Majesteitsschennis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Majesteitsschennis is een begrip uit het Romeinse recht (Latijn: crimen laesae maiestatis). De majesteit of majestas van de Romeinse republiek werd geschonden wanneer iemand zich minachtend over de republiek en haar instellingen uitliet. Ook handelingen als feestvieren na een nederlaag van het Romeinse leger of het spotten met de religieuze ceremoniën van de staat werden gezien als majesteitsschennis. Toen de keizer alle sleutelposities in de staat ging innemen werd majesteitsschennis al gauw een synoniem voor belediging van het staatshoofd. In veel landen wordt het begrip ook nu in deze beperkte zin uitgelegd. In andere landen is het ook nu nog strafbaar om "de goede naam van de republiek" in diskrediet te brengen.

In Nederland is al jaren een discussie gaande waarbij dit wetsartikel op zijn actualiteit wordt onderzocht, meer recent in 2007 naar aanleiding van een veroordeling en het commentaar van Peter Rehwinkel[1].

Nederland[bewerken]

In Nederland stammen de wetsartikelen 111 en 112 van het Wetboek van Strafrecht over "majesteitsschennis" uit 1881.

  • Artikel 111 W.v.S.

Opzettelijke belediging van de Koning wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • Artikel 112

Opzettelijke belediging van de echtgenoot van de Koning, van de vermoedelijke opvolger van de Koning, van diens echtgenoot, of van de Regent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

  • Artikel 113

Hij die een geschrift of afbeelding waarin een belediging voorkomt voor de Koning, de echtgenoot van de Koning, de vermoedelijke opvolger van de Koning, diens echtgenoot of de Regent, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige belediging voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

In 1980 werd ook het beledigen van een bevriend staatshoofd strafbaar gesteld met een straf die tussen een "normale belediging" en majesteitsschennis inzit (twee jaar).

Hoewel er op majesteitsschennis een gevangenisstraf staat, zijn veroordelingen tegenwoordig bijzonder zeldzaam. In de 19e eeuw was dat anders. Ook voor vrij onschuldige opmerkingen werd men vervolgd en veroordeeld.

In Caribisch Nederland is majesteitsschennis strafbaar gesteld in de artikelen 118, 119 en 121 van het Wetboek van Strafrecht BES.

  • Artikel 118

Opzettelijke beleediging den Koning of der Koningin aangedaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de eerste categorie.

  • Artikel 119

Opzettelijke beleediging den troonopvolger, een lid van het Koninklijk huis of den Regent aangedaan wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de eerste categorie.

  • Artikel 121

Hij die een geschrift of afbeelding, waarin eene beleediging voorkomt voor den Koning, de Koningin, den troonopvolger, een lid van het Koninklijk huis, of de regent met het oogmerk om aan den beleedigenden inhoud ruchtbaarheid te geven of de ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de eerste categorie.

Enkele historische feiten[bewerken]

  • Ferdinand Domela Nieuwenhuis kreeg in 1887 een half jaar gevangenisstraf naar aanleiding van een artikel dat kritisch was over koning Willem III. Hij had geschreven dat de koning "niet veel werk van zijn baantje maakte", hem "koning gorilla" genoemd en een aantal blanco pagina's toegevoegd die de activiteiten van de koning voorstelden.
  • In 1896 kreeg iemand drie maanden cel omdat hij op een fluit had geblazen op het moment dat koningin Wilhelmina langsreed.
  • Jan Fabius schreef in 1954 over de Greet Hofmans-affaire waarna hij een celstraf kreeg van 10 dagen.
  • In 1969 kreeg de tekenaar Bernard Willem Holtrop een boete van 200 gulden omdat hij een spotprent had gemaakt waarin een op koningin Juliana lijkende vrouw voor een raam zat met een prijskaartje van 5,2 miljoen gulden. Bij de rechtszaak verklaarde de tekenaar te willen protesteren tegen de kosten van de monarchie.
  • Rond dezelfde tijd kreeg iemand drie weken cel die in een studentenblad prinses Beatrix als Playboy-model had weergegeven.
  • Omdat hij op koninginnedag tijdens een radiouitzending op de Dam ‘Weg met de oranjehoeren’ zou hebben geroepen tegen Willem Duys, veroordeelde rechter Nomes de algemeen secretaris van de afdeling Amsterdam van de Socialistische Jeugd in 1969 tot drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens majesteitsschennis en verstoring van de openbare orde. Als bijkomende straf werd hij ontzet uit het actief- en passief kiesrecht en werd hem voor een periode van vijf jaar het recht ontnomen ’s-konings wapenrok te dragen – zonder dat de officier van justitie dat had geëist overigens. Het vonnis maakte een storm van protest in het land los en leidde o.a. tot kamervragen van Den Uyl. Nadat zowel het openbaar ministerie als de verdachte hoger beroep hadden aangetekend werd het vonnis twee maanden later vernietigd,
  • In juli 2007 kreeg een 47-jarige man een boete van 400 euro [2] wegens majesteitsschennis, omdat hij tijdens een conflict met enkele agenten riep dat koningin Beatrix een hoer was. Tevens beschreef hij welke seksuele handelingen hij met haar wilde verrichten, gevolgd door de bewering: "Dat vindt ze lekker". De boete werd mede opgelegd wegens het beledigen van een agent en het overtreden van een gebiedsverbod.

