Vlinderbloemenfamilie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlinderbloemenfamilie
Stamboon, een vlinderbloemige
Stamboon, een vlinderbloemige
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Fabales
familie
Fabaceae
Lindl. (1836)
een Lathyrus
een Lathyrus
1 = vlag; 2 = zwaarden; 3 = kiel
1 = vlag; 2 = zwaarden; 3 = kiel
stikstofwortelknolletjes op tuinboon
stikstofwortelknolletjes op tuinboon
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De vlinderbloemenfamilie (Leguminosae of Fabaceae: beide wetenschappelijke namen zijn toegestaan) is, met ongeveer twintigduizend soorten, een van de grootste families van bloeiende planten. De familie komt over bijna de hele wereld voor. Enkele grote geslachten zijn Astragalus, Acacia en Mimosa.

De familie is van groot economisch belang omdat de peulvruchten ertoe behoren, eiwitrijke landbouwgewassen zoals bonen, erwten, tuinbonen, pinda's, en sojabonen, die belangrijk zijn voor onze voedselvoorziening.

Wetenschappelijke naam[bewerken]

De vanouds gebruikte wetenschappelijke naam is Leguminosae (de peulachtigen). Deze naam is niet gebaseerd op het type van de familie, het geslacht Faba Mill. (= Vicia L.). De naam die dat wel is, is Fabaceae. Deze familie is één van de negen waarvoor de International Code of Nomenclature for algae, fungi, and plants (ICN) in Art. 18.5 een uitzondering maakt op de regel dat een familienaam gebaseerd moet zijn op de naam van het type. Volgens de Code is Leguminosae een geldig gepubliceerde naam, die naast Fabaceae gebruikt mag worden.

De familie Leguminosae wordt veelal onderverdeeld in drie onderfamilies (Caesalpinioideae, Mimosoideae en Papilionoideae), die van tijd tot tijd (bijvoorbeeld in het Cronquistsysteem) ook wel beschouwd worden als families (Caesalpiniaceae, Mimosaceae en Papilionaceae). De Papilionaceae en Papilionoideae mogen ook Fabaceae en Faboideae genoemd worden. Het gevolg is dat de naam Fabaceae gebruikt mag worden voor twee groepen van aanmerkelijk verschillende grootte. Bij de naam Fabaceae is het dus altijd nodig na te gaan in welk van beide betekenissen ze gebruikt wordt. De naam Leguminosae is eenduidig en heeft altijd betrekking op de grote groep.[1]

Bloembouw[bewerken]

De bloem bestaat uit een kelk van 5 vrijstaande blaadjes en een kroon van vijf blaadjes, waarvan er twee volledig, en de andere alleen aan de voet met elkaar vergroeid zijn. Bij de bloemkroon worden drie delen onderscheiden: de vlag (1 kroonblad), twee zwaarden (2 kroonbladen) en een kiel (2 vergroeide kroonbladen). Er zijn meestal tien, soms vijf meeldraden aanwezig, en één stamper.

Vrucht[bewerken]

De vruchten worden peulen genoemd en komen in allerlei vormen voor. De gewone vorm vindt men bij de erwt en boon. Andere vormen zijn lidpeulen, gekromde, gedraaide of gewonden peulen of peultjes met haken eraan. Lidpeulen zijn in hokjes verdeelde peulen.

Blad[bewerken]

Het blad is meestal samengesteld en vaak zijn er steunblaadjes aanwezig. De bladeren kunnen veelal 's nachts de zogenaamde slaaphouding aannemen.

Stikstofbinding[bewerken]

De meeste soorten vlinderbloemigen leven in mutualistische symbiose met stikstofbindende bacteriën (Rhizobium sp.). Deze bacteriën kunnen stikstof uit de lucht binden, dat de plant vervolgens voor de groei kan gebruiken. De plant maakt door fotosynthese in de bladeren suikers aan, waarvan de bacterie leeft.

