voor de andere helft horizontaal geplaatst waren. Daarna kregen ze de acht zwarte rechthoeken te zien waarbij één van richting veranderd was. Tot slot kregen ze zeven zwarte en één witte rechthoek te zien, in dezelfde positie als in de tweede situatie. De participanten moesten aangeven of er een verandering in oriëntatie van de rechthoeken was tussen de eerste en de tweede keer, en of de witte rechthoek horizontaal of verticaal was. Congruente trials waren die waarin de oriëntatie van de witte rechthoek overeenkwam met die van de rechthoek de van richting veranderd was. Bij incongruentie trials was hier geen relatie tussen. Wanneer participanten Change blindness ervaarden, indentificeerden ze de congruente trials toch sneller en meer accuraat dan de incongruente trials. We nemen dus wel degelijk onbewust veranderingen waar tijdens Change blindness en Attentional blindness.

Verschillen tussen Change blindness en Attentional blindness[bewerken]

Ondanks de afwezigheid van aandacht, die Change blindness en Attentional blindness gemeen hebben, bestaan er ook verschillen tussen beide fenomenen. Change blindness vindt plaats omdat het mensen niet lukt om iets waar te nemen dat in het gezichtsveld aanwezig is, Attentional blindness vindt plaats omdat het mensen niet lukt om iets waar te nemen omdat men de aandacht daar niet op focust of omdat met hen niet verwacht. Daarnaast heeft het bij Change blindness geen effect als je aangeeft dat iemand moet focussen op een verandering, bij Attentional blindness heeft dit wel effect. Ten slot is het mogelijk de aandacht bij Attentional blindness vrijwillig aan te passen zodat de blindheid verdwijnt, bij Change blindness is dit niet het geval <rev>Eysenck, M. W. & Keane, M. T. (2010). Cognitive Psychology: A student’s handbook. New York: Psychology press </rev>.

Attentional blink, wil zeggen dat iemand een tweede visuele prikkel niet opmerkt als deze heel kort (minder dan 1/2 seconde) na de eerste prikkel komt.[12]

Hyperactiviteit[bewerken]

Hyperactiviteit, soms ook ADHD (Attention deficit hyperactivity disorder) genoemd, is een ontwikkelingsstoornis waarbij kinderen veel sterker afleidbaar zijn, of meer moeite hebben met de concentratie dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Deze kinderen hebben moeite met het voor langere tijd vasthouden van de aandacht, zijn vaak impulsief en motorisch onrustig. De kinderen kunnen vaak wel de aandacht richten op zaken die zij interessant vinden (zoals een computerspelletje)en deze er ook langer op richten, maar niet op zaken die in een leer- of schoolsituatie de aandacht vragen. De precieze oorzaken van ADHD zijn nog onbekend, maar er zijn aanwijzingen dat er sprake is van een disfunctie van gebieden in de hersenen, zoals de prefrontale cortex, die de hogere aandachtsfuncties reguleren.[13] Ook zouden problemen met het dopaminerge systeem een rol kunnen spelen.[14]


Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten:

  1. Kok, A. (2004). Het hiërarchisch brein. Inleiding tot de cognitieve neurowetenschap. Van Gorcum, Assen. ISBN 90 2323977 6
  2. Broadbent, D.A. (1958). Perception and Communication. New York:Pergamon
  3. D. Kahneman (1973)/ Attention and Effort. Prentic-Hall, Englewood-Cliffs, New Jersey
  4. Cherry, E.C. (1953). Some experiments on the recognition of speech, with one and two ears. J. Acoust. Soc.Am., 25, 975-979
  5. M. Corbetta, G. Patel, G. L. Shulman, Neuron 58, 306 (2008).
  6. Duncan, J. (2001). Frontal lobe function and the control of visual attention. In: J. Braun, C. Koch & J.J. Davis. Visual Attention and Cortical Circuits. Bradford Book, MIT press
  7. Desimone,R. & Duncan, L. (1995). Neural mechanisms of selective visual attention. Ann. Rev., Neurosci., 18, 1893-222
  8. Simons, D. J. & Levin, D. T. (1997). Change blindness. Trends in Cognitive Science, 1, 261-267
  9. Simons, D. J. & Chabris, F. (1999). Gorillas in our midst: Sustained inattentional blindness for dynamic events. Perception, 28, 1059-1074
  10. Landman, R., Spekreijse, H. & Lamme, V. A. F. (2003). Large capacity storage of integrated objects before change blindness. Vision research, 43, 149-164
  11. Laloyaux, C., Destrebecqz, A. & Cleeremans, A. (2006). Implicit change identification: A replication of Fernandez-Duque and Thornton (2003). Journal of Experimental Psychology: Human Perception and Performance, 32, 1366-1379
  12. Raymond JE, Shapiro KL, Arnell KM (1992). "Temporary suppression of visual processing in an RSVP task: an attentional blink?". Journal of experimental psychology. Human perception and performance 18 (3): 849–60. doi:10.1037/0096-1523.18.3.849. PMID 1500880.
  13. Nigg, J.T. (2001). Is ADHD a disinhibitory disorder? Psychological Bulletin, 127, 571-598
  14. Lou, H.D. et al. (1989). Striatal dysfunction in attention deficit and hyperkinetic disorder. Archives of Neurology, 46, 48-52.

Literatuur:

  • Desimone, R & Duncan, J. (1995). Neural mechanisms of visual selective attention. Annual Review of Neuroscience, 18, 193-222.
  • Eysenck, M. W. & Keane, M. T. (2010). Cognitive Psychology: A student’s handbook. New York: Psychology press.
  • Hillyard, S.A., Mangun, G.R., Woldorff, M.H. & Luck, S.J. (1995). Neural systems mediating selective attention. In: M.S. Gazzaniga (Ed.) The cognitive neurosciences (pp. 665-682). Cambridge, MIT Press.*LaBerge, D. (1995). Attentional Processing. Cambridge, Harvard University Press.
  • Laloyaux, C., Destrebecqz, A. & Cleeremans, A. (2006). Implicit change identification: A replication of Fernandez-Duque and Thornton (2003). Journal of Experimental Psychology: Human Perception and Performance, 32, 1366-1379.
  • Landman, R., Spekreijse, H. & Lamme, V. A. F. (2003). Large capacity storage of integrated objects before change blindness. Vision research, 43, 149-164.
  • Price, M. (2012). Attention part 1: Change blindness and inattentional blindness. Geraadpleegd op 28 maart 2012, van https://miside.uib.no/dotlrn/classes/det-psykologiske fakultet/ psyk331a /psyk331a-2012v/file-storage/index?folder_id=93057374
  • Simons, D. J. & Chabris, F. (1999). Gorillas in our midst: Sustained inattentional blindness for dynamic events. Perception, 28, 1059-1074.
  • Simons, D. J. & Levin, D. T. (1997). Change blindness. Trends in Cognitive Science, 1, 261-267.