Neuengamme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Concentratiekamp Neuengamme
Neuengamme
Neuengamme
Ingebruikname 13 december 1938
Bevrijding 4 mei 1945
Locatie Neuengamme
Verantwoordelijk land Nazi-Duitsland
Coördinaten 53° 26′ NB, 10° 14′ OL
Beheerder SS
Gevangenen 106.000
Dodental 55.000
Poolse overlevende krijgt medicijnen van een Duitse medewerker van het Rode Kruis.
Poolse overlevende krijgt medicijnen van een Duitse medewerker van het Rode Kruis.

Neuengamme was tijdens de Tweede Wereldoorlog een Duits concentratiekamp. Het kamp ligt zo'n achttien kilometer ten zuidoosten van Hamburg in Duitsland bij het dorp Neuengamme.

Concentratiekamp[bewerken]

Het kamp werd op 13 december 1938 geopend. Als dependance van Sachsenhausen was het kamp aanvankelijk bedoeld om arbeiders voor de plaatselijke SS steenfabriek te huisvesten. Juni 1940 werd Neuengamme een zelfstandig concentratiekamp. Het hoofdkamp, dat 213.000 vierkante meter groot was, ving de meeste mensen op, maar in geheel Noord-Duitsland lagen nog 92 zogenaamde buitenkampen die bestuurlijk gezien onder Neuengamme vielen. Zelfs op het kanaaleiland Alderney was een buitenkamp. Deze buitenkampen hadden vaak maar een kort bestaan. In 1944 functioneerden er zestig gelijktijdig. De mensen in de kampen, afkomstig uit zo'n 28 landen, waren veelal krijgsgevangenen, gijzelaars, verzetsstrijders, Joden, zigeuners, homoseksuelen en Jehova's getuigen. Bij aankomst moesten alle persoonlijke bezittingen worden afgegeven. Vervolgens werd al het lichaamshaar afgeschoren en kreeg men in plaats van de eigen naam een nummer op een zinken plaatje, dat om de nek gedragen moest worden. De SS probeerde de morele en psychische weerstand van de gevangenen te breken door hen in vernederende omstandigheden te laten leven en werken. De barakken waren overvol, sanitaire voorzieningen waren ontoereikend en enige privacy was er niet. Men kreeg onvoldoende voedsel en moest zware arbeid verrichten. De dag was zo strikt ingedeeld dat er nauwelijks een vrije minuut overbleef. Neuengamme bezat geen gaskamers of vergelijkbare methoden om mensen massaal van het leven te beroven. Desondanks stierven er 55.000 mensen door de onmenselijke toestanden in het kamp, waaronder epidemieën en gebrek aan voedsel. Tijdens de oorlog verbleven ongeveer 106.000 mensen in Neuengamme. Het hoogste gevangenisnummer dat in de dodenboeken vermeld staat is 87.067.000

Cap Arcona[bewerken]

In de zomer van 1944 werden veel vrouwelijke ingezetenen van Auschwitz met hun Aufseherinnen (onder andere Käthe Becker, Erna Dickman en Angelika Grass) naar Neuengamme gezonden. Slechts een handvol van deze opzichters werd na de oorlog in Neurenberg berecht. Op 3 mei 1945 werden duizenden bewoners van Neuengamme in schepen geladen, waaronder de Cap Arcona en achtergelaten in de baai van Lübeck; op die manier probeerden de nazi's het bewijs dat het concentratiekamp had bestaan te verdoezelen. De geallieerden, die de schepen aanzagen voor troepentransportvaartuigen, brachten de schepen tot zinken, waarbij naar schatting 7000 tot 8000 mensen omkwamen. Velen die de oever wisten te bereiken werden door de SS neergeschoten. Op 4 mei 1945 werd Neuengamme door de geallieerden bevrijd.

Naoorlogse geschiedenis[bewerken]

Na de oorlog werd Neuengamme gebruikt om leden van de SS, Wehrmachtsoldaten en leden van de nazipartij te interneren. Nog later werd door de justitiële overheid een strafgevangenis op het kampterrein gebouwd. Pas in de jaren '60 werd op initiatief van een vereniging van voormalige Franse kampbewoners begonnen met het inrichten van een gedenkplaats op het kampterrein. Neuengamme fungeert tegenwoordig als een oorlogsmonument met herbouwde kampelementen en permanente exposities. Bijna de volledige administratie van Neuengamme is vernietigd. Omdat een gevangene de boeken uit de ziekenbarakken in de steenfariek heeft verstopt zijn duizenden namen bewaard gebleven. Verder rest er een door gevangenen bijgehouden dodenboek en zijn er gegevens van het Rode Kruis. Er wordt nog steeds gewerkt aan de reconstructie van de administratie, maar het ziet er niet naar uit dat deze nog volledig te krijgen is.

