Cognitie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cognitie is een begrip uit de psychologie, filosofie en communicatiewetenschap dat zowel kan verwijzen naar kennis[1][2], het kenvermogen[3][4] of de inhoud daarvan, zoals ideeën of overtuigingen[5]. Het begrip wordt zeer algemeen gebruikt[6][7] en kan daarom ook verwijzen naar bijna alle processen en functies, zoals gewaarwording, waarneming, voorstellingsvermogen, bewaren in en het opdiepen uit het geheugen, probleemoplossen en denken[8]. Nog algemener kan cognitie beschreven worden als de processen die betrokken zijn bij het verwerven en verwerken van informatie[5]

Herkomst en betekenis[bewerken]

Het zelfstandig naamwoord cognitie, sinds 1650 in het Nederlands[3], is afkomstig van het Latijnse woord cognitio[3], wat het leren kennen door de zintuigen[9] of door het verstand[9] kan betekenen. In de eerste betekenis kan het daarom gaan om nadere kennismaking[9] en in de tweede betekenis om kennis, inzicht, doorzicht[9]. Daarnaast kunnen cognitiones (meerv. van cognitio) ook voorstellingen en begrippen van iets zijn[9]. Binnen de rechtspraak had het de betekenis van gerechtelijk onderzoek en beslissing[9].

Cognitio is afgeleid van het Latijnse werkwoord cognoscere[9] met de overeenkomstige betekenissen als leren kennen[9], beseffen[9], vernemen[9] met zowel door de zintuigen als door het verstand[9].

Opkomst van de cognitieve psychologie[bewerken]

De cognitieve psychologie ontstaat gedeeltelijk als reactie op het behaviorisme[10] waarin gedrag wordt verklaard door voornamelijk te kijken naar de relatie tussen de omgeving aan de ene kant, de prikkels, en de reactie van het organisme op deze prikkels aan de andere kant, zonder dat er wordt gekeken naar de tussenliggende processen in het hoofd. Jerry Bruner en George Miller richten als belangrijke hoofdfiguren uit de cognitieve psychologie het Center for Cognitive Studies in 1960 op aan de Harvard-universiteit[10] en gebruikte bij de naamgeving bewust het begrip cognitive/cognition om zich af te zetten tegen het behaviorisme[10]. In de beginjaren was het echter nog niet voor iedereen meteen duidelijk wat met het begrip cognitive werd bedoeld, zoals voor de psycholoog Don Norman tijdens zijn aanstelling in de jaren '60, zoals hij later verhaalde[11].

In de opvolgende jaren neemt het gebruik van het begrip cognitie/cognitief toe en verschijnen handboeken met overeenkomstige titels, zoals cognitive psychology in 1967 van de amerikaanse psycholoog Ulrich Neisser[8].

Psychologie[bewerken]

Naast dat het begrip het onderwerp vormt van de cognitieve psychologie en de cognitiewetenschap, wordt het begrip ook gebruikt binnen andere richtingen van de psychologie zoals de klinische psychologie (cognitieve therapie) of sociale psychologie (cognitieve dissonantie).

Communicatiewetenschap[bewerken]

Als mensen communiceren kan de verzender van informatie cognities overdragen aan de ontvanger. De verzender kan echter niet controleren in welk kader de ontvanger deze informatie plaatst. De ontvanger kan deze informatie immers verbinden met andere informatie. Bovendien kan er sprake zijn van cognitieve dissonantie waarbij er (al dan niet schijnbaar) tegenspraak is tussen de ontvangen cognities en de cognities die de ontvanger al in zijn hoofd heeft. Deze cognitievedissonantietheorie werd in de psychologie verder ontwikkeld.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Lalande, A. (red.). (1951). Vocabulaire technique et critique de la philosophie (6de uitgave). Parijs: Presses Universitaires de France.
  2. Essen, J. van (1938). Beschrijvend en verklarend woordenboek der psychologie (1ste druk). Haarlem: De Erven F. Bohn. N.V.
  3. a b c Veen, P.A.F. van, & Sijs, N. van der (1997). Van Dale Etymologisch woordenboek. De herkomst van onze woorden. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie.
  4. Everdingen, J.J.E. van, & Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof geneeskundig woordenboek (12de uitgave). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum/Springer Media.
  5. a b Colman, A.M. (2001). A dictionary of psychology. Oxford: Oxford University Press.
  6. Reber, A.S. (1993). Woordenboek van de psychologie (3de druk). Amsterdam:Uitgeverij Bert Bakker.
  7. Warren, H.C. (red.) (1934). Dictionary of psychology. Boston: The Riverside Press.
  8. a b Neisser, U. (1967). Cognitive psychology. New York: Meredith Publishing Company.
  9. a b c d e f g h i j k Wageningen, J. van, & Muller, F. (1929). Latijnsch woordenboek (Vierde druk). Groningen/Den Haag: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij N.V.
  10. a b c Schultz, D.P., & Schultz, S.E. (1996). A history of modern psychology (6de uitgave). Orlando: Harcourt Brace College Publishers.
  11. Norman, D.A., & Levelt, W.J,M. (1988), Life at the Center. In W. Hirst (Red.), The making of cognitive science: Essays in honor of George A. Miller (pp. 100-109). Cambridge: University Press. Aangehaald in Schultz, D.P., & Schultz, S.E. (1996). A history of modern psychology (6de uitgave). Orlando: Harcourt Brace College Publishers.