Symbiose
Symbiose (uit het Griekse: συν: samen; βιοσις: levend) is het samenleven van twee levensvormen. De beide partners heten symbionten. De grootste partner wordt ook wel gastheer genoemd. De term wordt buiten de Anglo-Amerikaanse literatuur in de plaats van de term mutualisme, maar ook wel voor alle vormen van samenleving gebruikt als tegenstelling tot parasitisme in plaats van de overkoepelende betekenis.
Endosymbiose is een vorm van symbiose, waarbij een organisme leeft tussen de cellen of zelfs in de cellen van een gastheer. Volgens de endosymbiontentheorie zijn eukaryoten in de evolutie ontstaan door dit verschijnsel van endosymbiose.
[bewerken] Indeling
Er zijn verschillende vormen van symbiose (in wijde betekenis), zoals
- parasitisme waarbij de samenleving voor een van de partners schadelijk is,
- parasitoïdisme waarbij de gastheer uiteindelijk te gronde gaat. Het criterium dat een parasiet onderscheidt van een parasitoïde is dus dat de gastheer bij een parasitoïde uiteindelijk doodgaat ten gevolge van de parasitoïde.
- mutualisme omschrijven we als een samenleving van twee levensvormen waarbij de samenleving gunstig of noodzakelijk is voor beide levensvormen (symbiose in enge betekenis).
- commensalisme, waarbij de een profiteert en de ander geen nadeel ondervindt
- amensalisme of antibiose, waarbij de een het leven van de andere afremt, zonder er zelf voor- of nadeel van te ondervinden.
Het opeten van een diersoort door een andere, predatie, wordt niet gerekend tot symbiose.
Soms kleven er ook nadelen aan symbiose (afhankelijk van het type); als het met één soort niet goed gaat zal de 'partnersoort' ook schade ondervinden.
[bewerken] Voorbeelden
- Mutualisme: sommige plant- en diersoorten zijn erg goed op elkaar ingespeeld; sommige acacia's bijvoorbeeld leven in symbiose met mieren. De acacia heeft niet alleen grote, holle stekels die als behuizing gebruikt worden, maar scheidt zelfs zoete stoffen af in de vorm van kleine suikerrijke 'broodjes'. Deze groeien aan de uiteinden van de gevederde bladeren en worden door de mieren opgegeten. De mieren maken niet alleen gebruik van de acacia maar beschermen de gastheer door venijnig in de tong van een planteneter te bijten als deze probeert ervan te eten. Ook insecten die van de bladeren van de acacia eten worden aangevallen.
- Een bekende mutualistische symbiose vormen de korstmossen: een samenleving van een schimmel en één of soms twee algen. Omdat meestal de schimmels voortplantingsorganen kunnen vormen maar de algen niet, worden de korstmossen systematisch gezien ingedeeld bij de schimmels. De schimmel levert aan de alg water en mineralen, en de alg levert aan de schimmel suikers die hij maakt met hulp van fotosynthese. Ze kunnen meestal niet zonder elkaar leven, en zijn zelfs erg lang aangezien voor een aparte klasse organismen.
- Gecompliceerdere vormen van symbiose kan men ook bij korstmossen vinden. Het korstmos Lecidea insidiosa is een voorbeeld van een parasitair korstmos, dat exclusief groeit op een ander korstmos: op Lecanora varia.
- Een ander bekende symbiose is die van stikstofbindende Rhizobium bacteriën met vlinderbloemigen. Klaversoorten, lupines, erwten en bonen zijn daarom een bijzonder waardevol landbouwgewas.
- Een minder in het oog springende, maar vrij algemene symbiose is die van de mycorrhiza waarbij bodemschimmels samen met planten leven. De schimmel voorziet de plant van voedingsstoffen (mineralen) terwijl de plant suikers geeft. Opvallende voorbeelden zijn Vliegenzwammen onder berk, eekhoorntjesbrood onder eik en kastanjeboleet onder den. Zeer algemeen, maar slechts microscopisch waarneembaar is het (vesiculair) arbusculair mycorrhiza.
- parasitoïdisme: sommige sluipwespen leggen hun eieren in andere insecten, waarna de larve van de sluipwesp zijn gastheer langzaam levend opeet.
- mutualisme: sommige heremietkreeften hebben een zeeanemoon op hun schelp. Die eet mee van de voedselresten van de kreeft en geeft de kreeft bescherming tegen aanvallers met zijn stekende tentakels. Als de kreeft verhuist van schelp zal hij vaak de zee-anemoon overbrengen op de nieuwe behuizing.
- commensalisme; grote haaien en zeeschildpadden taxiën vaak remora's of zuigvissen die meereizen zonder dat de gastheer daar voordeel of nadeel van ondervindt.
- parasitisme: vlooien in de vacht van een kat
- amensalisme: wortelen ondergaan een antibiose met de preivlieg (daarom worden wortelen vaak bij/naast prei gezaaid.)
- amensalisme: De penseelschimmel ondergaat een antibiose met bacteriën.
- amensalisme: korstmossen scheiden zuren af die het leven van eencellige wieren en bacteriën afremt en ze kwetsbaarder maakt.