Frederik II van Pruisen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Frederik II
1712-1786
Frederick II of Prussia Coloured drawing.png
Koning van Pruisen
Periode 1740-1786
Voorganger Frederik Willem I
Opvolger Frederik Willem II
Vader Frederik Willem I van Pruisen
Moeder Sophia Dorothea van Hannover
Dynastie Hohenzollern

Frederik II (Berliner Stadtschloss, 24 januari 1712Potsdam, 17 augustus 1786) is mogelijk de beroemdste, maar ook meest omstreden telg uit het geslacht Hohenzollern. Frederik de Grote was vanaf 1740 koning in (een deel van) Pruisen en vanaf 1772 koning van geheel Pruisen.[1] Hij was getrouwd met Elisabeth Christine van Brunswijk-Bevern, dochter van hertog Ferdinand Albrecht II van Brunswijk-Bevern, van wie hij gescheiden leefde en die het niet was toegestaan hem te bezoeken op zijn buitenverblijf Sanssouci (zonder zorg) bij Potsdam.

Op basis van de economische en militaire hervormingen die zijn vader, de soldatenkoning Frederik Willem I van Pruisen, had doorgevoerd, wist Frederik II Brandenburg-Pruisen onder het juk van de Habsburgse keizer vandaan te halen en om te vormen tot een Europese grote mogendheid. Hij voerde oorlogen tegen Oostenrijk, en breidde zijn vorstendom tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) uit met Silezië en met het graafschap Oost-Friesland (1744). In de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) viel hij Frankrijk, Rusland, Bohemen en het Keurvorstendom Saksen aan. Door middel van handige diplomatie wist hij in 1772 door annexatie West-Pruisen te verkrijgen. Frederik had zich ontpopt als een groot militair strateeg, die na zijn dood nog vele generaties bewonderd werd, onder meer door Napoleon Bonaparte, die bij zijn graf in Potsdam zei: "Als hij nog geleefd had, zou ik hier niet gestaan hebben".

Friedrich heeft de tegenstelling tussen het oppermachtige Oostenrijk en het in vele vorstendommen verdeelde Duitsland uitgebuit en is daarom door rechtse Duitse politici aan het begin van de 20e eeuw bewonderd. Hij gaf de Duitsers hun zelfrespect terug en in 2012 wordt met een aantal tentoonstellingen in Berlijn herdacht dat Frederik de Grote - een kleine man van nauwelijks 1,60 m - 300 jaar geleden werd geboren.

Frederik de Grote als kroonprins door Antoine Pesne (1736)

Inhoud

[bewerken] Kroonprins

Kattes executie {1730)

Frederik was het vierde kind van de soldatenkoning Frederik Willem I en de ontwikkelde Sophia Dorothea van Hannover.[2] "Fritz" groeide op in het kasteel van Königs Wusterhausen en wilde als kind niet met tinnen soldaten spelen, maar liever met zijn zuster. Hij werd geslagen toen hij van een paard afviel, bij koud weer handschoenen droeg en de declinatie van "mensa" in het Latijn oefende. Op zijn verjaardag kreeg hij geen hobbelpaard cadeau, maar een regiment of een kanon. Frederik schreef gedichten, begon in 1728 dwarsfluit te spelen en leerde het door zijn vader verachte Frans. Zo ontwikkelde zich een uiterst gespannen verhouding tussen de melancholieke vader en betweterige zoon. Dit leidde in 1730 tot een poging met een page vanuit Steinsfurt naar Engeland te vluchten, waar de broer van zijn moeder koning was. Friedrich werd naar Küstrin gevoerd en wekenlang opgesloten. De barbaarse vader wilde zijn zoon op de knieën dwingen en liet de verdeelde jury opnieuw een uitspraak doen, toen Frederiks adjudant, Hans Hermann von Katte, die een ingewijde was in zijn vluchtplannen, werd veroordeeld tot levenslang. De herziene uitspraak leidde tot de executie van de officier, en vanuit het raam van het kasteel in Köpenick, waar het proces werd gevoerd, werd Frederik door de bewakers gedwongen naar de terechtstelling te kijken. De kroonprins schijnt te zijn flauwgevallen en bleef het aanschouwen van de executie bespaard. Wilhelmina kreeg vervolgens huisarrest opgelegd, en Frederik is naar Küstrin verbannen, nadat de Habsburgse keizer en prins Eugenius van Savoye zich naar het schijnt met de zaak hadden bemoeid.[3] Frederik wist goed de aandacht op zichzelf te vestigen en half Europa was begaan met zijn lot. Het is niet onmogelijk dat hij minstens een jaar in Küstrin verbleef om zich te oefenen in bestuurlijke zaken.

