Mijn (explosief)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een militair bezig met antitankmijnen
Een tank met een landmijnenploeg

Een mijn is een wapen met de specifieke eigenschap dat het ontploft bij een 'aanraking' of bij nadering. Dit wil zeggen dat een sensor zal registreren dat het toestel met iets in contact komt. Dit is meestal een simpele drukknop, maar mijnen kunnen ook zijn uitgerust met magnetische sensoren of trillingssensoren, die de nabijheid van voer- of vaartuigen detecteren. Voor de ontploffing dient de mijn geladen te zijn met een voldoende hoeveelheid explosief materiaal dat door een mechanisme tot ontploffing wordt gebracht bij een aanraking. Mijnen kunnen worden onderverdeeld in landmijnen en zeemijnen.

Tot aan de Eerste Wereldoorlog werd onder een mijn een ingegraven hoeveelheid explosieven verstaan, die door mineurs tot ontploffing werd gebracht.[1] De mijn werd veel gebruikt tijdens belegeringen, om vestingwerken zoals wallen en muren te kunnen opblazen. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft het woord uitsluitend nog betrekking op compleet gemonteerde explosieven die kunnen worden verborgen en die zelfstandig worden geactiveerd.

Typen mijnen[bewerken]

Er bestaan twee grote groepen van mijnen:

Landmijnen[bewerken]

  • Antipersoneelsmijnen[2] Deze mijnen worden vlak onder de grond begraven en ontploffen als er een persoon overheen loopt. Men plaatst zoveel explosieven in een mijn dat het slachtoffer verminkt maar niet gedood wordt. Dan moeten twee kameraden hem in veiligheid brengen zodat drie man buiten gevecht gesteld zijn.
  • Antivoertuigmijnen. Dit zijn soms zeer zware mijnen die zo afgesteld zijn dat ze alleen afgaan als er iets overheen gaat dat zwaarder is dan een paar honderd kilo, zoals een auto. Soms reageert de mijn op metaal dat in de buurt komt. Een bijzondere versie is de antitankmijn, die specifiek tegen tanks is gericht.

Zeemijnen[bewerken]

  • Contactmijnen, meestal drijvend vlak onder het wateroppervlak en verankerd aan een ketting;
  • Invloedsmijnen, meestal zich bevindend op de zeebodem, waaronder weer:
    • Magnetische mijnen (worden geactiveerd door verstoring van een magnetisch veld door een schip);
    • Akoestische mijnen (worden geactiveerd door het schroefgeruis van een schip);
  • Mijnen met daarin een torpedo zoals de CAPTOR-mijnen van de NAVO. De mijn heeft een "geheugen" voor het geluid van de schroeven van een bepaald vijandelijk oorlogsschip en de mijn sluimert totdat een specifiek schip langsvaart. Dan wordt de Mark 48 torpedo gelanceerd.
    • Drukgolfmijnen (worden geactiveerd door de drukgolf van een schip)

Combinaties van verschillende werkingsmechanismen komen ook voor. Moderne invloedsmijnen kunnen zelfs reageren op het schroefgeruis van een specifiek type schip óf een aantal schepen ongehinderd laten overvaren, voordat ze tot ontploffing komen.

Opsporing van mijnen[bewerken]

Dit gebeurt op verschillende manieren.

  • Bij het onschadelijk maken van landmijnen worden onder meer genie-eenheden, speciaal opgeleide ratten, metaaldetectoren en voertuigen (zoals de Aardvark JSFU en Scanjack 3500 NLD, voor antipersoneelsmijnen de Bozena 4) gebruikt.
  • Het komt ook voor dat kinderen of krijgsgevangenen een mijnenveld in worden gestuurd. Dit wordt als oorlogsmisdaad beschouwd.
  • Bij zeemijnen worden mijnenvegers en mijnenjagers gebruikt, gespecialiseerde vaartuigen met diverse verschillende vernietigingsmechanismen aan boord. Mijnenjagers zijn bovendien ook uitgerust met opsporingsappartauur, sonar, om zeemijnen te lokaliseren. Voor het uitschakelen worden soms ook duikers gebruikt vanaf duikvaartuigen. Omdat sommige mijnen magnetisch zijn en dus reageren als er een metalen schip in de buurt komt, worden mijnenvegers tegenwoordig meestal gemaakt van diverse soorten kunststof, vroeger waren ze vaak van hout.

Het ruimen van mijnen[bewerken]

Allereerst moeten de vijandelijkheden beëindigd zijn. Dan moet het politieke proces opgang komen waarbij de regering het opruimen van mijnen en niet ontplofte munitie aan haar taak gaat toevoegen. Omdat na een oorlog het land economisch aan lagerwal geraakt is, ontbreekt het benodigde geld hiervoor. De hulp wordt vaak ingeroepen van de Verenigde Naties, die op dit gebied zeer actief zijn. Meestal worden onder de vlag van de VN de gebieden in kaart gebracht waar het ruimen moet gebeuren. Daarvoor maakt de VN gebruik van particuliere organisaties die zich op dit gebied gespecialiseerd hebben, maar ook legereenheden van neutrale landen kunnen ingezet worden. Wanneer de omvang duidelijk is kan het kostenplaatje opgesteld worden. Het benodigde geld kan bijeengebracht worden door een aantal partijen, zoals de Wereldbank, andere landen en particuliere fondsen.

Het ruimen zelf kan op verschillende manieren gebeuren. De meest effectieve is door goed opgeleide en getrainde bewoners van zo'n gebied. Zij zijn vaak al op de hoogte waar mijnen en niet ontplofte munitie liggen en zijn goed bekend met het gebied. De opleiding en training wordt vaak verzorgd door ex-militairen. Uiteraard is er opsporingsapparatuur nodig zoals metaaldetectoren, en, in geval van plastic mijnen, apparatuur die explosieven kan detecteren. En niet te vergeten een uitrusting om de mijnenruimer te beschermen. Het ruimen van de mijnen wordt ook vaak bemoeilijkt door de aanwezigheid van andere 'onschuldige' metalen in de grond.

Bij dit alles hoort ook een goede voorlichting van de lokale bevolking. Velen weten niet wat een landmijn is en kennen de gevaren niet. Het budget moet toereikend zijn om alle kosten te financieren, onder andere het salaris van de lokale mensen, die het gevaarlijke werk doen.

Verdrag van Ottawa[bewerken]

In 1997 tekenden 127 landen het Verdrag van Ottawa, dat een verbod inhoudt op gebruik, productie en overdracht van antipersoneelsmijnen. Ook Nederland en België ondertekenden dit verdrag. Een aantal landen hebben het verdrag (nog) niet ondertekend, dit zijn o.a. Rusland, China, Irak, Iran, Cuba, de Verenigde Staten, India en Israël.

Zie ook[bewerken]

Noten
  1. Militair Woordenboek, H.M.F. Landolt (1861)
  2. In Vlaanderen antipersoonsmijnen genoemd; zie de Taaltelefoon.