George II van Groot-Brittannië
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
|
|
|
| 1683-1760 | |
|
|
|
| Periode | 1714-1727 |
| Voorganger | Jacobus Frans Eduard |
| Opvolger | Frederik Lodewijk |
|
Keurvorst van Hannover Hertog van Saksen-Lauenburg |
|
| Periode | 1727-1760 |
| Voorganger | George I |
| Opvolger | George III |
|
|
|
| Vader | George I |
| Moeder | Sophia Dorothea van Celle |
| Dynastie | Hannover |
George II August (Schloss Herrenhausen, Hannover, 10 november 1683 – Londen, 25 oktober 1760) was koning van Groot-Brittannië en Ierland en keurvorst van Hannover van 1727 tot zijn dood in 1760. Hij was de zoon van koning George I en diens vrouw Sophia Dorothea van Celle.
Hij was de laatste Britse monarch die buiten Groot-Brittannië was geboren. En hij stond bekend om zijn vele conflicten eerst met zijn vader, en later met zijn zoon. Als koning, had hij weinig politieke macht in het begin van zijn regering. De macht lag niet in de handen van George II maar van de eerste Britse Premier, Sir Robert Walpole.
Inhoud |
[bewerken] Jonge leven en huwelijk
Koning George II werd geboren op 10 november 1683 als Georg August van Hannover. Hij was de zoon van George Lodewijk, in die tijd de erfprins van het Keurvorstendom Hannover, en van Sophia Dorothea van Celle. Koningin Anna van Groot-Brittannië, die in 1702, koningin was geworden gaf George in 1705 de Britse nationaliteit. Hij werd in 1706 ridder in de Orde van de Kousenband. En hij werd Hertog van Cambridge, Earl van Milford Haven, Burggraaf van Northallerton en Baron van Tewkesbury. In 1708 nam hij deel van de Slag bij Oudenaarde, en viel tijdens deze slag van zijn paard, maar overleefde het drama zonder ernstige schade.
Op 22 augustus 1705 trad George in Hannover in het huwelijk met Markgravin Caroline van Brandenburg-Ansbach, een intelligente en aantrekkelijke vrouw, er waren vele mannen die om haar hand hadden gevraagd. Van Caroline werd eigenlijk verwacht dat ze zou trouwen met een Spaanse prins, maar zij weigerde. Dit kwam omdat zij anders haar protestantse geloof moest opgeven voor het Rooms Katholieke geloof. Uit het huwelijk werden drie zoons en vijf dochters geboren, waaronder de latere prins van Wales, Frederik.
[bewerken] Koning George I
Op 1 augustus 1714 stierf plotseling koningin Anna van Groot-Brittannië, eigenlijk zou zij volgens een wet uit 1701 opgevolgd worden door prinses Sophia van de Palts een kleindochter van koning Jacobus I van Engeland via zijn dochter prinses Elizabeth Stuart. Doordat op dat moment Sophia niet meer in leven was (overleden twee maanden voor koningin Anna) werd haar oudste zoon, George, koning van Groot-Brittannië als koning George I. Zijn vader benoemde hem tot Prins van Wales en graaf van Chester op 27 september 1714, kort nadat beiden in Engeland waren aangekomen.
George II had een ontzettend slechte verstandhouding met zijn vader, maar later ook met zijn eigen oudste zoon Frederik. Toen de prinses van Wales, Caroline, het leven schonk aan prins George Willem van Groot-Brittannië in 1717, kwamen de ruzies op zijn top. Toen de prins van Wales zijn vader tijdens de doop van prins George Willem publieke beledigde werd hij tijdelijk gevangen gezet. Later verbande de koning de prins van Wales van het St. James's Palace, de residentie van de koning, en George I sloot hem uit van alle openbare plechtigheden. Na de dood van George I bleek dat deze plannen had gekoesterd om zijn zoon naar de koloniën te verbannen.
Prins George van Wales deed er alles aan om tegen zijn vader te strijden. Dit bleek ook in politiek opzicht. Zijn Londense residentie, Leicester House, werd een beroemde ontmoetingsplaats voor mensen die tegen koning George I waren, waaronder Sir Robert Walpole en Charles Townshend, tweede Viscount van Townshend. In 1720 moedigde Walpole een verzoening tussen de koning en de prins van Wales aan. In het zelfde jaar keerde Walpole terug in de Britse politiek, hij was namelijk sinds 1717 verbannen. Het jaar 1721 stond vooral bekend om de South Sea Bubble (South Sea staat voor Zuid-Zee Compenie en Bubble is een hausse), door deze door deze politieke tegenslag kon Sir Robert Walpole stijgen tot het hoogtepunt van de regering. Walpole en zijn Whig Party waren dominant in de politiek van koning George I. De macht van de Whigs was zo groot dat de Tories niet aan de macht zouden komen voor een ander halve eeuw. Sir Robert Walpole controleerde de Britse politiek, maar doordat hij zich aansloot bij de koning verloor hij de gunst van de Prins van Wales.
