Psychologie van arbeid en gezondheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De psychologie van arbeid en gezondheid (PAGO, ook wel occupational health psychology (OHP) genoemd) is ontstaan uit twee aparte toegepaste disciplines binnen de psychologie, namelijk de gezondheidspsychologie en de arbeids- en organisatiepsychologie.[1] Het veld wordt gewoonlijk gezien als onderdeel van de arbeidspsychologie.

De PAGO houdt zich bezig met de psychosociale kenmerken van de werkomgeving die bijdragen aan de ontwikkeling van gezondheidsgerelateerde problemen in de werkende mens.[2] Ook wordt onderzocht hoe de werkomgeving zodanig aangepast kan worden dat de gezondheid en het welzijn van werknemers toeneemt, zonder dat hun productiviteit daaronder lijdt.

Onderzoekers in deze discipline houden zich bezig met een verscheidenheid aan psychosociale werkkenmerken die gerelateerd zouden kunnen zijn aan lichamelijke en mentale klachten. De lichamelijke gezondheidsklachten variëren van door ongelukken ontstane klachten tot cardiovasculaire problematiek. Mentale gezondheidsklachten betreffen bijvoorbeeld stress, burn-out en depressie. Daarnaast bestudeert deze discipline ook de relatie tussen enerzijds werkkenmerken en anderzijds gezondheidsgedrag (zoals roken en alcoholconsumptie) en attituden zoals tevredenheid, betrokkenheid en bevlogenheid. Voorbeelden van dergelijke psychosociale werkkenmerken die gerelateerd zijn aan gezondheid zijn bijvoorbeeld werkdruk en autonomie in het werk,[3] de balans tussen inspanning op het werk en de beloning daarvoor (denk aan het salaris, erkenning, status, promotiemogelijkheden), [4] en de mate waarin leidinggevenden [5] en collega's [6] ondersteuning bieden op het werk. Een ander belangrijk onderzoeksgebied betreft de mate waarin ervaringen op het werk het functioneren thuis (en vice versa) beïnvloeden.[7].

Professionele organisaties[bewerken]

Drie belangrijke internationale organisaties die zich bezighouden met de psychologie van arbeid en gezondheid zijn de Society for Occupational Health Psychology (SOHP), de European Academy of Occupational Health Psychology (EA-OHP), en de International Commission on Occupational Health's committee on Work Organisation and Psychosocial Factors (ICOH-WOPS). Twee belangrijke tijdschriften in dit veld zijn het Amerikaanse Journal of Occupational Health Psychology (JOHP) en het Europese Work & Stress (W & S). Deze tijdschriften zijn verbonden met twee van de hiervoor genoemde organisaties (JOHP met de SOHP; W & S met de EA-0HP).

Oorsprong[bewerken]

Voorlopers[bewerken]

De fundering van de PAGO is gelegd door diverse personen. De Industriële revolutie in de 19de eeuw zorgde ervoor dat denkers en practici belangstelling kregen voor de aard van het werk, bijvoorbeeld Marx'[8] theorie over de vervreemding van arbeid is bijvoorbeeld zeer invloedrijk gebleken. Taylor's (1911) Principles of Scientific Management[9] en Mayo’s onderzoek in 1920-1930 naar het zogenaamde Hawthorne effect[10] zorgde ervoor dat de arbeider en diens werkomgeving een legitiem onderwerp voor psychologisch onderzoek werd. Marie Jahoda, Paul Lazarsfeld en Ziesels (1971/1932) baanbrekende werk over de impact van werkloosheid op het leven in een kleine Oostenrijkse gemeenschap [11] droeg eveneens bij aan de ontwikkeling van de PAGO.

Tweede wereldoorlog – 1970[bewerken]

De start in 1948 van het Institute for Social Research aan de Universiteit van Michigan was een belangrijke stimulus voor onderzoek naar de relatie tussen werkkenmerken en gezondheid, vanwege het interdisciplinaire karakter van het onderzoek dat daar plaatsvond. Veel invloedrijke psychologische en sociologische studies naar arbeid en gezondheid werden opgezet door onderzoekers die aan dit instituut waren verbonden.[12][13][14] Onderzoek van Trist en Bamforth (1951) dat liet zien dat de afname in de autonomie van werknemers die gepaard gaat met organisatieveranderingen negatief effect had op hun attituden ten aanzien van het werk [15] was eveneens zeer invloedrijk.

