Kamp Vught

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kamp Vught
Kamp Vught
Kamp Vught
Ingebruikname 13 januari 1943[1]
Bevrijding 26 oktober 1944[2]
Locatie Vught
Verantwoordelijk land Nazi-Duitsland
Coördinaten 51° 40′ NB, 05° 15′ OL
Beheerder SS
Gevangenen 31.000[3]
Dodental 749[3]
Kamp Vught
Kamp Vught
Wachttorens
Asput naast het crematorium
Een van de ovens in het crematorium
Sectietafel
Wasruimte in de barak
Leefruimte in de barak
Bedden in de barak
De galg zoals aangetroffen door de bevrijders in 1944

Kamp Vught (officieel van Duitse zijde: Konzentrationslager Herzogenbusch) was een van de drie Duitse concentratiekampen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kamp Vught bevond zich in Vught nabij de recreatieplas de IJzeren Man. Het was het enige SS-concentratiekamp buiten Duitsland en de door Duitsland geannexeerde gebieden. Het heeft ruim twee jaar als concentratiekamp gefunctioneerd.

Dit kamp stond onder beheer van de SS, in tegenstelling tot de andere Nederlandse kampen (waar overigens vaak wel SS'ers werkten, zoals in Amersfoort). De ligging was mede bepaald door de nabijheid van 's-Hertogenbosch, reden waarom het kamp door de Duitsers werd aangeduid als Konzentrationslager Herzogenbusch. In 's-Hertogenbosch bevond zich een aantal landelijke Duitse instellingen, terwijl het kamp ook nabij goede wegen en spoorwegen lag. Het kamp moest als 'modelkamp' dienen. Het kamp is qua opzet, uitvoering en grootte te vergelijken met concentratiekamp Dachau. Het aantal sterfgevallen lag echter veel lager dan in de kampen in Duitsland, namelijk 749 in totaal, door alle oorzaken, omgerekend ongeveer een op vijftig gevangenen. In Dachau was dit op een totaal van 200.000 gevangenen ruim 40.000, dus een op de vijf.[4]

Bouw[bewerken]

De bouw van het kamp werd in 1942 gestart, naar model van Konzentrationslager in Duitsland en in door Duitsland geannexeerde gebieden. De bouw werd gefinancierd door Liro, de Duitse roofbank waarin de tegoeden van gedeporteerde Nederlandse Joden waren ondergebracht. Toen de eerste gevangenen uit kamp Amersfoort aankwamen, was het kamp nog niet klaar. De gevangenen moesten het zelf afbouwen. Er werd om het kamp door de gevangenen een gracht gegraven en om de 100 meter een wachttoren gebouwd. Het kamp was 1 kilometer lang en 350 meter breed.

Het kamp had tijdens de oorlog drie commandanten:

Gevangenen en doden[bewerken]

De nominale maximale capaciteit van het kamp bedroeg 15.000 mensen. In totaal werden er ruim 31.000 mensen in het kamp gedetineerd, waaronder 12.000 Joden en verder politieke gevangenen, Roma en Sinti, verzetsstrijders, Jehova's getuigen, homoseksuelen, zwervers, criminelen en zwarthandelaren. In het kamp zelf zijn zeker 735 mensen om het leven gekomen, waaronder 36 Belgen.

Enkele gevangenen, waaronder David Koker en Helga Deen hielden een kampdagboek bij dat bewaard is gebleven. Beiden zijn omgekomen na transport naar andere concentratiekampen.

Philips[bewerken]

In het kamp was een werkplaats waar producten voor Philips werden gemaakt. De directie van Philips had pas na lange aarzeling meegewerkt aan de werkplaats, en slaagde erin om de situatie van de tewerkgestelden aanzienlijk te verbeteren.[bron?] Het werken voor Philips werd aangeduid als het 'Philipscommando'. Af en toe kon er met elkaar gepraat en gezongen worden, zolang de dienstdoende Kapo of Aufseherin het maar niet opmerkte als hij of zij door de ramen keek. Allerlei waarschuwingssystemen waren ontwikkeld om hen tijdig te signaleren. Philips wist ook te bereiken dat tijdens de lange werkdag van wel twaalf uur twee extra pauzes voor het Philipscommando werden ingelast. Bij de afdeling radiobuizen werd deze na enige tijd zelfs teruggebracht tot acht uur, ter beperking van de vermoeidheid in handen en ogen bij dit voor de oorlog belangrijke precisiewerk. Op een goede dag kwam er in de werkplaats dankzij listig spel van Braakman van de Philipsleiding een radio-omroep die opwekkende muziek liet klinken. Daarmee konden ook mededelingen worden doorgegeven naar alle werkbarakken, wat de saamhorigheid verhoogde. Daarnaast was er een vliegtuigsloperij waar onderdelen uit neergeschoten vliegtuigen werden gehaald.

