Frederik II van Pruisen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik II
1712-1786
Frederik de Grote
Koning van Pruisen
Periode 1740-1786
Voorganger Frederik Willem I
Opvolger Frederik Willem II
Vader Frederik Willem I van Pruisen
Moeder Sophia Dorothea van Hannover
Dynastie Hohenzollern

Frederik II (Berlijn, 24 januari 1712Potsdam, 17 augustus 1786), bijgenaamd Frederik de Grote of der Alte Fritz was koning in Pruisen vanaf 1740, en koning van Pruisen vanaf 1772, na de annexatie van West-Pruisen. Frederik II was een telg uit het geslacht Hohenzollern.

Frederik was het vierde kind van koning Frederik Willem I van Pruisen en zijn vrouw koningin Sophia Dorothea van Hannover (1687-1757). Hij was getrouwd met Elisabeth Christine van Brunswijk-Bevern, dochter van hertog Ferdinand Albrecht II van Brunswijk-Bevern. Omdat dit huwelijk kinderloos was, werd hij na zijn dood opgevolgd door zijn neef Frederik Willem II.

Inhoud

[bewerk] Grootmacht

Op basis van de economische en militaire hervormingen die zijn vader, de soldatenkoning Frederik Willem I van Pruisen, had doorgevoerd, wist Frederik II de middelgrote staat Brandenburg-Pruisen om te vormen tot een Europese grootmacht. Hij breidde zijn vorstendom uit met Silezië, West-Pruisen, en met het vorstendom Oost-Friesland. Hij deed dit middels handige diplomatie (de Eerste Poolse Deling van 1772) en oorlogen tegen vooral Frankrijk, Oostenrijk en Rusland - de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) en de Zevenjarige Oorlog (1756-1763). Tijdens de oorlogen ontpopte hij zich als een groot en invloedrijk militair strateeg, die na zijn dood vele generaties nog bewonderd werd, onder meer door Napoleon Bonaparte, die bij zijn graf in Potsdam zei: Als hij nog geleefd had, zou ik hier niet gestaan hebben.

[bewerk] Kroonprins

"Fritz" kreeg op zijn zesde al zijn eigen regiment toegewezen en werd geslagen als hij van een paard afviel of als hij bij koud weer handschoenen droeg. Op zijn verjaardag kreeg hij geen hobbelpaard maar een kanon cadeau. Frederik ontwikkelde een zeer gespannen verhouding met zijn vader, die vond dat zijn in muziek, filosofie, (Franse) literatuur en wetenschap geïnteresseerde zoon maar een zwakkeling was. Dit leidde in 1730 tot een mislukte poging naar Engeland te vluchten en uiteindelijk tot de executie van één van Frederiks beste vrienden, de officier Hans Hermann von Katte. Frederik werd gedwongen vanuit zijn raam naar de terechtstelling te kijken. De kroonprins kreeg huisarrest opgelegd en alleen religieuze literatuur te lezen, totdat hij toestemde in een huwelijk. In 1736 vertrok hij naar Schloss Rheinsberg. Hij liet het verbouwen door Johann Gottfried Kemmeter en Georg Wenzeslaus von Knobelsdorff met een vrij hoge toren, zodat hij tijdig zijn vader kon zien aankomen. Er werd theater opgevoerd en muziek gemaakt. Het waren de gelukkigste dagen uit zijn leven. Na zijn troonsbestijging heeft hij dit kasteel niet meer bewoond en ook niet meer met zijn vrouw samengewoond. Het kasteel schonk hij in 1744 aan zijn briljante broer, prins Heinrich.

Op 15 augustus 1738 werd Frederik in Brunswijk ingewijd als lid van de Orde van Vrijmetselaren, zeer tegen de zin van zijn vader. Later zou hij in slot Charlottenburg een zaal als Loge inrichten, voor de thans nog bestaande loge Zu den drei Weltkugeln. Zijn verdere leven bleef Frederik de Orde openlijk ondersteunen.