1980 – heden[bewerken]

De term occupational health psychology kwam internationaal op in de jaren 1980. In 1987 werd het eerste wetenschappelijke tijdschrift dat gewijd was aan PAGO (W & S) gelanceerd.[16] In 1990 formuleerden Raymond, Wood en Patrick een baanbrekend artikel in de American Psychologist (het verenigingsorgaan van de invloedrijke American Psychological Association, APA) het idee dat één doel van de psychologie zou moeten zijn om 'gezonde werkplekken' te creëren.[17] In 1996 verscheen het eerste nummer van het Amerikaanse tijdschrift Journal of Occupational Health Psychology.[18] In 1998 organiseerde de ICOH-WOPS een eerste internationale conferentie in Kopenhagen over arbeid en gezondheid.[19] In 1999 werd de European Academy of Occupational Health Psychology (EA-OHP) opgericht.[20] De EA-OHP initieerde een eigen serie internationale conferenties over de psychologische aspecten van arbeid en gezondheid. De Amerikaanse tegenhanger van de EA-OHP, de Society for Occupational Health Psychology (SOHP) werd in 2005 opgericht.[21]

In Nederland werd de eerste (en tot op heden enige) leerstoel in de psychologie van Arbeid en Gezondheid ingesteld in 1995, toen Wilmar Schaufeli aan de Universiteit Utrecht werd aangesteld als hoogleraar op dit terrein. Inmiddels kent Nederland een aantal internationaal bekende onderzoekers op dit terrein; naast Schaufeli zijn dat onder anderen Arnold Bakker (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Jan de Jonge (Technische Universiteit Eindhoven). Gezamenlijk redigeerden deze onderzoekers de eerste editie van het bekendste Nederlandstalige leerboek op het terrein van arbeid en gezondheid.[22]

Onderzoek[bewerken]

Deze sectie beoogt niet een uitputtend overzicht te bieden van van al het onderzoek dat tot op heden heeft plaatsgevonden op dit gebied. Wel geeft het onderzoek hieronder een indruk van de breedte en het type onderzoek dat wordt uitgevoerd en het type resultaten dat dit onderzoek oplevert.

Werkstress en cardiovasculaire klachten[bewerken]

Er is een aantal factoren bekend dat het risico op cardiovasculaire klachten vergroot. Deze risicofactoren omvatten onder andere roken, overgewicht, LDP cholesterol, gebrek aan beweging, en hoge bloeddruk. Echter, ook het werk zou invloed kunnen hebben op het ontstaan van dit soort klachten; daarbij zou het met name gaan om de combinatie van weinig zeggenschap/autonomie op het werk en een hoge werkdruk.[3]. Op basis van twee grootschalige Amerikaanse datasets rapporteerde Murphy (1991) dat ook de werkzaamheden die mensen beroepshalve uitvoeren hierop van invloed zijn, naast de hiervoor genoemde risicofactoren. Het gaat daarbij om werk dat continue waakzaamheid vereist en beroepen waarbij mensen grote verantwoordelijkheid dragen voor anderen.[23] Denk daarbij aan werk in de transportindustrie (luchtverkeersleiders, piloten, buschauffeurs) en leraren. De bevinding dat werkstress bijdraagt aan het ontstaan van cardiovasculaire problematiek is sindsdien vaak gerepliceerd. [24][25].

Effort-reward imbalance en cardiovasculaire klachten[bewerken]

Een bekend werkstressmodel is het effort-reward imbalance model van Siegrist en collega's.[26] Het model veronderstelt dat een hoge inspanning (effort) gekoppeld aan weinig intrinsieke en extrinsieke beloningen (rewards) leiden tot een toename van cardiovasculaire klachten. Deze gedachte is inmiddels diverse malen empirisch ondersteund.[27]

Ontslag[bewerken]

Onderzoek heeft laten zien dat het verlies van werk kan leiden tot cardiovasculaire problemen [28] alsook tot meer algemene gezondheidsproblemen.[29][30]

Slechte werkomstandigheden en economische onzekerheid in relatie tot distress en verminderd welbevinden[bewerken]

Wat is distress?[bewerken]