Wreedheden[bewerken]

Bunkerdrama[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie bunkerdrama voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als vergeldingsmaatregel tegen een protest van een aantal vrouwen werden in opdracht van kampcommandant SS-Hauptsturmführer Adam Grünewald zaterdagavond 15 januari 1944 zo veel mogelijk vrouwen in één cel opgesloten. Deze vergeldingsmaatregel ging de boeken in als het bunkerdrama.[5] In totaal werden vierenzeventig vrouwen in cel honderdvijftien samengeperst, op een oppervlakte van negen vierkante meter, zonder ventilatie. Na veertien uur werd de cel weer opengemaakt, en bleken tien vrouwen te zijn overleden. Toen dit drama via de verzetspers in de openbaarheid kwam, werd Grünewald gedegradeerd tot gewoon soldaat. Hij sneuvelde aan het Oostfront in Hongarije.

Kindertransporten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Monument der verloren kinderen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 5 juni 1943 werd bekendgemaakt dat alle kinderen uit het kamp weg moesten. Er werd gezegd dat zij naar een speciaal kinderkamp in de buurt zouden gaan. Op 6 juni werden alle kinderen van nul tot en met drie, samen met hun ouders gedeporteerd naar kamp Westerbork. Een dag later werden ook alle kinderen van vier tot en met zestien jaar afgevoerd naar Westerbork.[6] Van daaruit werden de kinderen samen met hun ouders overgebracht naar Sobibór in Polen waar ze vrijwel direct na aankomst door middel van vergassing om het leven werden gebracht. Er zijn 1666 kinderen weggevoerd waaronder ten minste 1269 joden. Sommige kinderen uit een speciaal kinderkamp werden ook weggevoerd naar Auschwitz.

Deppner-executies[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Deppner-executies en fusilladeplaats Vught voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

De Deppner-executies waren een lange serie van executies van verzetsstrijders in Kamp Vught tussen eind juli en begin september 1944, vanwege de nadering van geallieerde troepen. Ze werden uitgevoerd in opdracht van de SS-officier en SD-functionaris Erich Deppner, die daarvoor nooit is gestraft. Minstens vierhonderdvijftig mensen kwamen hierbij om het leven, waaronder bekende verzetsmensen als Joop Westerweel. Het bijzondere was niet zozeer dat doodvonnissen werden uitgevoerd (bijvoorbeeld op de Geuzen in 1941), maar de omstandigheden waaronder. Hitler had op 30 juli 1944, na de mislukte aanslag van Von Stauffenberg op 20 juli 1944 op zijn leven, bepaald dat de militaire rechtbanken werden afgeschaft. Verzetsstrijders, door de Duitsers 'terroristen' en 'saboteurs' genoemd, konden na hun arrestatie meteen worden gedood.

De fusillades vonden plaats op de fusilladeplaats Vught op ongeveer vijftien minuten lopen van het kamp. Vanuit verschillende gevangenissen werden verzetsmensen naar Vught gebracht en hier vermoord. Er staat nu een gedenkteken met de namen van de 329 mannen die hier werden doodgeschoten.

Ophangingen[bewerken]

Vanuit België zijn minstens zesendertig mensen naar kamp Vught overgebracht en nog dezelfde dag of de dag na aankomst opgehangen. Ze waren bijna allemaal in België door de Duitse bezetter in een militair proces ter dood veroordeeld wegens sabotageacties. Het vonnis moest met de strop ten uitvoer worden gebracht. Van veel van de veroordeelden is bekend dat het communisten waren.

Andere wreedheden[bewerken]

De gevangenen droegen klompen zonder sokken. In deze klompen zat een scherpe punt die steeds tegen de voet prikte. De honden die werden getraind in het kamp vielen zonder pardon de gevangenen aan en dit werd gewoon toegestaan. Tijdens de bouw van het kamp moesten de 'gewone' gevangenen drie stenen dragen, en de Joodse gevangenen vier. Gevangenen mochten pakketten van familie, het Rode Kruis en van bewoners uit Vught ontvangen, Joodse gevangenen alleen van familieleden. Als de gevangenen van en naar de barakken liepen, moesten ze onder een poort door. De Duitsers lieten daar dan 'voor de grap' een handschoen vallen die de honden al bijtend kwamen ophalen. Er waren twee ziekenhuizen, een middelmatig voor de gevangenen (er waren geen goede medicijnen aanwezig), en voor de Joden was er een 'ziekenhuis' nog kleiner dan de barakken zelf.

