Winterpostelein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het gelijknamige geslacht, zie Winterpostelein (geslacht).
Winterpostelein
Winterpostelein - overzicht
Winterpostelein - overzicht
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Montiaceae
Geslacht: Claytonia (Winterpostelein)
Soort
Claytonia perfoliata
Donn ex Willd. (1798)
Blad en bloem
Blad en bloem
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De winterpostelein of kleine winterpostelein (Claytonia perfoliata, synoniem: Montia perfoliata) is een eenjarige plant uit de familie Montiaceae. Vroeger was de soort opgenomen in de posteleinfamilie (Portulacaceae). De soort groeit van nature in Noord-Amerika. Via Cuba is de plant naar West-Europa gekomen. De soort wordt in Engeland, Frankrijk, België, Nederland en Duitsland verbouwd als winterharde postelein, maar komt in al deze landen ook verwilderd voor. Vanwege de route waarlangs de plant in Europa arriveerde, wordt de plant in Duitsland 'Kubaspinat' genoemd.

Kenmerken[bewerken]

De plant is 15-40 cm hoog en tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen aan de schotelvormige bladeren, waar de stengel door heen lijkt te groeien. Het betreft hier een tweetal bladeren, die tezamen vergroeid zijn. Dit zijn geen kelkbladeren, maar naar de bloem opgerukte gewone bladeren. De gewone blaadjes hieronder hebben een schop-vorm.

De gewone bladeren zijn 2-3 cm groot. De twee om de bloemstengel vergroeide bladeren zijn groter. De witte bloemen zijn klein met 2-3 mm lange kroonbladen. Deze meerjarige plant bloeit van april tot juni. In maart gezaaid bloeit de plant van juni tot in de herfst. De 1 - 1,5 mm grote zaden hebben een mierenbroodje.

Naamgeving[bewerken]

De naam Claytonia komt van John Clayton, een botanicus uit de 17e eeuw. De naam perfoliata ('perforeren') is afgeleid van de manier waarop de stengel twee bladeren perforeert.

Teelt[bewerken]

planten half oktober

Wie de plant wil telen kan in juni en juli zaaien, waarbij de zaadhoeveelheid 10 g/m² bedraagt. Een onderlinge afstand van 10 cm tussen de rijen is gewenst. Voor de teelt onder glas moet in de tweede helft van augustus gezaaid worden, waarbij de eerste oogst in november en de tweede in maart valt.

Reeds jonge planten kunnen in de herfst geoogst worden. Wanneer men het hart laat staan, maakt de plant weer nieuwe bladeren. De oogst dient in maart afgesloten te worden voordat de plant gaat bloeien.

Het plantje heeft een sterke voorkeur voor zandige gronden, en zal dus in tuinen met goede grond niet snel als onkruid woekeren. Wel stelt het eisen aan de vochtigheid: het heeft behoefte aan constant vochtige grond. De plant verwacht een zuurgraad tussen 6,1 en 7,8.

Zaadteelt[bewerken]

Zaden

Voor de teelt van zaad moet er half maart gezaaid worden. De bloei begint dan in juni tot in de herfst. De zaaddozen moeten voordat ze op de grond vallen geplukt en gedroogd worden.

Gebruik[bewerken]

De plant is tegen vorst bestand en daardoor in het vroege voorjaar een belangrijke bron van vitamine C en mineralen als calcium, magnesium, en ijzer. In Amerika werd de plant door zowel Indianen als de goudzoekers in Californië gewaardeerd. Voor deze laatsten was het een belangrijk bestrijdingsmiddel van scheurbuik in het vroege voorjaar, wanneer zij gebrek aan vitamine C hadden. Diverse stammen waaronder de Zwartvoetindianen[1] waardeerden overigens niet alleen de zachte blaadjes, maar ook de knollen, die ook eetbaar zijn evenals de wortels[2].

Inhoudsstoffen[bewerken]

De voedingswaarde van 100 gram verse winterpostelein is:

Energetische waarde 42 kJ
Koolhydraten 1 gram
Eiwit 1 gram
Vet 0,2 gram
Vitamine C 20 mg
Caroteen 1,70 mg
Vitamine B1 0,06 mg
Vitamine B2 0,04 mg
Calcium 130 mg
IJzer 3 mg

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. McClintock, Walter 1909 Medizinal- Und Nutzpflanzen Der Schwarzfuss Indianer. Zeitschriff fur Ethnologie 41:273-9 (p. 278)
  2. http://www.pfaf.org/database/plants.php?Claytonia+perfoliata