In 1732 kreeg Frederik de beschikking over een regiment in Neuruppin. In hetzelfde jaar stemde hij toe in een huwelijk, maar was niet overtuigd of hij wel met haar gesprekken op niveau zou kunnen voeren. Het echpaar trouwde in 1733 en in 1736 nam het paar zijn intrek in Slot Rheinsberg. Frederik had het laten verbouwen door Johann Gottfried Kemmeter en Georg Wenzeslaus von Knobelsdorff met twee vrij hoge torens, zodat hij naar verluidt tijdig zijn vader kon zien aankomen. Er werd theater opgevoerd en muziek gemaakt en Frederik schreef zijn eerste symfonie in G-majeur en een lang tractaat, de Antimacchiavelli, een politieke intentieverklaring. Het waren de gelukkigste dagen uit zijn leven. Na zijn troonsbestijging in juli in Köningsberg heeft hij dit kasteel niet meer bewoond en ook niet meer met zijn vrouw samengewoond, die hij na drie jaar gedwongen huwelijk niet meer kon luchten of zien. Het kasteel schonk hij in 1744 aan zijn broer, prins Hendrik.

Slot Rheinsberg

[bewerken] Koning

Een kaart die de groei van Pruisen tijdens de regeringsjaren van Frederik de Grote aangeeft

Bij zijn aantreden liet Frederik Slot Charlottenburg verbouwen. Hij schafte het regiment van Lange Kerls af en richtte een Garde du Corps op en trok wetenschappers aan voor de door zijn vader verwaarloosde Pruisische Academie van Wetenschappen. Hij schafte ondervraging door middel van foltering af, in het geval van majesteitsschennis, etc. Hij gaf ook bevel de censuur voor het niet-politieke deel van de Berlijnse kranten op te heffen en stelde godsdienstvrijheid in om immigratie van katholieken en hugenoten te bevorderen. Toen Karel VI van het Heilige Roomse Rijk aan het einde van het jaar zonder mannelijke opvolger in Wenen stierf, toonde hij zijn andere kant en viel hij op brutale wijze Silezië binnen.[4] Door de verovering van het rijke Silezië zou het inwoneraantal met ongeveer 50% toenemen. Pruisen met zijn goedgetrainde infanterie en cavalerie was voortaan in militair opzicht ongeveer even machtig als het Habsburgse rijk. De verovering van Silezië had evenwel een diepe rancune van de kant van keizerin Maria Theresia en haar minister Wenzel Anton von Kaunitz tot gevolg. Het zou een van de oorzaken van de derde Silezische of Zevenjarige Oorlog worden. Saksen, dat provisorisch door de Pruisen en enige ministers werd bestuurd, veranderde in een slagveld en Dresden werd bij een bombardement in 1760 zwaar verwoest. In 1763 werd de Vrede van Hubertusburg gesloten.