Ontruiming[bewerken]

Alle overgebleven Joden werden in de nacht van 2 op 3 juni 1944 in veewagons naar Auschwitz gedeporteerd. Het kamp werd na Dolle Dinsdag (5 september 1944) door de Duitsers volledig ontruimd. De geallieerden waren vlakbij, maar desondanks werden 3400 gevangenen op transport gezet naar andere concentratiekampen. De vrouwen werden naar Ravensbrück gestuurd en de mannen naar Sachsenhausen. Velen zijn daar om het leven gekomen. Ook werden op 4 en 5 september nog 117 mensen geëxecuteerd.[7]

Na de oorlog[bewerken]

De eerste jaren na de oorlog[bewerken]

Toen de geallieerden kamp Vught op 26 oktober 1944 bevrijdden, was het een leeg en verlaten kamp. Het Nederlandse en geallieerde leger nam het gedeeltelijk in gebruik, en daarnaast werden er Duitsers, collaborateurs en oorlogsmisdadigers geïnterneerd. Onder meer verbleven er na juli 1945 kinderen van NSB'ers en Nederlandse Duitsers tezamen met bejaarde collaborateurs. Deze personen waren aan een regime onderworpen waarbij 'goede' Nederlanders als bewakers het morele recht opeisten om deze pro-Duitse 'foute' personen, waaronder meelopers, kinderen en jongeren, met harde hand te 'tuchtigen' (te bestraffen). Aan dit regime van willekeur kwam begin van 1946 een einde door instructies van bovenaf.

Woonoord Lunetten[bewerken]

In 1951 kreeg (een deel van) het kamp een nieuwe naam: woonoord Lunetten, naar de verdedigingswerken die ten oosten ervan liggen. Er werden gezinnen van Molukse KNIL-militairen gehuisvest,[8][9] die op dienstbevel van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger uit de Molukken waren geëvacueerd. Vanaf 1960 zijn velen van hen naar andere plaatsen verhuisd. Na een overeenkomst in 1989 tussen de Nederlandse regering, de gemeente Vught en de meerderheid van de resterende Molukse bewoners, zijn in 1992 alle barakken gesloopt op barak 1 na, die dienst doet als kerk,[10] en is op dezelfde plek een nieuwe woonwijk, woonoord Lunetten, gebouwd.

Heden[bewerken]

Een groot deel van het terrein wordt tegenwoordig in beslag genomen door de Penitentiaire Inrichting Vught, twee kazernes en een woonwijk. Op de noordoostpunt van het vroegere kampterrein is het museum Nationaal Monument Kamp Vught gevestigd, met daarin, naast het hoofdgebouw met tentoonstellingen, een halve nagebouwde barak, een aantal nagebouwde wachttorens en het voormalig crematorium. Dit laatste gebouw is als enige op het museumterrein nog origineel. De wachttorens zijn lager dan de originele torens ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, omdat men anders over de muren van de penitentiaire inrichting heen zou kunnen kijken.

Een aantal gebouwen van het voormalige concentratiekamp buiten het museumterrein is tot op heden bewaard gebleven. Midden op het terrein van de gevangenis staat de voormalige kampgevangenis 'de Bunker'. Omdat dit gebouw voor de bezoekers van het museum niet toegankelijk is, heeft men de cel waarin het bunkerdrama zich afspeelde in het voormalige crematorium nagebouwd. De op het SS-terrein gevestigde huisvesting, bakkerij, keuken en garages van de SS en de 'Kommandantur' zijn tegenwoordig onderdeel van een van de twee kazernes. Ook de net buiten het kamp gebouwde SS-barakken, bestaande uit vier hoekvormige gebouwen die samen een Duits Kruis vormen, bestaan nog steeds. De (afgebroken) wasserij en de keuken bevinden zich op het terrein van het Geniemuseum.

Nieuwbouw[bewerken]

In 2002 werd de nieuwe tentoonstellingsruimte opgeleverd. Hierin zijn tevens kantoren gevestigd. Het gebouw werd ontworpen door Claus en Kaan Architecten. De vernieuwde buitenruimte werd ontworpen volgens een inrichtingsplan van landschapsarchitect Michael van Gessel.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Marieke Meeuwenoord, Het hele leven is hier een wereld op zichzelf: de geschiedenis van kamp Vught, 2014, De Bezige Bij, ISBN 9789023489122

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties