Godsdienstvrijheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van een serie artikelen over de
Godsdienstfilosofie
Filosofie

Portaal  Portaalicoon  Filosofie

Freedom of Worship, een schilderij van Norman Rockwell uit 1943

Godsdienstvrijheid (ook wel vrijheid van godsdienst, vrijheid van religie of religievrijheid genoemd) is een van de klassieke grondrechten. Het houdt in dat men de vrijheid heeft zelf te kiezen om tot een godsdienst toe te treden en deze te belijden en beoefenen. Zij laat ook ruimte voor de mogelijkheid van een vrije keuze voor een godsdienstloze levenshouding. Het is een van de rechten uit de Universele verklaring van de rechten van de mens:

Aanhalingsteken openen

Artikel 18.
Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van geboden en voorschriften.[1]

Aanhalingsteken sluiten

Het recht op godsdienstvrijheid is voornamelijk gericht op het beschermen van religies en geloofsovertuigingen tegen staatsinmenging.

Oudheid[bewerken]

De erkenning van godsdienstvrijheid was in de Oudheid allerminst evident. Zo was bijvoorbeeld in het Romeinse Rijk de godsdienst dermate nauw verbonden met staat, volk of ras, dat eenheid van staat en eenheid van godsdienst geheel in elkaar vervlochten waren. Afwijkingen van de godsdienst van de staat werden als storing van de staatkundige eenheid ervaren en daarom met onverdraagzaamheid tegemoet getreden. Zij konden hoogstens worden toegestaan of getolereerd wanneer daarmede andere gemeenschapsbelangen gediend waren.

België[bewerken]

In België bepalen artikels 19 tot en met 21 van de Belgische Grondwet van 1831 de godsdienstvrijheid:

Aanhalingsteken openen

Art. 19 - De vrijheid van eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan, alsmede de vrijheid om op elk gebied zijn mening te uiten, zijn gewaarborgd, behoudens bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijheden worden gepleegd. Art. 20 - Niemand kan worden gedwongen op enigerlei wijze deel te nemen aan handelingen en aan plechtigheden van een eredienst of de rustdagen ervan te onderhouden. Art. 21 - De Staat heeft niet het recht zich te bemoeien met de benoeming of de installatie der bedienaren van enige eredienst of hun te verbieden briefwisseling te houden met hun overheid en de akten van deze overheid openbaar te maken, onverminderd, in laatstgenoemd geval, de gewone aansprakelijkheid inzake drukpers en openbaarmaking.
Het burgerlijk huwelijk moet altijd aan de huwelijksinzegening voorafgaan, behoudens de uitzonderingen door de wet te stellen, indien daartoe redenen zijn.

Aanhalingsteken sluiten

Het tweede deel van artikel 21 wordt door velen juist beschouwd als strijdig met de vrijheid van godsdienst en in februari 2001 stelden de volksvertegenwoordigers Verherstraeten en Leterme voor dit grondwetsartikel af te schaffen en ook de eraan verbonden strafbepalingen op te hefffen.

Nederland[bewerken]

In Nederland werd de vrijheid om op godsdienstig gebied te denken wat men wil (gewetensvrijheid) reeds in 1579 in artikel 13 van de Unie van Utrecht erkend. Een beperkte godsdienstvrijheid kwam er in 1796, toen Kerk en staat werden gescheiden. De Grondwet van 1848 bracht reeds een verregaande godsdienstvrijheid. In artikel 6 van de Nederlandse grondwet wordt het recht op vrijheid van godsdienst als volgt geformuleerd:

Aanhalingsteken openen

Artikel 6.

  1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
  2. De wet kan ter zake van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Aanhalingsteken sluiten

Tot 1983 kende Nederland het processieverbod gericht tegen katholieke processies: openbare godsdienstoefeningen waren vrij in gebouwen en op besloten plaatsen maar daarbuiten werd het plaatselijke overheden mogelijk gemaakt in delen van het land waar katholieke processies tot 1848 niet gebruikelijk waren, die processies te verhinderen. Mede onder invloed van de Europese Conventie tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (1950)[2] veranderden de inzichten en werd het processieverbod in 1983 verwijderd uit de Nederlandse Grondwet.

Voor de oorlog claimden de Christelijke partijen overal in Nederland burgemeestersposten voor mensen met een Christelijke overtuiging, ook in gemeenten waar de Christelijke partijen een kleine minderheid vormden. Niet-Christenen werden als onwaardig voor het burgemeesterschap geacht, wat in veel dossiers over burgemeestersbenoemingen gelezen kan worden.

In de praktijk gold de vrijheid van godsdienst in Nederland voornamelijk voor Christelijke denominaties. Voor de oorlog werden organisaties van ongelovigen, zogenaamde vrijdenkers, als staatsgevaarlijk beschouwd. Bestuursleden van zulke organisaties, zoals bijvoorbeeld De Dageraad werden door de lokale Politie Inlichtingendienst geregistreerd. Bij de inval van de Duitsers werden deze registraties niet vernietigd. Bij de Duitse inval in de Sovjet Unie in 1941 vroegen de Duitsers aan de burgemeesters namen van te arresteren communisten, waarbij het voor iedereen duidelijk was dat ze vermoord zouden worden. In Delft speelde de NSB-burgemeester de vraag door aan de Delftse Politie Inlichtingendienst en die stelde een lijst van communisten op, maar daarbij werd willens en wetens de naam van een niet-communist toegevoegd. Het betrof Andries Cornelis van Schaik die bestuurslid van De Dageraad was. Toen de Duitsers er achter kwamen dat het geen communist was, werd hij van de communisten gescheiden en in plaats van naar het concentratiekamp Neuengamme naar het veel mildere Buchenwald gestuurd. Van Schaik kwam later via Natzweiler in Dachau terecht, waar hij om het leven kwam. Van Schaik is het laatste dodelijke slachtoffer van de vervolging op godsdienstige gronden door de Nederlandse overheid.[3]

Tijdens de oorlog schreef de katholieke voorman en voormalig minister Carl Romme voorstellen voor nieuwe grondwetsartikelen die meteen na de bevrijding werden gepubliceerd.[4] In deze artikelen werden aan niet-Christenen belangrijke burgerrechten ontzegd. Zo zouden niet-Christenen niet in de meeste overheidsposities benoemd mogen worden. Verder werd de vrijheid van onderwijs ingeperkt in die zin dat alle scholen op Christelijke grondslag moesten zijn.