Frederik was niet alleen een kundig veldheer, maar ook een groot diplomaat. Hij voelde zich als een vis in het water en was zijn eigen minister van Buitenlandse Zaken. Frederik verbond zich met Frankrijk tegen Oostenrijk, maar beging een kapitale fout door zich in 1756 met de Engelsen te verbinden, het zogenaamde Renversement des alliances en haalde zich daarmee de vijandschap van Frankrijk op de hals.[5] Frederik hield aanvankelijk stand tegen de grote overmacht, maar werd toch steeds meer in het nauw gedreven.[6] Frankrijk, Rusland en Oostenrijk konden ongeveer twee keer zoveel manschappen in de strijd werpen als Pruisen. Tenslotte dreigde er zelfs een totale nederlaag bij Kunersdorf aan de Oder en leek het lot van Pruisen in 1759 bezegeld. Zijn soldaten vluchtten in paniek, en de Saksische soldaten die hij had ingelijfd deserteerden. Van zijn leger van 58.000 man had hij er nog 3.000 over en Frederik wenste dood te zijn. Hij opereerde nauwelijks 100 km van Berlijn en zijn tegenstanders hadden te kampen met grote aanvoerproblemen en trokken zich om onbegrijpelijke redenen terug. Dat noemde hij het wonder van het huis Brandenburg. De staat was volledig bankroet, maar werd hij gered door het overlijden van de hem zeer vijandig gezinde tsarina Elisabeth I van Rusland, eind 1761. Peter III van Rusland, die haar opvolgde, was daarentegen een mateloos bewonderaar van Frederik II en sloot meteen de Vrede van Sint-Petersburg met hem. Nadat Peter was vermoord, liet Catharina II van Rusland het pact met Frederik de Grote vallen, maar de vrede werd gehandhaafd. Pruisen was door de oorlog ongeveer uitgeput. Een half miljoen soldaten en burgers, ongeveer 10% van de bevolking, had het leven verloren. Maar de machtspositie van Pruisen in Europa was voor lange tijd verzekerd. In 1764 was hij de beroemdste man in Europa en had hij een ontmoeting met Casanova die vervolgens een baantje kreeg als trainer bij de cadetten. Casanova was teleurgesteld dat hij alleen om zijn uiterlijk was aangenomen.[7]

In een Russisch-Turkse Oorlog (1768-1774) steunde hij Catharina. In 1772 verwierf hij bij de Eerste Poolse Deling Pommerellen en het Kulmerland. De nieuwe aanwinsten kregen in 1773 de naam West-Pruisen, het oude Pruisen - uitgebreid met het Ermland - werd dientengevolge Oost-Pruisen.

Francesco Algarotti (1745) door Jean-Étienne Liotard in het Rijksmuseum

[bewerken] Frederik en de Republiek

De Pruisische kroonprins bezocht in 1738 zijn volle nicht Anna van Hannover in zomerresidentie Paleis Soestdijk; zij onderhielden een levendige correspondentie voornamelijk over muzikale onderwerpen. In een brief aan Voltaire, volgend op het zomerse bezoek aan het echtpaar, roemde Frederik de Grote de levensbeschouwelijke en filosofische diepzinnigheid van de prinses en haar man. In een nog onbekend jaar schonk hij Huis ter Nieuburch dat zijn vader had geërfd aan Stadhouder Willem IV. Frederik de Grote was naar verluidt in 1755 op bezoek bij Isaac de Pinto; zekerder is dat hij Johann Ernst Gotzkowsky in dat jaar naar Holland stuurde om schilderijen te kopen. In 1767 en 1775 had hij de Nederlandse kanunnik Cornelis de Pauw als zijn voorlezer. In 1768 verbleef hij op jachtslot 't Loo bij zijn nicht Wilhelmina van Pruisen. Zij was onmiddellijk na haar huwelijk begonnen de overheersende positie van de Lodewijk Ernst van Brunswijk-Lüneburg-Bevern te ondermijnen. In lange brieven had zij haar beklag gedaan aan haar oom Frederik. De operavoorstelling die avond was geen succes. Frederik nam het besluit nooit weer terug te keren. Hij pleitte nog wel voor eerherstel van Douwe Sirtema van Grovestins. In 1782 bemoeide hij zich opnieuw met de Republiek en liet via zijn gezant Friedrich Wilhelm von Thulemeier aan Joachim Rendorp en De Vrij Temminck weten, dat hij niet de kleinste schending van de voorrechten van het stadhouderschap zou dulden. Bovendien gaf hij zijn ambassadeur te kennen niet met Agatha Theodora Geelvinck te trouwen vanwege belangenverstrengeling. In januari 1783 verloor de stadhouder verder terrein en Frederik suggereerde dat de prins open kaart moest spelen met Frankrijk,[8] mogelijk in verband met de Vrede van Parijs (1783). Frederik schijnt later meer bevoegdheden voor zijn nicht te hebben bepleit en een ministerraad om stadhouder Willem V te adviseren.

