Ietsisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deel van een serie artikelen over de
Godsdienstfilosofie
Filosofie

Portaal  Portaalicoon  Filosofie

Het ietsisme is het geloof in een metafysische kracht. Ietsisme is een algemene term voor uiteenlopende overtuigingen waarbij mensen "aannemen" dat er "iets" is "tussen hemel en aarde", zonder een welbepaalde religie aan te hangen. Een ietser is een gelovige die orthodoxe goden links laat liggen, maar voor zijn zingeving behoefte houdt aan iets transcendents dan wel gelooft dat er aan al het bestaande een transcendente en absolute maar onbenoembare kracht ten grondslag ligt.[bron?]

Etymologie[bewerken]

De term kreeg in Nederland bekendheid nadat hij genoemd werd door Ronald Plasterk in een column voor Intermediair (20 november 1997): "Zodra je aan de orthodoxie gaat rammelen, glij je met een niet te stoppen vaart de kerk uit, en kom je onvermijdelijk terecht in het atheïsme, of het ”ietsisme”. Dat laatste is, blijkens onlangs gepubliceerd onderzoek, de religie van de meerderheid der nu levende Nederlanders: het geloof dat er ”toch iets moet zijn”, omdat het zo'n akelig idee is dat het leven geen zin en geen vervolg zou hebben. (...) Het ietsisme is een vrij diffuse religie, de aanhangers wekken niet de indruk dat ze er dagelijks of zelfs maar wekelijks mee bezig zijn, maar daartoe aangezet vatten ze hun beeld ongeveer als volgt samen: ”Er moet toch iets zijn? Het zou toch jammer zijn als er verder niets was. Na de dood helemaal afgelopen, dat lijkt me zo kaal”."[1] Plasterk noemde ietsisme aanvankelijk een "religieus armzalig en irritant tijdsverschijnsel",[bron?] maar kwam hier in 2005 op terug omdat ietsisten tenminste geen fundamentalisten zijn die mensen opblazen ((moslim)terrorisme), zich niet beroepen op heilige boeken om land te koloniseren (religieus zionisme) of intelligent design als wetenschap promoten (christenfundamentalistisch creationisme).[1]

Ad Verkuijlen beweerde een jaar eerder hetzelfde fenomeen te hebben omschreven met het woord ‘ietsers’: "Steeds minder mensen voelen zich betrokken bij een kerk. Het aantal mensen dat gelooft 'aan een hogere macht die verder onbenoemd bleef' stijgt echter gestaag; sinds 1991 met 2% naar 22%. Aldus het Sociaal en Cultureel Rapport 1996. Het is een nationale epidemie. Iedereen kent er wel een paar. Op de vraag of zij in een (christelijke) God geloven, antwoorden zij gewichtig: ‘Nee, maar er moet wel iets zijn!’"[2] Mogelijk was ook voor Plasterk het Sociaal en Cultureel Rapport (1996), dat als eerste het fenomeen met cijfers documenteerde,[bron?] en waarnaar hij wellicht verwijst met de woorden "onlangs gepubliceerd onderzoek", de bron van de term ietsisme.

Kenmerken[bewerken]

In tegenstelling tot het klassieke agnosticisme, dat eerder negatief staat tegenover religieuze overtuigingen (niet geloven wat men niet kan weten), blijft het ietsisme daar eerder positief tegenover staan (er is veel meer dan we kunnen weten). Het is een vorm van religieuze vrijzinnigheid of religieuze onkerkelijkheid. De invulling daarvan kan variëren van een christelijk godsbeeld van een "kracht" die buiten de wereld staat tot een boeddhistisch wereldbeeld met "krachten" die in de wereld bestaan. Het is ook mogelijk de keuze tussen beide open te laten. Daarmee lijkt het Ietsisme op de wijze hoe er omgegaan wordt met het abstracte symbool Opperbouwmeester van het Heelal van de vrijmetselarij, waar iedere vrijmetselaar zijn eigen invulling aan kan geven. Het verschil tussen beide is dat de vrijmetselaar actief het "Iets" (onder)zoekt, maar de ietsist dit niet per se hoeft te doen.

Het woord ietsisme is opgenomen in de 14e editie van de Dikke Van Dale, die in oktober 2005 is uitgegeven.

Kritiek[bewerken]

Zowel onder theïsten als de atheïsten roept het ietsisme weerstand op, terwijl uit een opiniepeiling van dagblad Trouw uit oktober 2004 bleek dat ruim een derde van de Nederlanders tot de ietsisten kan worden gerekend.[3] Deze weerstand zit bij de theïsten in het feit dat het geloof in meer of mindere mate wordt ontkend.[4] Voor sommige overtuigd atheïsten is het ietsisme hooguit een irritante manier om met religie om te gaan: men gelooft in een god zoals de christenen, joden, moslims e.a. dat voor ogen hebben of niet.[5]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Ronald Plasterk. "Tepelklem, dioxinekip, ietsisme", de Volkskrant, 12 augustus 2005. Geraadpleegd op 2 januari 2014.
  2. Verkuijlen, Ad, november 1996. "Daar komen de ietsers". Filosofie Magazine 5(7): 7. Geraadpleegd op 3 januari 2014; als zodanig door Ad Verkuijlen geclaimd op Taaladvies.net op 27 februari 2007.
  3. "Nederland los van kerk en bijbel", Trouw, 21 oktober 2004. Geraadpleegd op 4 januari 2014.
  4. Amy Hollywood. Spiritual but Not Religious. Harvard Divinity Bulletin (Winter/Spring 2010 (Vol. 38, Nos. 1 & 2)) Geraadpleegd op 4 januari 2014.
  5. Wim Couwenberg. Is het redelijk nog in God te geloven?. Civis Mundi (6 september 2012) Geraadpleegd op 4 januari 2014