Een aantal longitudinale onderzoeken hebben bewijs geleverd voor het idee dat slechte werkomstandigheden bijdragen aan de ontwikkeling van distress. Distress heeft betrekking op gevoelens van onwelbevinden die niet noodzakelijkerwijs geclassificeerd kunnen worden als een psychiatrische stoornis.[31][32] Distress komt vaak tot uiting in affectieve (depressieve) symptomen, psychofysiologische of psychosomatische symptomen (hoofdpijn, maagpijn) en verschijnselen van angst. De relatie tussen werkomstandigheden en distress is daarmee een belangrijk onderwerp van onderzoek. Tevredenheid met het werk is eveneens in deze sectie opgenomen, omdat het een sleutelvariabele betreft in veel onderzoek en daarnaast gerelateerd is aan veel gezondheidsklachten.[33][34]

Werkomstandigheden en distress[bewerken]

Parkes (1982)[35] liet zien dat Britse leerlingverpleegsters die werkzaam waren op chirurgische afdelingen minder distress en meer tevredenheid rapporteerden dan leerlingverpleegsters die op andere afdelingen werkzaam waren. Dit wijst erop dat chirurgische afdelingen een minder zwaar beroep doen op het inlevingsvermogen van verpleegsters dan andere afdelingen. Ook ander onderzoek duidt erop dat werkkenmerken een belangrijke oorzaak kunnen zijn voor stress en gezondheidsklachten.[36][37][38][39][40]

Werkonzekerheid en distress[bewerken]

Binnen de psychologie van arbeid en gezondheid is er in toenemende mate interesse in de effecten van baanonzekerheid op gezondheid. Het bewijs dat chronische baanonzekerheid samenhangt met depressiviteit (distress) is groeiende.[41]

Referenties[bewerken]