[bewerken] Frederik en Voltaire

Romantische voorstelling van Voltaire op Sanssouci, maar ook Casanova en Algarotti zaten aan. Het schilderij ging in 1945 verloren

Frederik verkeerde graag in het gezelschap van wandelende encyclopedieën, en hij nodigde de Venetiaan Francesco Algarotti al na acht dagen uit om te blijven. Algarotti had verplichtingen, maar kwam het jaar daarop terug om zijn kroning bij te wonen. Vervolgens brachten zij een bezoek aan Bayreuth, Straatsburg en de Kleefse tuinen. Daar ontmoette hij Voltaire voor de eerste maal op slot Moyland. Ze correspondeerden al vier jaar lang. Voltaire droeg zijn tragedie Mahomet voor en Frederik was onder de indruk. Hij nodigde hem uit naar Berlijn te komen, maar zegde de afspraak af na de dood van de Habsburgse keizer, en bezig was aan zijn plannen voor een verovering van Silezië. Toen Voltaire in november aankwam, kreeg hij geen vergoeding van zijn reiskosten.[bron?] Frederik, die bekend staat als zuinig, ging ervan uit dat hij al was betaald om te komen spioneren. Na een verblijf van twee weken reisde de beledigde Voltaire terug. In 1742 ontmoeten zij elkaar in Aken. Voltaire kreeg van de Franse regering een nieuwe opdracht om in Berlijn langs te gaan en uit te vinden wat Frederik verder van plan was. Voltaire kwam er achter dat Frederik een lening had gesloten in Amsterdam en berichtte naar Parijs dat zij Pruisen zouden moeten steunen. In 1744 sloot Frederik een verdrag met Frankrijk, dat twaalf jaar stand zou houden. In 1751 kwam de Franse filosoof voor hun vijfde ontmoeting langs, na de dood van zijn geliefde Émilie du Châtelet en verbleef na een stroeve ontvangst uiteindelijk twee jaar lang op Sanssouci met een aanstelling als kamerheer en de opdracht het proza van zijn opdrachtgever te corrigeren. Vanwege een ruzie over een onbetamelijk proces over een lening die Voltaire in Berlijn had gesloten, een onenigheid over een wiskundige ontdekking door Johann Samuel König of door Maupertuis, en het in bezit hebben van een gedichtenbundel, door Frederik geschreven en waarvan maar acht exemplaren bestonden, hebben de lastige Frederik en de onmogelijke Voltaire elkaar na 1753 nooit meer in levenden lijve ontmoet. Frederik bleek gesteld op rust en harmonie en zag Voltaire liever gaan.[9] Niettemin correspondeerde de vorst toch nog ongeveer dertig jaar lang met Voltaire, die ooit over hem schreef:

Cquote1.svg 's Morgens is hij een groot koning, na de maaltijd een groot schrijver, de hele dag een menselijk filosoof en 's avonds een voortreffelijk gastheer.[10]
Cquote2.svg

[bewerken] Frederik en de muziek

Het fluitconcert door Adolph von Menzel (1850-52)

Frederik was een groot muziekliefhebber en een goed fluitspeler. Vanaf 1728 kreeg hij twee keer per jaar les van de Johann Joachim Quantz, die zich vanwege een plotseling binnenvallen van de boosaardige vader in een kast verstopte. In 1731 hoorde Frederik de opera Cleofide van Johann Adolf Hasse, tijdens een bezoek aan Dresden. De keurvorst August II van Polen, die bijna failliet ging, stuurde in 1733 een aantal musici naar Rupin, waarschijnlijk Franz Benda en zijn broer Johann Benda, die in Dresden protestants waren geworden en veel commentaar over zich heen kregen. Later zouden ook de jongere broers Georg en Joseph Benda in het orkest aangesteld worden. Aan de königliche Hofkapelle waren verder Carl Heinrich Graun (1735), de violist Johann Georg Pisendel, de klavecimbelspeler C.Ph.E. Bach verbonden. Frederik correspondeerde over muziek met Anna van Hannover en padre Martini en leverde het libretto voor de opera Montezuma van Graun. In 1741 stichtte hij de Staatsoper Unter den Linden. Johann Adolf Hasse schreef 80 fluitsonates voor Frederik, maar Frederik had een grote voorliefde voor de composities van Muzio Clementi.

