Sensor
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een sensor of 'voeler' is een kunstmatige uitvoering van iets dat in de biologie een zintuig heet. De meeste sensoren zijn elektrisch of mechanisch uitgevoerd, softwarematige en 'virtuele' sensoren zijn ook mogelijk. Met een sensor neemt een machine de omgeving waar of er kan informatie mee verzameld worden waarmee processen in industrie en informatica bestuurd kunnen worden. Een sensor meet een natuurkundige grootheid.
Sensoren zetten een elektrisch of niet-elektrisch signaal om in een elektrisch signaal voor verdere bewerking, bijvoorbeeld naar een PLC of DCS of een PC. De niet-elektrische signalen liggen in de volgende signaal-domeinen: straling, mechanisch zoals druk, thermisch (warmte), magnetisch, chemisch.
Sensoren kunnen worden gemaakt op basis van dezelfde technologie als microprocessoren en geheugens in PC's (chiptechnologie), maar ook met andere technologieën. Zo zou je een fototoestel als sensor kunnen beschouwen.
Sensoren worden onder andere gebruikt om de volgende zaken in de omgeving waar te nemen:
- Temperatuur
- Druk
- Druktransmitter
- Pressiostaat of drukschakelaar
- Manometer
- Debiet
- pH
- Niveau
- Trilvork
- Ultrasoon
- Radar
- Capacitief
- Hydrostatische druk
- Nabijheid
- Gewicht of kracht
- Redox
- Geleidbaarheid
- Magnetisch veld
- Elektrisch verbruik Kilowattuurmeter
- Richting - bijvoorbeeld een elektronisch kompas
- Helling - bijvoorbeeld een elektronische waterpas
- Chemische samenstelling
- Hoogte - bijvoorbeeld radarmeting of vlotter
- Afstand met een afstandssensor
- Verplaatsing met verplaatsingssensoren
- Beweging - met bewegingssensoren
- Beeld met een beeldsensor
- Licht meet de ruimtelijke verdeling van het licht.
- Een virtuele sensor meet een grootheid die niet rechtstreeks gemeten kan worden, in plaats daarvan wordt door middel van een neuraal netwerk een waarde afgeleid uit andere, wel meetbare grootheden.
[bewerk] Externe link
- SensEdu; hoe sensoren werken (www.sensedu.com) (en)