[bewerken] Vroege regering
Prins George van Wales volgde zijn vader op in 1727. Koning George I was op 10 juni 1727 overleden. George werd koning als koning George II. Het geruzie met zijn zoon prins Frederik bleef doorgaan, George II had zelfs plannen om zijn zoon te verbannen naar de Britse kolonies. Maar het gezonde verstand overwon, en hij besloot dit niet te doen. George II werd op 4 oktober gekroond in de Westminster Abbey. De Duitse componist Georg Friedrich Händel kreeg de opdracht om nieuwe composities te schrijven voor de kroning. Waaronder Zadok the Priest, dit lied wordt sindsdien tijdens elke kroning gezongen. Er werd alom gedacht dat de koning Sir Robert Walpole zou verbannen, en dat hij zou worden vervangen door Sir Spencer Compton, dit omdat Walpole zich had aangesloten bij de vader van de koning (1721). De koning had liever dat Compton zijn toespraken schreef dan Premier Walpole. Sir Spencer echter verzocht Walpole voor de steun in die taak, Koningin Caroline, een vurige aanhanger van Sir Robert, dacht te beweren dat Compton incompetent was. George II ging akkoord met zijn vrouw en Walpole, en de laatst genoemde bleef aan als Eerste Minister. Vanaf dat moment steunde de koning Sir Robert vaak. De koning creëerde peers die zich hadden aangesloten bij de Whigs.
Doordat koningin Caroline nog in leven was, was de positie van Walpole veilig. Hij domineerde de binnenlandse politiek, en hij had een grote stem in de buitenlandse politiek van de koning. George II was een voorstander van oorlog in Europa de premier was in deze zaken vaak veel voorzichtiger dan Zijne Majesteit. Vandaar dat in 1729 een vredesverdrag met Spanje werd ondertekend. In 1732 werd er dankzij de Britse generaal James Oglethorpe de Britse provincie Georgia in Brits Noord Amerika gesticht (ook wel bekend als de Georgia Kolonie), dit werd vernoemd naar George II. In 1737 stichtte hij de Georg-August-Universität Göttingen in de Duitse stad Göttingen.
De relatie tussen George en zijn zoon, de Prins van Wales, verslechterde in de jaren dertig van de 18e eeuw. Toen de Prins van Wales in het huwelijk trad met prinses Augusta van Saksen-Gotha, barstte er een openlijke ruzie uit, de koning verbande de Prins van Wales en zijn familie van het Hof in 1737.
Nadat de koning zijn zoon verbannen had, verloor hij zijn vrouw. Koningin Caroline stierf op 20 november 1737. Koningin Caroline verzocht de koning om te hertrouwen, de koning reageerde als volgt: "Non, j'aurai des maîtresses!" (Frans voor: "Nee, ik zal maîtresses nemen!"). George had toen al een onwettig kind: Johan Lodewijk, Graaf van Wallmoden-Gimborn (geboren op: 22 april 1736, overleden op 10 oktober 1811). Johan Lodewijk was de zoon van Amalie von Wallmoden, gravin van Yarmouth (1704-1765). De meest beroemde maîtresse van George II is Henrietta Howard, Gravin van Suffolk, zij was een Hofdame van koningin Caroline (een lady of the bedchamber).
[bewerken] Oorlogen
Tegen het advies van Walpole, nam George deel aan een nieuwe oorlog, de Oorlog van Jenkins' Ear. De oorlog werd gevoerd tussen Groot-Brittannië en Spanje in 1739. Het hele Europese continent werd echter in 1740 in een hele andere oorlog gesleurd. Op 20 oktober 1740 was Keizer Karel VI van het Heilige Roomse Rijk overleden. Karel VI had echter geen zoons, en daardoor had Karel VI de Pragmatieke Sanctie gemaakt. In deze sanctie stond dat de dochters van Karel VI recht hadden op de troon. De reden van de oorlog was de vele landen Maria Theresia van Oostenrijk niet erkenden als de nieuwe keizerin. De oorlog tussen Spanje en Groot-Brittannië werd daarna snel een onderdeel van de Oostenrijkse Successieoorlog.