Het Chinese paviljoen of theehuis

Het schrijven van fluitmuziek voor Frederik was niet altijd even makkelijk, want hij schijnt maatstrepen te hebben gehaat. Quantz werd in 1741 aangesteld als hofcomponist tegen een ongewoon hoog salaris, nadat Michel Blavet de post had afgewezen. Quantz componeerde ongeveer 300 concerti en 200 kamermuziekwerken in de galante stijl. In mei 1747 kreeg Johann Sebastian Bach bij een bezoek aan het pas geopende Sanssouci een thema van Frederik opgelegd en schreef zijn beroemde Musikalisches Opfer. Bach ambieerde een aanstelling, en zou vervolgens "wereldberoemd" worden. In 1774 kwam Wilhelm Friedemann Bach naar Berlijn, aanbeden door Amalia, een ongetrouwde zuster van Frederik.

Het oeuvre van Frederik de Grote bestaat uit drie wereldlijke cantates die verloren zijn gegaan, tal van opera-aria's, onder andere een gedeelte van een opera genaamd Il Re Pastore, vier fluitconcerten, 121 fluitsonates en enige marsen. Ook het Spaanse volklied, de Marcha Real zou gebaseerd zijn op een compositie van Frederik.

[bewerken] Wetenschap, literatuur, architectuur en handel

Het enige portret waarvoor hij persoonlijk model stond (1763) door Johann Georg Ziesenis

In 1740 werd de Franse wiskundige, astronoom, natuurvorser en filosoof Maupertuis die had ontdekt de noord- en zuidpool afgeplat waren, op voordracht van Voltaire uitgenodigd om naar Berlijn te komen. Willem Jacob 's Gravesande bedankte voor de eer. Leonhard Euler verliet Sint-Petersburg om een benoeming aan de Berlijnse Academie te aanvaarden. De atheist Julien Offray de La Mettrie en Gotthold Ephraim Lessing kwamen in 1747 naar Berlijn.

Frederik had niet veel op met de toenmalige Duitse literatuur en wetenschap: uitzonderingen waren Christian Wolff, die hij na een conflict aan de universiteit van Halle tussen theologen en filosofen had herbenoemd [11] en Moses Mendelssohn. Gevleugelde uitspraken van Frederik II zijn:

Cquote1.svg Gegen Dummheit kämpfen sogar die Götter vergebens
Jeder soll auf seiner eigener Fasson selig werden
Alle Religionen sind gleich und guht.
Cquote2.svg

Daarnaast was hij als iedere vorst in de 18e eeuw erg geïnteresseerd in de architectuur en maakte graag schetsen van gebouwen, die hem aanspraken. Slot Charlottenburg en Slot Monbijou in Berlijn heeft hij laten uitbreiden met nieuwe vleugels in rococostijl. In Potsdam heeft hij het stadsslot laten verbouwen tot zijn nieuwe winterresidentie door Von Knobelsdorff, die ook al in Rheinsberg voor hem aan het werk was geweest. Daarnaast bouwde hij in Potsdam zijn, wereldberoemde, lustslot Sanssouci en trok de decoratieschilder Johann August Nahl aan. Op het ontwerp had de koning zoveel invloed, dat Von Knobelsdorff afhaakte en Jan Bouman de organisatie overnam.[12] In het park liet hij een Chinees paviljoen en het Neues Palais bouwen, dat laatste was bedoeld als verblijf voor zijn gasten. Op de Gendarmenmarkt in Berlijn kwamen rond 1785 twee bijna identieke kerken met koepels en torens, uitdrukking gevend aan zijn tolerante houding ten opzichte van religie. Eerder kwamen ook de Sint-Hedwigskathedraal, de Koninklijke Bibliotheek en paleis voor prins Heinrich, nu de Humboldt-Universiteit tot stand.

Hij was een groot liefhebber van de schilderijen van Watteau, Chardin, Lancret en Pesne. Zijn collectie achttiende-eeuwse Franse meesters is een van de belangrijkste buiten Frankrijk. In 1742 kocht hij de verzameling antieke standbeelden van Melchior de Polignac. In 1764 werd de Bildergalerie (Sanssouci) geopend.

