Gewone vlier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gewone vlier
vlierbloesem
vlierbloesem
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Campanuliden
Orde: Dipsacales
Familie: Adoxaceae (Muskuskruidfamilie)
Geslacht: Sambucus (Vlier)
Geslacht
Sambucus nigra
L. (1753)
vlierbessen
vlierbessen
struik
struik
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De gewone vlier (Sambucus nigra) is een plant uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae). De bloei is van mei tot juli. De bestuiving vindt plaats door insecten. De vruchten zijn in september en oktober rijp. De plant vermeerdert zich door zaad, dat met name door spreeuwen, die dol op de bessen zijn, wordt verspreid. Botanisch gezien zijn de bessen steenvruchten.

Zaad

De gewone vlier wordt door het edelhert gegeten omdat zij de plantendelen van de gewone vlier kunnen verteren. Voor veel andere dieren is de gewone vlier giftig vanwege cyaanverbindingen in het blad. In vlierstruiken is vaak het zwammetje judasoor te vinden.

De vlier stelt geen hoge eisen aan zijn standplaats en wordt zelfs in dakgoten gevonden.

Plantengemeenschap [bewerken]

De gewone vlier is een kensoort voor de klasse van de doornstruwelen (Rhamno-Prunetea).

Gebruik [bewerken]

Het hout van de gewone vlier is zacht, maar splintert niet. Daarom kunnen er kleine gebruiksvoorwerpen van worden gemaakt.

Het merg van de twijgen wordt toegepast om kleine voorwerpen te beschermen. Van de vruchten wordt jam, vruchtensap en vlierbessenjenever gemaakt. De bloesem wordt wel in pannenkoeken gebruikt. De Noord-Amerikaanse Indianen frituren de bloesem nog wel. Bovendien kan men van de bloesem siroop maken. Deze wordt voornamelijk geproduceerd in Engeland en staat wel bekend als Elderflower Cordial. In Zweden staat het bekend als Fläderblomssaft. De gedroogde bloesem kan het hele jaar door gebruikt worden om thee van te zetten.

In de Middeleeuwen had de vlier de reputatie dat hij beschermde tegen hekserij (zie afweerkruid), de vlier is gewijd aan Vrouw Holle.

Vroeger eindigde de afvoer van de gootsteen boven de grond net buiten de muur. De vlierstruik werd hiervoor geplant en onttrok dit gat aan het zicht. Dit gebruik wordt onder meer vermeld in het boek 'Moeder Geerte' van H.J. van Nynatten-Doffegnies.

Vermeerdering. Vlieren laten zich gemakkelijk vermeerderen uit een stek van een twijg.

Externe link [bewerken]