  1. Everly, G. S., Jr. (1986). An introduction to occupational health psychology. In P. A. Keller & L. G. Ritt (Eds.), Innovations in clinical practice: A source book, Vol. 5 (pp. 331-338). Sarasota, FL: Professional Resource Exchange.
  2. National Institute for Occupational Safety and Health. (2009) Occupational health psychology. [1]
  3. a b Karasek, R. A. (1979). Job demands, job decision latitude, and mental strain: Implications for job redesign. Administrative Science Quarterly, 24, 285-307.
  4. Siegrist, J. (1996). Adverse health effects of high effort-low reward conditions at work. Journal of Occupational Health Psychology, 1, 27-43.
  5. Moyle, P. (1998). Longitudinal influences of managerial support on employee well-being. Work & Stress, 12, 29-49.
  6. Beehr, T. A., Jex, S. M., Stacy, B. A., & Murray, M. A. (2000). Work stressors and coworker support as predictors of individual strain and job performance. Journal of Organizational Behavior, 21, 391 405
  7. Haines, V. Y. III, Marchand, A., & Harvey, S. (2006). Crossover of workplace aggression experiences in dual-earner couples. Journal of Occupational Health Psychology, 11, 305-314.
  8. Marx, K. (1967/1845). The German ideology. In L. D. Easton & K. H. L. Guddat (Red. and vert.), Writings of the young Marx on philosophy and society. Garden City, NY: Doubleday.
  9. Taylor, F. W. (1911). Principles of Scientific Management. Norwood, MA: The Plimpton Press.
  10. Mayo, E. (1933) The human problems of an industrial civilization. New York: MacMillan.
  11. Jahoda, M., Lazarsfeld, P.F., & Ziesel, H. (1971/1932). Marienthal: The sociography of an unemployed community [Originally published as Die Arbeitslosen von Marienthal]. Chicago: Aldine.
  12. Quinn, R.P. et al. (1971). Survey of working conditions: Final report on univariate and bivariate tables, Document No. 2916-0001. Washington, DC: U. S. Government Printing Office.
  13. House, J.S. (1980). Occupational stress and the mental and physical health of factory workers. Ann Arbor: Survey Research Center, Institute for Social Research, University of Michigan.
  14. Caplan, R. D., Cobb, S., & French, J. R. P., Jr. (1975). Relationships of cessation of smoking with job stress, personality, and social support. Journal of Applied Psychology, 60, 211-219.
  15. Trist, E. L., & Bamforth, K. W. (1951). Some social and psychological consequences of the longwall method of coal getting. Human Relations, 14, 3-38.
  16. Cox, T., Taris, T., & Tisserand, M. (2009). Across the pond: The journal Work and Stress. Newsletter of the Society for Occupational Health Psychology, 6, 17. [2]
  17. Raymond, J., Wood, D., & Patrick, W. (1990). Psychology training in work and health. American Psychologist, 45, 1159-1161.
  18. Quick, J.C. (2010). The founding of the Journal of Occupational Health Psychology. Newsletter of the Society for Occupational Health Psychology, 9, 13, 15-16. [3]
  19. The Second International Conference on Psychosocial Factors at Work (2005). [4]
  20. Houdmont, J. (2009). Across the pond: A history of the European Academy of Occupational Health Psychology. Newsletter of the Society of Occupational Health Psychology, 7, 4-5. [5]
  21. Hammer, L. B., & Schonfeld, I. S. (2007). The historical development of the Society for Occupational Health Psychology (SOHP). Newsletter of the Society for Occupational Health Psychology, 1, 2. [6]
  22. Schaufeli, W.B., Bakker, A.B., & De Jonge, J. (red., 2003). De psychologie van arbeid en gezondheid. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  23. Murphy, L. R. (1991). Job dimensions associated with severe disability due to cardiovascular disease. Journal of Clinical Epidemiology, 44, 155 166.
  24. Belkić, K., et al. (2000). Psychosocial factors: Review of the empirical data among men. Occupational Medicine: State of the Art Reviews, 15, 24-46. [7]
  25. Brisson, C. (2000). Women, work, and cardiovascular disease. Occupational Medicine: State of the Art Reviews, 15, 49-57. [8]
  26. Siegrist, J., & Peter, R. (1994). Job stressors and coping characteristics in work-related disease: Issues of validity. Work & Stress, 8, 130-140.
  27. Landsbergis, P., et al. (2003). The workplace and cardiovascular disease: Relevance and potential role for occupational health psychology. In J. C. Quick & L. E. Tetrick (red.), Handbook of occupational health psychology (pp. 265-287). Washington, DC: American Psychological Association.
  28. Gallo, W.T., Teng, H.M., Falba, T.A., Kasl, S.V., Krumholz, H.M., & Bradley, E.H. (2006). The impact of late career job loss on myocardial infarction and stroke: A 10 year follow up using the health and retirement survey. Occupational and Environmental Medicine, 63, 683-687.
  29. Strully, K.W. (2009). Job loss and health in the U.S. labor market. Demography, 46, 221-246.
  30. Gallo, W. T. (2010). Involuntary job loss and health: My path to job loss research. Newsletter of the Society for Occupational Health Psychology, 9, 17, 20. [9]
  31. Dohrenwend, B. P., Shrout, P. E., Egri, G., & Mendelsohn, F. S. (1980). Nonspecific psychological distress and other dimensions of psychopathology: Measures for use in the general population. Archives of General Psychiatry, 37, 1229-1236.
  32. Frank, J. D. (1973). Persuasion and healing. Baltimore: The Johns Hopkins Press.
  33. Greenberg, E. S., & Grunberg, L. (1995). Work alienation and problem alcohol behavior. Journal of Health and Social Behavior, 36, 83-102.
  34. House, J. S. (1974). Occupational stress and coronary heart disease: A review and theoretical integration. Journal of Health and Social Behavior, 15, 12-27.
  35. Parkes, K. R. (1982). Occupational stress among student nurses: A natural experiment. Journal of Applied Psychology, 67, 784-796.
  36. Frese, M. (1985). Stress at work and psychosomatic complaints: A causal interpretation. Journal of Applied Psychology, 70, 314-328.
  37. Carayon, P. (1992). A longitudinal study of job design and worker strain: Preliminary results. In J.C. Quick, L.R. Murphy, and J.J. Hurrell, Jr. (red.), Work and well-being: Assessments and instruments for occupational mental health (pp. 19-32). Washington, DC: American Psychological Association.
  38. Dormann, C., & Zapf, D. (2002). Social stressors at work, irritation, and depressive symptoms: Accounting for unmeasured third variables in a multi-wave study. Journal of Occupational and Organizational Psychology, 75, 33-58.
  39. Paterniti, S., Niedhammer, I., Lang, T., & Consoli, S. M. (2002). Psychosocial factors at work, personality traits and depressive symptoms: Longitudinal results from the GAZEL study. British Journal of Psychiatry, 181, 111-117.
  40. Schonfeld, I.S. (2001). Stress in 1st-year women teachers: The context of social support and coping. Genetic, Social, and General Psychology Monographs, 127, 133-168. [10]
  41. Burgard, S.A., Brand, J.E., & House, J.S. (2009). Perceived job insecurity and worker health in the United States. Social Science & Medicine, 69, 777-785.