De koopman, industrieel en kunstverzamelaar Johann Ernst Gotzkowsky kreeg niet alleen opdracht schilderijen op te kopen maar in 1761 ook een porseleinfabriek opnieuw op te starten. Toen Gotzkowsky na twee jaar failliet was, nam Frederik de fabriek over, de tegenwoordige Koninklijke Porselein Manufactuur (KPM). In 1740 had hij een ministerie voor handel opgericht, in 1750 startte hij de Pruisische Aziatische Compagnie. In 1765 liet hij een bank oprichten. Door het uitgeven van nieuwe munten met een beperkt zilvergehalte tijdens de Zevenjarige oorlog raakte de staatkas op dubieuze wijze weer gevuld. Frederik of Pruisen had ook belangen in enkele plantages in Suriname, zoals Berlijn.

[bewerken] Aardappels, wandelstokken en snuifdozen

Het graf van Frederik de Grote bij Slot Sanssouci met aardappelen

Een van de grote verdiensten van Frederik de Grote is de invoering op grote schaal van de aardappel als volksvoedsel. Op 24 maart 1756 vaardigde hij het beroemde Kartoffelbefehl uit, waarin hij "sämtliche Land– und Steuer Rä­the, Magistrate und Beamte" beval dat al zijn onderdanen met deze plant bekend gemaakt dienden te worden en dat deze op iedere beschikbare plek moest worden verbouwd.[13][14]Tot op de dag van vandaag zijn er altijd (?) een paar aardappelen te vinden op zijn graf.[15]

Frederik II werd regelmatig afgebeeld met zijn wandelstok. Tijdens een dieptepunt in de zevenjarige oorlog zei hij: "Mir ist nichts geblieben, außer Hut, Stock, Ehre und Porzellan".[16] Het populaire orthopedische Fritz wandelstokhandvat is naar "Der alte Fritz" vernoemd.[17]

Frederik was een toegewijd gebruiker van snuiftabak. Beschrijvingen van zijn verschijning maken meer dan eens melding van snuifvlekken op zijn uniform.[18] In de nalatenschap van keizer Wilhelm II in Huis Doorn is een deel van zijn verzameling snuifdozen (die honderden exemplaren moet hebben omvat) te bewonderen.

[bewerken] Persoonlijk leven

Frederik de Grote of der Alte Fritz op 68-jarige leeftijd door Anton Graff (1781)

In 1735 ging hij voor de eerste keer op bezoek bij zijn zuster Wilhelmina in Bayreuth. Frederik was niet onder de indruk van wat hij zag en meende dat het kamermeisje van de prins van Wales meer geld tot haar beschikking had dan zijn zuster.[19]

In 1738 kwam de Rotterdammer Daniel de Superville langs om Frederik te behandelen, naar verluidt van een oedeem. De arts vond Frederik hoogst intelligent, maar beschikkend over een slecht karakter. Hij was vals, achterdochtig, egocentrisch, ondankbaar, etc. en zou een grotere vrek kunnen worden dan zijn vader. Hij had geen geloof en geen moraal, maar was daarentegen geïnteresseerd in wetenschap.

Op 15 augustus 1738 werd Frederik in Braunschweig ingewijd als lid van de Orde van Vrijmetselaren, zeer tegen de zin van zijn vader. Later zou hij in slot Charlottenburg een zaal als Loge inrichten, voor de thans nog bestaande loge Zu den drei Weltkugeln. Zijn verdere leven bleef Frederik de Orde openlijk ondersteunen.

Zijn huwelijk met Elisabeth van Brunswijk is altijd kinderloos gebleven. Zijn echtgenote, van wie hij gescheiden leefde en die meestal op Slot Schönhausen verbleef, ontmoette hij alleen op familiefeesten. Toen zij in 1763 voor het eerst Sanssouci bezocht, begroette hij haar met het legendarische Madame, u bent dikker geworden. Op latere leeftijd zou Frederik zich ontwikkeld hebben van een vrouwenhater in een mensenhater.