[bewerk] Koning

Frederik was niet alleen een kundig veldheer, maar ook een groot diplomaat. Hij voelde zich als een vis in het water en was zijn eigen minister van Buitenlandse Zaken. Hij beloofde Maria Theresia steun bij de verwerving van het Groothertogdom Toscane. In de Oostenrijkse Successieoorlog veroverde hij Silezië, waardoor het inwoneraantal met ongeveer 50% toenam. Pruisen was voortaan in militair opzicht ongeveer even machtig als Oostenrijk. De overval op Silezië had wel een diepe rancune van de kant van keizerin Maria Theresia tot gevolg. Het zou één van de oorzaken van de Zevenjarige Oorlog worden. Frederik hield echter stand tegen de grote overmacht en werd gered door het overlijden in 1761 van de hem zeer vijandig gezinde tsarina Elisabeth I van Rusland. Peter III van Rusland, die haar opvolgde was daarentegen mateloos bewonderaar van Frederik II. Nadat hij was vermoord, sloot Catharina II van Rusland een pact met Frederik de Grote. In een Russisch-Turkse Oorlog (1768-1774) steunde hij Catharina.

Frederik de Grote was in 1768 op bezoek op jachtslot 't Loo bij zijn nicht Wilhelmina van Pruisen. De operavoorstelling die avond was geen succes. Frederik nam het besluit nooit weer terug te keren. In 1784 bemoeide hij zich nog eenmaal met de Republiek. Frederik suggereerde meer bevoegdheden voor zijn nicht en een ministerraad om stadhouder Willem V te adviseren.

Het fluitconcert door A.F.E. von Menzel
Het fluitconcert door A.F.E. von Menzel

[bewerk] Frederik de Grote en de kunst

Frederik was een groot muziekliefhebber en een goed fluitspeler. In 1731 hoorde hij de opera Cleofide van Johann Adolf Hasse, tijdens een bezoek aan Dresden. De keurvorst August II van Polen stuurde een aantal musici naar Berlijn. Aan het hof waren jarenlang de componisten Carl Heinrich Graun, de violist Johann Georg Pisendel, C.Ph.E. Bach als klavecimbelspeler en de fluitist Johann Joachim Quantz verbonden. Het schrijven van fluitmuziek voor Frederik was niet altijd even makkelijk, want hij haatte maatstrepen. De componist Muzio Clementi had zijn voorkeur. In 1747 schreef Johann Sebastian Bach zijn Musikalisches Opfer op een thema van Frederik. Frederik correspondeerde over muziek met Anna van Hannover en padre Martini. Frederik de Grote leverde het libretto voor de opera Montezuma van Graun. In 1774 kwam Wilhelm Friedemann Bach naar Berlijn, aanbeden door Amalia, een ongetrouwde zuster van Frederik.

Het oeuvre van Frederik de Grote bestaat uit drie wereldlijke cantates die verloren zijn gegaan, tal van opera-aria's, onder andere een gedeelte van een opera genaamd Il Re Pastore, vier fluitconcerten, 121 fluit-sonates en enige marsen.

Frederik de Grote ontmoette in 1740 op slot Moyland voor de eerste maal Voltaire. De koning correspondeerde veertig jaar lang met Voltaire, die na de dood van zijn geliefde enkele jaren werd uitgenodigd naar Berlijn en Potsdam. Voltaire schreef later over hem: 's Morgens is hij een groot koning, na de maaltijd een groot schrijver, de hele dag een menselijk filosoof en 's avonds een voortreffelijk gastheer. Vanwege een ruzie over een onbetamelijk proces hebben Frederik en Voltaire elkaar na 1753 nooit meer in levende lijve ontmoet. Frederik had niet veel op met de toenmalige Duitse literatuur en wetenschap: uitzonderingen waren de filosofen Christian Wolff en Moses Mendelssohn. Gevleugelde uitspraken van de kleurrijke Frederik II zijn: Gegen Dummheit kämpfen sogar die Götter vergebens. en Jeder soll auf seiner eigener Fasson selig werden.