Echter was Sir Robert Walpole niet in staat om een Europees conflict van een dergelijke grootte te ontwijken. Hij moest ook in het parlement op botsen tegen meerdere politieke voorstanders van de oorlog. Die geleid werden door John, de Baron van Carteret (later Earl van Granville). Sir Robert werd er uiteindelijk van verkiezingsfraude beschuldigd, en ging in 1742 met pensioen, nadat hij meer dan twintig jaar als Eerste Minister had gediend. Hij werd vervangen door Spencer Compton, de eerste Earl van Wilmington. Hij was eigenlijk de eerste keuze van George II, maar dit werd toen tegengewerkt door koningin Caroline, omdat zij en Sir Robert Walpole goede vrienden waren. Lord, Wilmington, echter, was meer een soort boegbeeld, de werkelijke macht lag in de handen van Lord Carteret. Toen Lord Wilmington in 1743 plotseling stierf werd hij vervangen door Henry Pelham. De partij die voor de Oostenrijkse oorlog was werd geleid door Lord Carteret, die beweerde dat wanneer Maria Theresia er niet in slaagde om de Oostenrijkse troon te bemachtigen, de Franse macht in Europa te groot zou worden. George II stemde in om meer troepen naar het vaste land van Europa te steuren, zogenaamd ter ondersteuning van Maria Theresa, maar eigenlijk werden gezonden om Hannover te verdedigen. Het Britse leger had al meer dan twintig jaar niet meer gevochten tijdens grote Europese conflicten. Tijdens die periode had de Britse regering haar leger zwaar verwaarloosd. Hoe dan ook, de koning zond zijn troepen vol enthousiasme naar Europa. George II bezocht zijn troepen ook persoonlijk tijdens de slag om Dettingen in 1743, daarmee was hij de laatste Britse monarch die zijn (of haar tijdens koningin Victoria en koningin Elizabeth II) troepen persoonlijk bezocht. De troepen van George II werd geleid door zijn zoon, Zijne Koninklijke Hoogheid De Hertog van Cumberland. De oorlog werd echter niet gesteund door het Britse volk, die van mening waren dat de Koning en Lord Carteret de belangen van Hannover boven die van Groot-Brittannië stelden.
De Franse tegenstanders van koning George II moedigden de Jacobieten aan om een opstand tegen de koning te beginnen, tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog. De Jacobieten waren de aanhangers van de Rooms Katholieke Koning Jacobus II, die in 1689 werd onttroond, en echter niet werd vervangen door zijn Katholieke zoon maar door zijn Protestantse dochter, Maria II en diens man Willem III van Oranje-Nassau, een familie lid van de man van prinses Anna, prins Willem IV, de oudste dochter van George II. De zoon van Jacobus II, Jacobus Frans Eduard Stuart, beter bekend als de Old Pretender, had tot twee keer toe een opstand geleid. De eerste in 1715 beter bekend als The Fifteen, hij was toen al gevlucht naar Frankrijk, en de tweede in 1719 beter bekend als The Nineteen, deze opstand was zo zwak dat het bijna niet serieus genomen werd. De zoon van The Old Pretender, Karel Eduard Stuart, beter bekend onder zijn populaire bijnaam Bonnie Prince Charlie, hij leidde echter een veel sterkere opstand, in de naam van zijn vader, in 1745.
Bonnie Prince Charlie landde in Schotland in juli 1745. Vele Schotten steunde hem in zijn zaak. Hij versloeg de Britse troepen in september. Vervolgens probeerde hij Engeland binnen te trekken, maar daar stonden zelfs de Katholieken niet positief tegen een invasie. De Franse Koning Lodewijk XIV beloofde Bonnie Prince Charlie om twaalfduizend mannen te sturen, om daarmee de opstand de kop in te drukken, maar uiteindelijk ging dit niet door. Een Brits leger onder de aanvoering van de Hertog van Cumberland dreef de Jacobitische manschappen terug naar Schotland. Op 16 april 1746 stonden Bonnie Prince Charlie en de Hertog van Cumberland tegenover elkaar tijdens de Slag bij Culloden, de laatste slag ooit gevochten op Brits grondgebied. De Jacobitische troepen werden verslagen en Bonnie Prince Charlie vluchtte terug naar Frankrijk, maar vele van zijn Schotse volgelingen werd door het Britse leger gevangen genomen en vermoord. Het Jacobitisme werd de kop in gedrukt, en er werd verder geen serieuze poging meer gedaan om het Huis Stuart te herstellen op de troon.
De oorlog ging door. Uiteindelijk werd er in 1748 een einde gemaakt aan de Oostenrijkse Successieoorlog en Maria Theresia werd erkend als Aartshertogin van Oostenrijk, haar man Frans Stefanus van Lotharingen was in 1745 keizer geworden. Maria Theresia was echter teleurgesteld in Groot-Brittannië, zelf noemde zij Groot-Brittannië onbetrouwbaar.