Leden[bewerken]

De volgende in Nederland voorkomende soorten hebben een eigen artikel in de Nederlandstalige Wikipedia:

Nederlandse naam Botanische naam
Wondklaver Anthyllis vulneraria
Bergerwt Astragalus cicer
Hokjespeul Astragalus glycyphyllos
Gewone brem Cytisus scoparius
Kruipbrem Genista pilosa
Stekelbrem Genista anglica
Paardenhoefklaver Hippocrepis comosa
Goudenregen Laburnum anagyroides
Naakte lathyrus Lathyrus aphaca
Zeelathyrus Lathyrus japonicus
Zwarte lathyrus Lathyrus niger
Graslathyrus Lathyrus nissolia
Knollathyrus Lathyrus linifolius
Veldlathyrus Lathyrus pratensis
Aardaker Lathyrus tuberosus
Asperge-erwt Lotus edulis)
Gewone rolklaver Lotus corniculatus
Smalle rolklaver Lotus glaber
Moerasrolklaver Lotus pedunculatus
Blauwe lupine Lupinus angustifolius
Gele lupine Lupinus luteus
Gevlekte rupsklaver Medicago arabica
Kleine rupsklaver Medicago minima
Luzerne Medicago sativa
Hopklaver Medicago lupulina)
Citroengele honingklaver Melilotus officinalis
Witte honingklaver Melilotus albus
Klein vogelpootje Ornithopus perpusillus
Bezemstruik Spartium junceum
Kattendoorn Ononis repens subsp. spinosa
Kruipend stalkruid Ononis repens
Robinia Robinia pseudoacacia
Hauwklaver Tetragonolobus maritimus
Akkerklaver Trifolium aureum
Liggende klaver Trifolium campestre
Kleine klaver Trifolium dubium
Aardbeiklaver Trifolium fragiferum
Basterdklaver Trifolium hybridum
Inkarnaatklaver Trifolium incarnatum
Bochtige klaver Trifolium medium
Ruwe klaver Trifolium scabrum
Gestreepte klaver Trifolium striatum
Onderaardse klaver Trifolium subterraneum
Rode klaver Trifolium pratense
Witte klaver Trifolium repens
Perzische klaver Trifolium resupinatum
Gaspeldoorn Ulex europaeus
Vogelwikke Vicia cracca
Tuinboon Vicia faba
Ringelwikke Vicia hirsuta
Gele wikke Vicia lutea
Heidewikke Vicia orobus
Voederwikke Vicia sativa
Heggenwikke Vicia sepium
Stijve wikke Vicia tenuifolia
Vierzadige wikke Vicia tetrasperma subsp. tetrasperma
Overige soorten die behandeld worden zijn
Nederlandse naam Botanische naam
Pinda Arachis hypogaea
Rooibos Aspalathus linearis
Astragalus bibullatus
Dividivi Caesalpinia coriaria
Pauwenbloem Caesalpinia pulcherima
Indische goudenregen Cassia fistula
Clianthus puniceus
Johannesbroodboom Ceratonia siliqua
Judasboom Cercis siliquastrum
Kikkererwt Cicer arietinum
Namnam Cynometra cauliflora
Flamboyant Delonix regia
Valse Christusdoorn Gleditsia triacanthos
Sojaboon Glycine max
Hardenbergia violacea
Liparia splendens
Kruidje-roer-mij-niet Mimosa pudica
Esparcette Onobrychis viciifolia
Ormosia cruenta
Yamboon Pachyrhizus erosus
Pronkboon Phaseolus coccineus
Sperzieboon Phaseolus vulgaris
Erwt Pisum sativum
Kapucijner Pisum sativum
Kudzu Pueraria lobata
Bont kroonkruid Securigera varia
Sesbania tomentosa
Sesbania grandiflora
Bezemstruik Spartium junceum
Strongylodon macrobotrys
Honingboom Styphnolobium japonica
Swainsona formosa
Enige geslachten

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Een situatie die in de botanische nomenclatuur overigens heel gebruikelijk is: aan de lopende band worden grote families en grote geslachten gesplitst of kleine families of geslachten samengevoegd, waarbij er altijd een groep is die de naam draagt die op het type gebaseerd is en dus in bredere of in engere zin kan worden opgevat. Ook bij bijvoorbeeld de geslachtsnaam Magnolia is het vrijwel altijd nodig om na te gaan of de naam sensu lato of sensu stricto opgevat moet worden. Specialisten op het gebied van zo'n familie weten doorgaans ook heel goed welke auteurs welke opvatting aanhangen en raken zo zelden in verwarring.