Daarnaast was hij als iedere vorst in de 18e eeuw erg geïnteresseerd in de architectuur en maakte graag schetsen van gebouwen, die hem aanspraken. Slot Charlottenburg in Berlijn heeft hij laten uitbreiden met nieuwe vleugels in Rococo stijl. In Potsdam heeft hij het stadsslot laten verbouwen tot zijn nieuwe winterresidentie door Von Knobelsdorff, die ook al in Rheinsberg voor hem aan het werk was geweest. Daarnaast bouwde hij in Potsdam zijn, wereldberoemde, lustslot Sanssouci. Op het ontwerp had de koning zoveel invloed, dat van Von Knobelsdorff afhaakte en Jan Bouman de organisatie overnam. De terassenvorming opbouw naar het paleis had hij gezien in bij het klooster Kamp-Lintfort, niet ver van Wesel. In het park liet hij een Chinees paviljoen en het Neues Palais bouwen, dat laatste was bedoeld als verblijf voor zijn gasten. Op de Gendarmenmarkt in Berlijn liet Frederik rond 1785 twee bijna identieke kerken met koepels en torens oprichten, uitdrukking gevend aan tolerante houding ten opzichte van religie: Alle Religionen seindt gleich und guht.

Hij was een groot liefhebber van de schilderijen van Watteau en Pesne. De koopman, industrieel en kunstverzamelaar Johann Ernst Gotzkowsky kreeg opdracht schilderijen op te kopen en een porseleinfabriek op te starten en ging twee jaar later failliet. Frederik de Grote financierde een doorstart, tegenwoordig de Koninklijke Porselein Manufactuur (KPM).

Frederik was een toegewijd gebruiker van snuiftabak - beschrijvingen van zijn verschijning maken meer dan eens melding van snuifvlekken op zijn uniform. Een deel van zijn verzameling snuifdozen (die honderden exemplaren moet hebben omvat) is te bewonderen in de nalatenschap van keizer Wilhelm II in Huis Doorn.

[bewerk] Persoonlijke leven

Zijn huwelijk met Elisabeth van Brunswijk is altijd kinderloos gebleven. Zijn echtgenote, van wie hij gescheiden leefde, ontmoette hij alleen op familiefeestjes. Als Pruisisch officier was hij wel bijzonder gesteld op hechte Männerfreundschaften, wat moge blijken uit zijn vriendschap met zijn secretaris, met Von Katte, en de langjarige correspondentie met Voltaire. Dat hij niet homoseksueel zou zijn geweest wordt heden ten dage door sommigen betwijfeld. De voortzetting van de dynastie was hoe dan ook al gegarandeerd door de kinderrijkdom van zijn jongere broer August Willem.

[bewerk] Na zijn dood

Overeenkomstig zijn eigen testament is der alte Fritz begraven op het terras van zijn Schloß Sanssouci in Potsdam - naast zijn geliefde windhonden. Het stoffelijk overschot werd oorspronkelijk bijgezet in de Garnisonskirche te Potsdam, naast het graf van zijn vader. 's Konings eigen wens werd als niet passend ervaren, terwijl hij duidelijk had laten weten dat hij naast zijn honden begraven wilde worden, omdat hij zijn hele leven al tussen honden had gebivakkeerd - met deze laatste overigens de mensen aan zijn hof aanduidend.

In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog werd het gebalsemde lichaam overgebracht naar de Elisabethkirche in Marburg (Hessen) om te voorkomen dat het in handen van het Rode Leger zou vallen. Vanaf 1953 stond zijn sarcofaag in het stamslot van het huis Hohenzollern, Burg Hohenzollern in Hechingen op de Schwäbischen Alb. Op 17 augustus 1991 is het uiteindelijk met groot vertoon bijgezet op het terras van zijn Sanssouci, als bezegeling van de nieuwe Duitse eenheid.

[bewerk] Bronnen

  • Googh, G.P., Frederik de Grote, (Utrecht, 1966).
  • Kunisch, Joh., Friedrich der Große - Der König und seine Zeit -, (München, 2004), ISBN 3-406-52209-2.
  • MacDonogh, G., Frederick the Great (1999).

[bewerk] Externe link

Wikimedia Commons
 
Persoonlijke instellingen