[bewerken] Latere regering en dood
Voor de rest van zijn leven was de interesse van George II in de politiek niet echt groot, en spendeerde hij er ook niet veel tijd aan. Toen de Prins van Wales plotseling stierf in 1751 volgde diens oudste zoon, Prins George, hem meteen op als Hertog van Edinburgh. De nieuwe Hertog werd niet lang daarna verheven tot Prins van Wales, en kreeg daarna de positie als kroonprins en werd hij erkend als opvolger van koning George II. Hoe dan ook, de douairière Prinses van Wales, Augusta van Saksen-Gotha, vertrouwde de koning niet en hield prins George ver weg van zijn grootvader.
George' Eerste Minister, Henry Pelham stierf in 1754 en werd toen opgevolgd door zijn broer, Thomas Pelham-Holles, De Hertog van Newcastle-upon-Tyne. Thomas Pelham-Holles werd op zijn beurt opgevolgd door William Cavendish, de Hertog van Devonshire in 1756. Een andere noemenswaardige Eerste Minister van George II was William Pitt de Oudere. William Pitt werd Secretaris van de Staat onder het Eerste Ministerschap van de Hertog van Devonshire, maar de koning was echter niet zo blij met zijn aanstelling. Dit kwam omdat William Pitt tegen de Oostenrijkse Successieoorlog had gestreden, terwijl dat juist de koning ervoor was. Pitt's misnoegen werd alleen maar vergroot door de toespraken die William Pitt voerde in 1757. In april van het zelfde jaar ontsloeg George II William Pitt, maar de koning liet hem later terugkomen. Rond dezelfde tijd werd ook de Hertog van Newcastle-upon-Tyne voor een tweede keer Eerste Minister.
Als Secretaris van de Staat (in Engeland ook wel: Secretary of State for the Southern Department) leidde William Pitt de Engelse politiek richting de Zevenjarige Oorlog, deze oorlog werd ook wel gezien als de opvolger van de Oostenrijkse Successieoorlog. Maria Theresia van Oostenrijk, Aartshertogin van Oostenrijk, sloot een verdrag met de natuurlijke vijanden van Oostenrijk, het Russische Rijk van Tsarina Elisabeth en het Frankrijk van koning Lodewijk XV. Daardoor werden deze landen de vijand van Groot-Brittannië en Hannover. George II vreesde dat deze alliantie van Oostenrijk, Frankrijk en Rusland Hannover zouden binnen vallen, daardoor sloot koning George II een verdrag met het Pruisen van koning Frederik II. Groot-Brittannië, Hannover en Pruisen stonden tegenover de grote Europese mogendheden: Oostenrijk, Frankrijk, Rusland, het Zweden van koning Adolf Frederik en het Keurvorstendom Saksen onder keurvorst Frederik Augustus II eveneens koning van Polen. Echter sloot het Koninkrijk Portugal van koning Jozef I zich aan bij de kant van Groot-Brittannië. De oorlog werd niet alleen gevoerd in Europa maar ook in Noord-Amerika (waar de oorlog beter bekend staat als de Franse en Indiaanse Oorlog) en in India.
Hij stierf op 25 oktober 1760 op het toilet. Hij werd naar zijn bed gebracht en vroeg naar prinses Amelia, zij snelde zich naar haar vader, maar toen zij bij hem kwam was hij al overleden. Hij werd begraven in Westminster Abbey. Zijn kleinzoon volgde hem op als koning George III.
[bewerken] Kinderen
Uit het huwelijk van George II en Caroline werden de volgende kinderen geboren:
- Frederik (1 februari 1707 - 31 maart 1751), prins van Wales, trad in het huwelijk met prinses Augusta van Saksen-Gotha. Hij is de vader van koning George III.
- Anna (2 november 1709 - 12 januari 1759), gehuwd met prins Willem IV van Oranje-Nassau, de grootvader van de eerste Nederlandse koning Willem I
- Amelia Sophia (10 juli 1711 - 31 oktober 1786), bleef ongehuwd.
- Caroline (21 juni 1713 - 28 december 1757), bleef ongehuwd.
- Augustus George (9 november 1716), geboren en overleden op dezelfde dag.
- George Willem (13 november 1717 - 17 februari 1718), stierf als kind.
- Willem (26 april 1721 - 28 december 1765), hertog van Cumberland, hij bleef ongehuwd.
- Maria (5 maart 1723 - 14 januari 1772), gehuwd met landgraaf Frederik II van Hessen-Kassel.
- Louise (18 december 1724 - 19 december 1751), gehuwd met koning Frederik V van Denemarken.