De molen in juni 2009

Friedrich gaf weinig om zijn familie. Niettemin was hij sterk betrokken bij de huwelijkskandidaat voor zijn lievelingsneef, prins Frederik Willem II van Pruisen die hem zou moeten opvolgen. Zijn eigenzinnige nicht Elisabeth van Brunswijk-Wolfenbüttel werd na een buitenechtelijke zwangerschap verbannen naar Stettin. Frederik dwong zijn neef drie maanden na de scheiding een nieuw huwelijk te sluiten en voor een mannelijke opvolger te zorgen.

Frederik de Grote liep altijd in uniform en laarzen en deed inmiddels nauwelijks onder voor zijn vader. Hij was erg gesteld op zijn honden, waaronder een spaniël, maar ook op Männerfreundschaften. Dat blijkt wel uit zijn hechte vriendschap met zijn secretarissen Von Katte, Charles Étienne Jordan, maar ook met Voltaire en Henri Alexandre de Catt, die zijn Frans moesten verbeteren.[20] Al jaren wordt gespeculeerd dat hij homoseksueel was[21], volgens Casanova werd daar door tijdgenoten niet geheimzinnig over gedaan.[22] De voortzetting van de dynastie was hoe dan ook gegarandeerd door de kinderrijkdom van zijn jongere broer August Willem, destijds de favouriet van zijn vader.

Frederik was misschien liever filosoof geweest dan koning, maar nam zijn opdracht serieus. Het onthoofden van zijn vriend Katte, in opdracht van zijn vader, moet een nare ervaring zijn geweest en heeft volgens sommige auteurs een cynische man van hem gemaakt. Zijn verhouding met vrouwen was ingewikkeld, maar met zijn zuster Wilhelmina van Bayreuth intiem. Met de molenaar achter Sanssouci voerde hij strijd, maar was niet te beroerd te erkennen dat de rechtbank het laatste woord had. Hij maakte een einde aan het lijfeigenschap, maar joeg daarmee de Pommerse adel tegen zich in het harnas. Aan het einde van zijn leven kon hij nauwelijks meer uit zijn stoel komen vanwege de jicht.

[bewerken] Na zijn dood

Napoleon aan het graf van Frederik de Grote (1806)

Overeenkomstig zijn eigen testament is der alte Fritz begraven op het terras van zijn Slot Sanssouci in Potsdam - naast zijn geliefde windhonden. Het stoffelijk overschot werd oorspronkelijk bijgezet in de Garnisonkirche te Potsdam, naast het graf van zijn vader. 's Konings eigen wens werd als niet passend ervaren, terwijl hij duidelijk had laten weten dat hij naast zijn honden begraven wilde worden, omdat hij zijn hele leven al tussen honden had gebivakkeerd - met dit laatste overigens de mensen aan zijn hof aanduidend. In de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog werd het gebalsemde lichaam vanuit de Garnisonkirche overgebracht naar een zoutmijn in Thüringen om te voorkomen dat het in handen van het Rode Leger zou vallen.[23] Vervolgens is het lijk ondergebracht in de Elisabethkirche in Marburg (Hessen). Vanaf 1953 stond zijn sarcofaag in Burg Hohenzollern, het stamslot van het huis Hohenzollern, in Hechingen op de Schwäbischen Alb. Op 17 augustus 1991 is het uiteindelijk met groot vertoon bijgezet op het terras van zijn Sanssouci, als bezegeling van de nieuwe Duitse eenheid.

Frederik de Grote op 60-jarige leeftijd; ruiterstandbeeld in Huize Doorn.[24]

Frederik de Grote is naderhand zeer verschillend beoordeeld. De bevolking van Berlijn schijnt opgelucht te zijn geweest toen hij stierf, want de stad had nieuwe impulsen nodig. In Breslau en Königsberg lag de zaak anders en ging de mensen in het zwart gekleed naar herdenkingsdiensten. Friedrich Schiller wees na enkele maanden een verzoek om een gedicht te schrijven af. De filosoof Immanuel Kant (1724-1804) beschouwde hem als de ware verlichte heerser, vooral vanwege zijn religieuze tolerantie. Mirabeau zou in 1789 verslag doen in zijn Histoire sécrète de la cour de Berlin waarin hij op zijn kenmerkende wijze de levenswijze van het Pruisische hof beschreef. De romantische historicus Thomas Carlyle stelde hem voor als een held. Thomas Mann stelde hem voor als een boosaardige dwerg. Frederiks afkeer van het Duits weerhield de nazi's er niet van om hem herhaaldelijk als een oorlogsheld in hun propagandafilms te laten optreden. Dit heeft zijn reputatie vervolgens negatief beïnvloed. Helmut Schmidt liet in 1969 bij zijn aantreden als minister van defensie een borstbeeld van Frederik verwijderen. Sommige historici beschouwen Frederiks belangstelling voor de Verlichting vooral als een modeverschijnsel, een façade. Dat gaat te ver: "Zijn opvattingen over staat, religie en justitie waren doordrenkt van verlichte ideeën."[25]

