Vlaggenschip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het voormalige vlaggenschip HMS Victory van de Britse zeemacht.

Een vlaggenschip is binnen een vloot het schip waarop de bevelhebber van die vloot is te vinden. Bij een groep oorlogsschepen is dit het schip dat gebruikt wordt door de officier die die groep leidt, vroeger wel vlaggeman genoemd, omdat hij het recht had een commandovlag te voeren. De term wordt ook gebruikt in de koopvaardij en duidt dan op het meest toonaangevende schip van een rederij of een konvooi. Door overdrachtelijk gebruik kan vlaggenschip in het algemeen worden gebruikt om het meest toonaangevende onderdeel of product of van een organisatie aan te duiden.

Bij de marine[bewerken]

De benaming verwijst naar het gebruik dat de bevelvoerend officier, in de regel een zogeheten vlagofficier, een herkenbare vlag hijst. Omdat commando's aan andere schepen vroeger via vlagsignalen werden doorgegeven, moest duidelijk te zien zijn waar die signalen konden worden verwacht. Op deze manier is het "vlaggenschip" iets tijdelijks: het schip waar de bevelhebber van de vloot zich bevindt. Deze schepen hadden echter in de praktijk extra voorzieningen nodig: een ontmoetingsruimte die groot genoeg was om alle kapiteins uit de vloot tegelijk te ontvangen, en een plaats voor de staf om plannen te maken en orders uit te schrijven. In deze zin duidt "vlaggenschip" op blijvende eigenschappen van een scheepstype.

In het tijdperk van de zeilschepen was het vlaggenschip meestal een linieschip van de eerste klasse (een schip met twee of drie geschutdekken). Aan de achterzijde werd een dek gebruikt als het hoofdkwartier van de admiraal en zijn stafofficieren. Dit kan vandaag de dag gezien worden op de HMS Victory, het vlaggenschip van admiraal Nelson bij de zeeslag bij Trafalgar, dat nu in Portsmouth ligt. In grotere zeeslagen als bij Portland en Solebay werd een vloot onderverdeeld in eskaders, elk met een eigen vlaggenschip.

In de twintigste eeuw werden schepen zo groot dat de meeste scheepstypen accommodatie konden bieden aan de commandanten en de staf. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kozen de bevelhebbers vaak liever een sneller dan een groter schip. Hogere eisen aan de communicatie en bereikbaarheid hebben geleid tot speciaal ontworpen vlaggenschepen, afgestemd op het voeren van het commando. Zodoende is tegenwoordig in een vloot het vlaggenschip van waaruit de orders komen meestal het daarvoor best toegeruste schip.

Bij rederijen[bewerken]

Bij rederijen werd het belangrijkste en meest in het oog springende schip vaak gebruikt als de blikvanger, die positief kon bijdragen aan het imago van het hele bedrijf. Vaak ging het om het grootste of nieuwste schip, waarbij ook met een scheef oog naar de concurrentie werd gekeken. Het was gebruikelijk dat de oudste, meest ervaren kapitein binnen de rederij op het vlaggenschip ging varen.[1][2]

Vlaggenschip in het spraakgebruik[bewerken]

Zoals veel andere scheepstermen is ook het woord "vlaggenschip" overgenomen in het dagelijkse taalgebruik, waar het de betekenis heeft van het belangrijkste of leidende lid van een groep of onderdeel van een geheel. Ook hier is vooral de bijdrage aan het imago van de groep of het geheel belangrijk. Het wordt ook gebruikt voor het meest aanwezige product, de meest bekende locatie, of de beste service aangeboden door een bedrijf. Zo wordt Windows wel het vlaggenschip van Microsoft genoemd. In het Engels heeft flagship een vergelijkbare betekenisontwikkeling doorgemaakt. De beeldbepalende winkel van een keten of merkfabrikant wordt wel als flagship store aangeduid.[3]

Nederlandse vlaggenschepen[bewerken]

Beroemde Nederlandse vlaggenschepen in de zeventiende eeuw:

Icoontje WikiWoordenboek Zoek vlaggenschip op in het WikiWoordenboek.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Werkman, G. Behouden vaart (1942) Uitgevers Mij. Holland, Amsterdam onder: 'Van "Dido" tot "Colombia"'; geraadpleegd 2014-08-06
  2. "Kapitein Teun Vet in Maassluis herdacht" op: Vaart!, 23-06-2007 onder 'Grote toekomst weggelegd'; geraadpleegd 2014-08-06
  3. Crane, J. "Flagship Stores" op: Marketing Online (29-12-2011); geraadpleegd 2014-8-06