Meerdere monumenten[bewerken]

Drie van Neuengammes buitenkampen zijn omgevormd tot oorlogsmonumenten:

  • één voor de twintig kinderen die in Hamburg aan medische experimenten werden onderworpen en vlak voor de Duitse capitulatie om het leven werden gebracht.
  • één als herdenking van de slavenarbeid die vrouwen uit het Poolse getto te Łódź moesten verrichten.
  • één in de Fuhlsbüttel gevangenis, waar vooral communisten en politieke tegenstanders werden opgesloten. Zo'n 450 van hen werden door de nazi's vermoord.

Op het hoofdterrein staan drie monumenten op de plaats waar de oudste steenfabriek stond. Aan het begin van het terrein is een stukje spoorrails gereconstrueerd. Daarop staat een replica van een veewagon.

Nederlanders[bewerken]

Op 19 november 1941 arriveren de eerste 270 Nederlanders in Neuengamme. Vast staat dat in 21 rechtstreekse transporten, meestal vanuit Amersfoort, 3084 Nederlanders naar Neuengamme werden getransporteerd.[1] Het totaal aantal Nederlanders dat in Neuengamme moest verblijven wordt geschat op 6950. Onder hen honderden vroeg in de oorlog gearresteerde communisten, anti-Duitse politiemensen en 601 mannen[2] van de vergeldings-razzia van Putten. Volgens de dodenboeken kwamen minimaal 3500 Nederlanders in Neuengamme om. Het aantal omgekomenen ligt ongetwijfeld hoger. Probleem bij het vaststellen van de juiste getallen is de welhaast volledige verdwijning van de administratie van de SS. Het is zeker dat 613 Nederlanders Neuengamme hebben overleefd.[3] Tot de Nederlanders die in Neuengamme omkwamen behoren Felix van der Stok (broer van Bram van der Stok, oorlogsvlieger van Oranje), Willem Niemeijer, Jan Campert, Jan van Hout, Willem Idenburg, Johannes Petrus Lijding, Rudolf Tappenbeck, en Anton de Kom (die in het buitenkamp Sandbostel overleed), en Johannes Rijpstra (die in het buitenkamp Hamburg-Hammerbrook omkwam). Het Tweede Kamerlid Louis de Visser (CPN) overleefde het kamp, maar kwam om bij het geallieerde bombardement op het schip Cap Arcona. De latere journalist W.L. ("Boebie") Brugsma overleefde Neuengamme. Andries van Dantzig, die later psychiater zou worden, behoorde tot de overlevenden van het buitenkamp in Schwesing bij Husum. Hij zou in 2005 het eerste exemplaar in ontvangst nemen van een boek over de Nederlanders in het kamp.

Ook de Duitse tandarts Fritz Pfeffer overleed in Neuengamme. Pfeffer was samen met de familie van Anne Frank en de familie van Pels één van de onderduikers in het Achterhuis.

Belgen[bewerken]

Uit België werden ongeveer 5.000 gevangenen naar Neuengamme gedeporteerd.

Meestal ging het om politieke gevangenen die 'anti-Duitse' handelingen hadden gesteld, geen gevolg wilden geven aan Duitse bevelen of actief waren in het Verzet. Naarmate het Verzet toenam werd steeds harder opgetreden.

De Belgen waren meestal eerst opgesloten in het Fort van Hoei of in het kamp van Breendonk. In Aarlen werden 40 inwoners als gijzelaars opgepakt en naar Neuengamme gevoerd. In de gemeente Meensel-Kiezegem werden alle mannen als represaillemaatregel opgepakt. De meeste kwamen om.

Literatuur[bewerken]

  • Dr. Judith Schuyf (redactie) Nederlanders in Neuengamme; de ervaringen van ruim 5500 Nederlanders in een Duits concentratiekamp 1940-1945 (2005) ISBN 90599940512
  • Vandekerkhove, Gaston: 20 Ronsenaars in de hel van Neuengamme, Nukerke, Ceres, 1976.
  • Totenbuch Neuengamme

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. Het "Dodenboek" van Neuengamme
  2. stichting oktober 44
  3. Nederlanders in Neuengamme: de ervaringen van ruim 5500 Nederlanders in een Duits concentratiekamp 1940-1945, Aprilis, 2005