[bewerken] Werken

Frederik heeft een gigantisch oeuvre, bijna uitsluitend in de Franse taal, nagelaten van filosofische tractaten, gedichten en brieven, uitgegeven in tien delen.

Bronnen
  • Googh, G.P. (1966) Frederik de Grote. Utrecht: Spectrum
  • Kunisch, Joh. (2004) Friedrich der Große - Der König und seine Zeit -. München: C. H. Beck Verlag ISBN 3-406-52209-2.
  • MacDonogh, G. (1999) Frederick the Great. New York: St. Martin's Griffin

Voetnoten en referenties
  1. Sinds 1707 had Pruisen ook zeggenschap over het Kanton Neuenburg waar door een gouverneur werd geregeerd; vanaf 1754 door Georg Keith die daar betrekkingen onderhield met J.J. Rousseau.
  2. Er zouden nog tien kinderen volgen.
  3. In 1734 nam Frederik deel aan Poolse Successieoorlog onder Eugenius van Savoye
  4. Hij had daarentegen de Habsburgers (of Maria Theresia) steun beloofd bij de verwerving van het Groothertogdom Toscane.
  5. Oostenrijk en Frankrijk kregen steun van Zweden en Rusland.
  6. Zijn eerste nederlaag was in de Slag bij Kolin, 60km ten oosten van Praag.
  7. (de) DenkmalTheater
  8. Van de Prins geen kwaad. (2007) De dagboeken van S.P.A. van Heiden Reinestein, kamerheer en drost 1777-1785, p. 132, 254, 278.
  9. Googh, G.P. (1966) Frederik de Grote, p. 211-240. Utrecht: Spectrum
  10. Gooch, G.P. (1966), p. 164.
  11. Volgens de Zwitserse filosofe Ursula Pia Jauch was het zijn vader die Wolff eerst had weggezonden, maar ook had herbenoemd.[bron?]
  12. De terassenvorminge opbouw naar het paleis had hij gezien bij het klooster Kamp-Lintfort, gelegen tussen Duisburg en Venlo.
  13. (de) www.natuerlich-brandenburg.de
  14. (de) www.kartoffel-geschichte.de
  15. (de) www.myheimat.de Grabfrevelei: Warum liegen Kartoffeln auf der Grabplatte Friedrichs des Grossen?
  16. (de) Welt Online, Axel Springer AG, Welt Online, Hut, Stock, Ehre - und die KPM, 09-11-2003
  17. Luxe Wandelstokken, Wandelstok pagina met uitgebreide beschrijving over de wandelstok
  18. Deze voorliefde voor snuiftabak heeft hem minstens één keer het leven gered. Een van zijn snuifdozen werd tijdens één van de door hem bijgewoonde veldslagen doorboord door een vijandelijke kogel. De snuifdoos wordt tot op de dag van vandaag tentoongesteld in het kasteel Sigmaringen, het stamslot van de familie Hohenzollern.
  19. MacDonogh, G. (1999) Frederick the Great, p. 102. New York: St. Martin's Griffin
  20. Frederik sprak ook niet goed Duits en had ook daarvoor iemand in dienst.
  21. (de) www.zeit.de
  22. Giacomo Casanova, chevalier de Singalt. Mémoires de ma vie, deel 10, p. 89.
  23. (de) www.battern.de
  24. Huize Doorn, monument voor Frederik de Grote
  25. Frijhoff, W. en Wessels, L. (red.) (2006): Veelvormige dynamiek. Europa in het ancien régime, 1450-1800, SUN - OUNL, Amsterdam/Heerlen, p.258.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen