Jodenvervolging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Christenen en joden in Duitsland. De joden (rechts) dragen de voor joden verplichte jodenhoed (15e eeuw)
Joodse man in Worms met het voor joden verplichte gele teken, de jodenring, op zijn mantel. Hij draagt een zak met geld en knoflookstrengen - symbolen die vaak gebruikt werden bij het afbeelden van joden (16e eeuw)

Jodenvervolging is gecoördineerd geweld tegen en onderdrukking van de joodse bevolkingsgroep. Jodenvervolging in christelijk Europa kwam op gang rond het jaar 1000, en werd na het begin van de kruistochten (1095) hevig, gruwelijk en onvoorstelbaar barbaars. Sindsdien verdween het (zeker in Europa) nooit helemaal. Eén van de vele oplevingen ervan vond plaats in de 19e eeuw; in die periode werd ook de term antisemitisme ingevoerd voor jodenhaat en jodenvervolging. Ook het Midden-Oosten kende gruwelijke jodenvervolgingen, met enige regelmaat kwamen daar evenals in Europa pogroms voor.

Vormen van jodenvervolging zijn:

  • Het uitsluiten van joden van gebruik van bepaalde voorzieningen.
  • Het verplichten om in bepaalde gebieden te wonen.
  • Het uitsluiten van het lidmaatschap van bepaalde organisaties.
  • Het verbod om bepaalde functies of beroepen uit te oefenen.
  • Lastercampagnes tegen joden.
  • Georganiseerd geweld tegen joodse bezittingen en personen.
  • Verbanning.
  • Boycot van winkels.
  • Afneming van bezittingen van joden.
  • Volkerenmoord (de Holocaust).

De bekendste jodenvervolging is die van de nazi's in Duitsland en bezet Europa ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en in de jaren daaraan voorafgaand. Deze begon in 1935, met de instelling van de Neurenbergerwetten door de NSDAP.

Maar het verschijnsel jodenvervolging is dus al veel en veel ouder. In de Middeleeuwen kwam het met regelmaat tot gewelddadige uitbarstingen, of werd de joodse bevolking uit een land verdreven. In de Middeleeuwen waren joden over het algemeen uitgesloten van het lidmaatschap van de gilden, waardoor het hun niet was toegestaan ambachtelijke beroepen uit te oefenen. Gewelddadige uitbarstingen tegen joden staan bekend onder de naam pogrom, en zijn met name bekend van landen als Rusland en Polen. Ook de Kristallnacht, in de nacht van 9 op 10 november 1938 in Duitsland is een voorbeeld van een pogrom.

Anti-joodse maatregelen in bezet Nederland in de aanloop tot de Holocaust

Uit Duitsland gevluchte joden werden in Nederland opgevangen in het werkdorp voor joodse vluchtelingen in Nieuwesluis, dat in 1934 werd geopend.
Geëmigreerde Duitse joden worden in Amsterdam opgepakt, juni 1940

In tegenstelling tot de situatie in Duitsland, waarbij de helft van de 500.000 joden die daar in 1933 woonden nog konden emigreren/vluchten, werd vanuit het bezette Nederland emigratie maar zeer beperkt toegestaan. Duitse joden die naar Nederland waren gevlucht werden tijdens de bezetting dus opnieuw of alsnog vervolgd.

Een kleine duizend joden heeft legaal uit bezet Nederland kunnen emigreren, vooral in 1940 en 1941. Dit gebeurde meestal via het neutrale Spanje en Portugal, tegen forse betaling.[1]

1940
  • In september werd het aanstellen en bevorderen van joodse ambtenaren verboden.
  • In november werden alle joodse ambtenaren ontslagen. Aan de Universiteit Leiden protesteerde Rudolph Cleveringa hiertegen in een toespraak, en studenten door middel van een staking. Daarop sloten de Duitsers de universiteit. Deze werd in september 1945 heropend.
1941
  • In januari werd bepaald dat alle joden zich moesten laten registreren, ze werden niet meer toegelaten in bioscopen.
  • Vanaf mei mochten joden van sommige beroepsgroepen, waaronder artsen en advocaten, alleen nog diensten verlenen aan joodse klanten.
  • Vanaf 26 mei mochten joden niet meer in orkesten spelen.
  • Vanaf 31 mei mochten joden niet meer naar zwembaden en parken.
1942
  • Vanaf januari werden joodse werklozen als dwangarbeider tewerkgesteld in werkkampen. De jodenster werd verplicht vanaf mei 1942.
  • Vanaf 29 mei mochten de joden niet meer vissen.

Vernietigingskampen

De zeven vernietigingskampen waar slachtoffers en tegenstanders van het naziregime doelbewust werden omgebracht en/of onder zeer zware omstandigheden te werk gesteld werden, zijn:

Strikt genomen vallen de kampen Dachau (bij München) en Buchenwald (bij Weimar) niet onder deze categorie. Deze kampen worden concentratiekamp genoemd. Het kamp Natzweiler-Struthof in de Elzas was een concentratiekamp van de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog, ongeveer vijftig kilometer buiten Straatsburg bij de plaats Natzwiller (Duits: Natzweiler). Het was het enige Duitse concentratiekamp op Frans grondgebied.

Een vernietigingskamp is per definitie niet hetzelfde als een concentratiekamp. Zoals de naam het zegt is een concentratiekamp een werkkamp waar de Duitsers hun gevangenen concentreerden. De meeste doden vielen dan ook door zwaar werk en ondervoeding. Deze werkkampen kan men vergelijken met de zogenoemde "Goelag"-kampen in Siberië onder het tsarisme en de USSR.

Een vernietigingskamp is een kamp waarbij het doel vernietiging is, en waar vaak een groot deel van de gevangenen onmiddellijk na aankomst vermoord werd (meestal vergast met zyklon b in daarvoor bedoelde gaskamers). Deze kampen bevonden zich in het oosten van het "Reich" (in het huidige Polen met als belangrijkste Auschwitz) en werden met gevolg ook door de Russen bevrijd.

Naast de concentratie- en vernietigingskampen bestonden er ook nog de zogenoemde doorgangskampen. Vanuit deze doorgangskampen reed er elke week een trein naar de vernietigingskampen. In Nederland hebben verreweg de meeste mensen die naar de concentratie- en vernietigingskampen werden getransporteerd eerst verbleven in Kamp Westerbork. In België werd de oude bestaande Dossinkazerne te Mechelen als doorgangskamp aangewend. Deze kazerne is nu deels ingericht als "Joods Museum van Deportatie en Verzet". In het Franse kamp Drancy ten noorden van Parijs, werden tijdens de Tweede Wereldoorlog circa 65.000 joden vastgehouden, vooraleer ze naar het vernietigingskamp Auschwitz werden getransporteerd.

Het oude fort Breendonk bij Willebroek op 20 km ten zuiden van de stad Antwerpen valt eerder onder de categorie werkkamp. Er waren ook Belgische SS'ers als beulen aan het werk. Hier werden vooral politieke gevangenen als slaven aan het werk gezet, gemarteld en geëxecuteerd. Breendonk is als museum ingericht en staat nu ook open voor bezoek.

Toedracht

Waarom de nazi's overgingen tot het op grote schaal vermoorden van die joden, homoseksuelen, zigeuners, economisch nuttelozen en Slavische volkeren is nog steeds onduidelijk. Het debat hierover werd onder meer gevoerd door Daniel Jonah Goldhagen met zijn boek Hitlers Gewillige Beulen. Duidelijk is wel dat Adolf Hitlers felle antisemitisme de 'motor' was waarop het nazisme aan etnische zuivering of volkerenmoord deed.

Het besluit tot vernietiging van het Europese Jodendom (de zogenoemde Endlösung der Judenfrage ofwel de oplossing van het jodenvraagstuk) werd naar alle waarschijnlijkheid genomen in de tweede helft van 1941. Tijdens de Wannseeconferentie in een villa aan de Großer Wannsee nabij Berlijn in januari 1942 werd de logistieke uitvoering van het besluit besproken. Adolf Eichmann, een van de bekendste betrokkenen bij de Holocaust, was een van de aanwezigen.

Hermann Göring verklaarde tijdens het proces te Neurenberg (Nürnberg)(1945-46) dat 'de kampen ons uiteindelijk de strop zullen kosten'.

Houding t.o.v. de Holocaust

Verzet

Enkele personen die zich actief tegen de Holocaust hebben verzet:

In Italië weigerden de meeste legerbevelhebbers en politiebeambten de joden te vervolgen. Toen men in Denemarken de kleine joodse gemeenschap trachtte te vervolgen, werd deze beschermd en uiteindelijk tegen forse betaling naar Zweden getransporteerd. Finland, bondgenoot van Duitsland uit opportunistische overwegingen, weigerde de - weinige - Finse joden te vervolgen of uit te leveren. Japan beschermde de weinige joden die op Japans of bezet grondgebied waren. Toen de Duitsers de Bulgaarse joden sterren wilden laten dragen, ging de vrijwel de gehele bevolking deze dragen. Ook latere pogingen van de Duitsers en Bulgaarse antisemieten werden geblokkeerd.

De joden zelf zijn ook een aantal malen in opstand gekomen. In 1943 kwam het getto van Warschau in opstand. In Auschwitz bliezen in oktober 1944 joodse gevangenen een crematorium op met binnengesmokkelde explosieven. Bekend is ook de opstand van de joden in Sobibór.

Medewerking

Waar de Duitsers actief of passief verzet ontmoetten, vertraagde dit de vervolging. Medewerking van lokale autoriteiten was vereist om het proces van deportatie te laten slagen. Er was geen sprake van massaal verzet in Nederland, hoewel er bijvoorbeeld wel sprake was van de Februaristaking in Amsterdam en wijde omgeving op 25 en 26 februari 1941, gericht tegen de eerste strafdeportatie van 425 joodse jongemannen enkele dagen eerder. De bezetter kon gebruik maken van de door de Nederlandse regering bevolen medewerking van de Nederlandse ambtenaren evenals van de nauwkeurige bevolkingsregisters. Dit laatste gaf een preciezer inzicht in het aantal joden dan in andere landen. Aanvankelijk kwam er slechts sporadisch ambtenarenverzet voor. Ook Nederlandse politie- en spoorwegmensen werkten over het algemeen mee. Hetzelfde gold voor België en Frankrijk, terwijl in dat laatste land zelfs de Vichy-regering van het niet-bezette deel vrijwillig tot jodenvervolging overging.

Ruim 70% van de Nederlandse Joden overleefde hierdoor de oorlog niet. De precieze ambtenaren van de burgerlijke stand noteerden hen zelfs als "geëmigreerd". Een belangrijke factor die in dit verband meespeelde, kwam hierop neer dat Nederland tijdens de oorlogsjaren een "Zivilverwaltung" (een burgerlijk bestuur) had en geen "Militärverwaltung", zoals België tijdens het grootste deel van de bezetting. Daarnaast lag Nederland volgens de oud-hoofdaanklager van het Oorlogstribunaal in Neurenberg, Robert Kempner, ingesloten door bezet gebied wat de ontsnappingskansen verminderde, leefden de joden zeer geconcentreerd, vooral in Amsterdam, en had het systeem van vangpremies 'kopgeld' veel succes, terwijl er in Nederland in opdracht van SS-leider Reinhard Heydrich en Holocaust-organisator Adolf Eichmann door de Duitsers harder werd gewerkt aan de jodenvervolging dan in andere West-Europese landen, mogelijk omdat Nederland een plaats in het Groot-Germaanse Groot-Duitsland moest krijgen en daarom versneld 'Judenrein' moest worden. Nederland kreeg ook om die reden in de Duitse naoorlogse literatuur het predicaat 'het Polen van het Westen'[bron?].

Maarschalk Ion Antonescu van Roemenië was geen uitgesproken jodenhater. Antisemitische maatregelen werden in Walachije zeer sporadisch ingevoerd. In het verarmde Moldavië werkte de bevolking echter enthousiast mee aan de jodenvervolging. In de Baltische staten nam de bevolking wraak voor de steun van veel joden aan de Russische communistische bezetters. In zowel Roemenië als de Baltische Staten was men zich bovendien bewust van de grote aantallen joodse leden van de communistische partijen.

Op de Balkan waren de joden het slechtst af in Kroatië. Velen konden echter tijdens de eerste twee bezettingsmaanden ontsnappen, doordat de Kroaten zich eerst concentreerden op de uitroeiing en assimilatie van de Serviërs. Zij die bleven moesten echter lijden onder Kroatisch geweld, waarna ze met Duitse efficiëntie naar de kampen werden gestuurd.

Revisionisten en Holocaustontkenners

Sommige groepen, vaak als Holocaustontkenners (negationisten) aangeduid, ontkennen dat de Holocaust heeft plaatsgevonden.