Europa[bewerken]

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 9: Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst

  1. Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.
  2. De vrijheid zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uiting te brengen kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Overige landen[bewerken]

Toestand van de godsdienstvrijheid per land, gebaseerd op het rapport Global Restrictions on Religion, The Pew Forum on Religion & Public Life, december 2009[5] (licht geel : weinig restricties - rood: zeer veel restricties)

Verschillende pressiegroepen en regeringen trachten een overzicht te geven van de mate van godsdienstvrijheid in de wereld. Zo publiceert het US State Department sinds 2001 een jaarlijks rapport. In 2005 werden voornamelijk de communistische staten Birma, China, Noord-Korea en Vietnam en verschillende landen met een moslimmeerderheid (Eritrea, Iran, Saoedi-Arabië en Soedan) genoemd als landen waar in het afgelopen jaar ernstige schendingen werden gepleegd op de godsdienstvrijheid.

Katholieke Kerk[bewerken]

De Katholieke Kerk erkent het recht op gewetensvrijheid en in het bijzonder op godsdienstvrijheid[6]. Dit recht is gebaseerd op de ontologische waardigheid van de menselijke persoon en niet op een veronderstelde gelijkheid van godsdiensten of menselijke culturele systemen[7][8][9][10][11][12]. Zo heeft paus Paulus VI gezegd dat "het Concilie dit recht op godsdienstvrijheid in geen enkel opzicht baseert op een aanname, als zouden alle godsdiensten en leerstellingen min of meer dezelfde waarde hebben; integendeel, het baseert dit recht op de waardigheid van de menselijke persoon die niet onderworpen mag worden aan van buiten komende dwang waardoor het geweten onder druk wordt gezet, wanneer het zoekt naar de ware godsdienst en zich daaraan gewonnen wil geven"[13]. De leer over gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid sluit niet uit dat de katholieke leer ook het indifferentisme en het godsdienstig relativisme veroordeelt[14][15][16][17][18].

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (nl) Universele verklaring van de rechten van de mens, artikel 18, Amnesty International
  2. Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, zoals gewijzigd door Protocol Nr. 11, september 2003 (oorspronkelijke versie: 4 november 1950)
  3. R. Harthoorn, Vuile oorlog in Den Haag, Van Gruting, Utrecht, 2011, ISBN 97890-75879-483, blz. 193 e.v.
  4. Prof. mr. C.P.M. Romme, Nieuwe Grondwetsartikelen, Urbi et Orbi, Amsterdam.
  5. Global Restrictions on Religion, The Pew Forum on Religion & Public Life, december 2009
  6. Verklaring Dignitatis Humanae, Tweede Vaticaans Concilie
  7. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring Over de godsdienstvrijheid - Het recht van de persoon en van de gemeenschappen op sociale en burgerlijke vrijheid in godsdienstige aangelegenheden, Dignitatis Humanae (7 dec 1965), 1. "Allereerst getuigt dan deze heilige kerkvergadering, dat God zelf aan het menselijk geslacht de weg heeft bekendgemaakt waarlangs de mensen door Hem te dienen in Christus verlost en zalig kunnen worden. Wij geloven dat deze énige en ware godsdienst zich bevindt in de katholieke en apostolische Kerk.- Dit vermindert niet de ongeveinsde eerbied die de Kerk heeft voor de verschillende godsdienstige tradities waarin zij 'elementen van waarheid en goedheid erkent'
  8. 2e Vaticaans Concilie, Constitutie, Over de Kerk, Lumen Gentium (21 nov 1964), 16
  9. 2e Vaticaans Concilie, Decreet, Over de missie-activiteit van de Kerk, Ad Gentes Divinitus (7 dec 1965), 11
  10. 2e Vaticaans Concilie, Verklaring over de houding van de Kerk tegenover niet-christelijke godsdiensten, Nostra Aetate (28 okt 1965), 2
  11. Paus Johannes Paulus II, Encycliek, Over de blijvende geldigheid van de missie-opdracht, Redemptoris Missio (7 dec 1990), 5
  12. Curie, Congregatie voor de Geloofsleer, Uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk, Dominus Jesus (6 aug 2000), 2.8.21
  13. Paus Paulus VI, Toespraak tot het College van Kardinalen, in: Insegnamenti di Paolo VI, 14 (1976), 1088-1089
  14. Z. Paus Pius IX, Encycliek, Over de zuiverheid van de Katholieke leer, Quanta Cura (8 dec 1864)
  15. Paus Leo XIII, Encycliek, Immortale Dei (1 nov 1885)
  16. Paus Pius XI, Encycliek, Over het feest van Christus Koning, Quas Primas (11 dec 1925)
  17. Catechismus van de Katholieke Kerk (15 aug 1997), 2108
  18. Curie, Congregatie voor de Geloofsleer, Uniciteit en heilbrengende universaliteit van Jezus Christus en de Kerk, Dominus Iesus (6 aug 2000), 22