Meestal wordt iemand veroordeeld voor een andere overtreding. De makers van de rookbom die gegooid werd bij het huwelijk van (toen nog) prinses Beatrix met prins Claus kregen vier weken celstraf vanwege overtreding van de Vuurwerkwet.

Tot nu toe werd aangenomen dat er tussen 1969 en 2007 geen veroordelingen wegens majesteitsschennis meer hadden plaatsgevonden, omdat het grondwettelijke recht op vrije meningsuiting door de rechter zwaarder wordt gewogen dan de belediging. Het Europees Hof voor de mensenrechten bepaalde bovendien in 1992 dat "de grens van toegestane kritiek ruimer is als het gaat om de regering dan bij een gewone burger". Een aangeklaagde kan aanvoeren dat deze uitspraak ook voor het staatshoofd, dat deel uitmaakt van de regering, geldt.

Maar uit een inventarisatie die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 2012 maakte op verzoek van NRC Handelsblad[3], blijkt dat tussen 2000 en 2012 negentien zaken door het OM werden ingeschreven. Bijna de helft daarvan leidde tot een veroordeling. Het gaat om vijf geldboetes, drie (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraffen en één veroordeling in de categorie ‘overige straf’.

België[bewerken]

In België ligt de majesteitsschennis vervat in de wet van 6 april 1847 tot bestraffing van de beleedigingen aan den Koning[4].
De Belgische grondwet was in zijn tijd vooruitstrevend en hecht veel belang aan de vrijheid van meningsuiting. Hierdoor is majesteitsschennis als dusdanig nooit strafbaar geweest. Wel kan de koning als privépersoon een klacht indienen wegens laster en eerroof.

In de negentiende eeuw hielden de Belgen ervan te spotten met koningen en koninginnen. België liet ook Franse ballingen, zoals Victor Hugo, toe de regering van hun eigen land te bekritiseren. In 1852 voerde België onder zware Franse druk een wet in tegen kwaadwillige openbare aanvallen op vreemde staatshoofden. Deze wet leidde alles bijeen tot vier zaken voor een assisenhof, dit is met een volksjury, telkens tegen Franse uitgevers. In de twintigste eeuw heeft deze wet niet meer tot strafvervolging geleid, wel nog tweemaal tot de inbeslagname van het Franstalige tijdschrift Pourquoi Pas, wegens belediging van de Duitse ambassadeur (1939) en de Congolese president (1964). In 1985 werd de wet nog eens ingeroepen om bij het bezoek van de paus affiches te laten wegnemen. De Wet van 20 december 1852 tot bestraffing van de beleedigingen aan de hoofden van vreemde Staatsbesturen is in 2005 opgeheven. [5]

Het Strafwetboek noemt wel als eerste strafbare misdrijf de (fysieke) aanval op de koning[6], en dat onder de zeer ernstige feiten tegen de veiligheid van de staat. Bedoeld zijn pogingen om de koning uit te schakelen of gevangen te nemen. Het gooien van een taart brengt het regime wellicht niet in gevaar; daarom valt het wellicht maar onder de lichte overtredingen, bedoeld in artikel 563: zij die opzettelijk, doch zonder het oogmerk om te beledigen, enig voorwerp op iemand werpen dat hem kan hinderen of bevuilen.

Nochtans kreeg eind 2006 de Lommelaar Paul Kenis een effectieve celstraf van 8 maanden en een boete van 3300 euro wegens majesteitsschennis. Hij stuurde in de periode mei 2005-juli 2006 enkele tientallen mails naar de premier, ministers en anderen met beledigingen aan het adres van Koning Albert.

Majesteitschennis in andere landen[bewerken]

Deze prent was in de ogen van Franse regering van 1840 majesteitsschennis.
Deze uitleg kwam Daumier op een tweede veroordeling te staan.

Duitsland[bewerken]

Het strafwetboek van 1871 bepaalde bij de gewone belediging een straf van tussen de twee maanden en vijf jaar cel, in zware gevallen levenslang. Onder Wilhelm II werd de majesteitsschennis de facto afgeschaft.

In de Bondsrepubliek Duitsland wordt de belediging van de bondspresident in zware gevallen met maximaal vijf jaar gevangenis gestraft: Verunglimpfung des Bundespräsidenten, par. 90 strafwetboek. Wel moet de bondspresident zelf de opdracht tot strafvervolging geven. Achtergrond daarvan is dat rijkspresident Friedrich Ebert (1919-1925) het moeilijk had om zich tegen de verbale aanvallen van extremisten te verdedigen.

Engeland[bewerken]

In Engeland heeft men de koning en zijn regering in prenten, spotverzen en boeken al sinds de 18e eeuw mogen bekritiseren en belachelijk maken.

Frankrijk[bewerken]

In Frankrijk was belediging van de koning een ernstig misdrijf, een woedende weduwe die Lodewijk XIV in zijn gezicht voor "hoerenbok" uitmaakte moest deze opmerking bekopen met 10 zweepslagen. In de periode vlak vóór de revolutie verschenen honderden tekeningen en boekjes waarin de koning en Marie-Antoinette ernstig werden beledigd. Men maakte grappen over 's konings impotentie en de koningin werd afgeschilderd als een hebzuchtige biseksuele nymfomane. Al deze schennis van hun majesteit deed veel afbreuk aan het gezag van de Franse monarchie.

Onder Napoleon I werd ook de geringste grap over de keizer genadeloos bestraft.

Een beroemd geval van "majesteitsschennis" deed zich voor toen de beroemde tekenaar Honoré Daumier een tekening van een peer publiceerde die wel wat leek op de Burgerkoning Louis Philippe. Daumier werd vervolgd en toen hij in een volgende tekening liet zien hoezeer de koning op een peer leek werd hij ook dáárvoor vervolgd.

Japan[bewerken]

In Japan werd voor de Tweede Wereldoorlog het beledigen of bespotten van de "goddelijke" keizer zeer zwaar bestraft.

Oostenrijk[bewerken]

In het Oostenrijk van Frans Jozef I was iedere vorm van kritiek strafbaar. Wie het waagde om de keizer te bespotten of, geheel naar waarheid, durfde te schrijven dat de keizerin haast nooit in Wenen was en kapitalen verkwistte, werd zwaar gestraft. Hier zien we de majesteitsschennis dus gebruikt als muilkorf.

Thailand[bewerken]

De situatie[bewerken]

Volgens artikel 112 van de Thaise strafwet staat in Thailand een gevangenisstraf van 3 tot 15 jaar op majesteitsschennis, hoewel de koning in de spaarzame gevallen dat een veroordeling plaatsvindt gratie verleent. Onder majesteitsschennis vallen bijvoorbeeld het verscheuren van een bankbiljet met de afbeelding van de koning of het staan op een afbeelding van de koning.

Recente gevallen[bewerken]

In 2007 werd een Zwitser wegens belediging van koning Bhumibol veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Hij had portretten van de koning met zwarte verf besmeurd. De man in kwestie kwam aanvankelijk zelfs in aanmerking voor 75 jaar cel, maar omdat hij bekende kreeg hij forse strafvermindering. Enkele weken later verleende Bhumibol hem gratie.

In augustus 2008 werd Harry Nicolaides gearresteerd op het vliegveld van Bangkok omdat zijn in 2005 in Australië verschenen novelle Verisimilitude majesteitsschennend materiaal zou bevatten. Op 19 januari 2009 werd hij tot 3 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Na precies een maand, op 19 februari 2009 werd ook hem gratie verleend.

Verenigde Staten[bewerken]

In de Verenigde Staten is majesteitsschennis nooit strafbaar geweest. Het mogen bekritiseren van de staat en de president behoort tot de burgerrechten van de Amerikaan. In 1862, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, werd William Bruce Mumford echter veroordeeld en opgehangen, omdat hij op 26 april 1862 de Amerikaanse vlag van een overheidsgebouw in New Orleans neerhaalde, die daar juist door een officier van de Noordelijke Staten was gehesen. Uitspraken van het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1989 en 1990 stelden vast dat het vernielen van een Amerikaanse vlag tot de vrijheid van meningsuiting gerekend moet worden.

Bronnen, noten en/of referenties