Holocaustrevisionisten beweren dat het aantal joodse slachtoffers dat traditioneel wordt genoemd incorrect is. Zij zeggen dat veel minder dan zes miljoen joden werden gedood en dat de meeste slachtoffers zijn gevallen door verhongering en door uitgebroken ziektes zoals tyfus en cholera. Holocaustrevisionisten beweren ook dat (zowel mobiele als stationaire) gaskamers enkel gebruikt werden voor desinfectiedoeleinden.

Het ontkennen van de Holocaust is strafbaar in o.a. België, Duitsland, Frankrijk, Australië, Canada, Zwitserland en Israël. Vooral in de jaren tachtig zijn er zware straffen uitgedeeld aan mensen die openlijk hun twijfels uitten over de officiële Holocaustversie. In Nederland en België is het bagatelliseren, ontkennen of goedpraten van de Holocaust verboden.

Situatie in Nederland en België

Nederland

Holocaustmonument in Berlijn

Ruim honderdduizend Nederlandse joden werden omgebracht. Zij zijn allen met naam en geboortedatum bekend in de gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting in Den Haag, en in het boek In Memoriam, uitgegeven door SDU te Den Haag. De geschiedenis van de Nederlandse Holocaust werd ook al verscheidene malen beschreven. Het burgerlijke bestuur tijdens de oorlog zou de oorzaak zijn van het grote aantal joodse slachtoffers. Dat Nederland tijdens de oorlog met een burgerlijk bestuur opgezadeld zat, werd volgens Nanda van der Zee, veroorzaakt door de vlucht van Koningin Wilhelmina naar Londen.

België

Ongeveer 25 000 Belgische joden werden het slachtoffer. Het relatief kleine aantal was het gevolg van ten dele het Belgische verzet en het feit dat België een Militärverwaltung (een militair bestuur) had tijdens de Duitse bezetting. Pas in 1944 werd de administratie omgevormd in een Zivielverwaltung (burgerlijk bestuur). Het doorgangskamp, de Dossinkazerne waar de joden verzameld werden voordat zij op transport gezet werden naar de vernietigingskampen in Polen, bevond zich te Mechelen, halfweg tussen Antwerpen en Brussel, waar de meeste joden woonden.

Statistieken en archieven

Cijfers

Miljoenen joden zijn door de nazi's omgebracht. Naoorlogse schattingen belopen:

  • Polen: >2.350.000
  • Sovjet-Unie: >700.000
  • Hongarije: 440.000
  • Tsjecho-Slowakije: 233.000
  • Roemenië: >200.000
  • Duitsland: 160.000
  • Nederland: 101.800
  • Frankrijk: 60.000
  • Oostenrijk: 58.000
  • Griekenland: 57.000
  • Joegoslavië: 55.000 (waarvan 31.000 in Kroatië)
  • België: 25.000
  • Italië: 8500
  • Luxemburg: 3000
  • Noorwegen: 700

Het totaal aantal vermoorde joden wordt geschat op getallen tussen de vijf en de zes miljoen.

Archieven

De Duitsers hebben zelf archieven bijgehouden van de slachtoffers van de Holocaust. Onder andere het Nederlandse overzicht In memoriam (zie hierna) met de namen van 100.000 vermoorde joden is hierop gebaseerd.

In de Duitse stad Bad Arolsen bevindt zich een enorm archief (ongeveer 50 miljoen stukken). Dit destijds door de Duitsers zelf samengestelde archief bevat informatie over 17 miljoen slachtoffers, joden en dwangarbeiders uit Midden- en Oost-Europa. Dit archief is in de jaren 60 van de twintigste eeuw gebruikt door het Rode Kruis en was beschikbaar voor slachtoffers en hun familieleden. Het archief werd verder gesloten gehouden uit privacy-overwegingen, ook voor onderzoekers. Er was ook de Duitse vrees voor rechtsprocedures als de informatie vrijkomt. De mogelijkheid tot juridische stappen is ondertussen verjaard. In de loop van 2006 zal het archief opengesteld worden voor onderzoekers en voor het algemene publiek. Dit gebeurde na een eis van de New York Times.

Films

Het onderstaande alfabetische lijstje betreft slechts de meest bekende films. Een zeer uitgebreid overzicht is hier te vinden op de Engelstalige Wikipedia.

Bibliografie

Waarschuwing:
De volgende foto's zijn schokkend.
Dode lichamen in kamp Mauthausen-Gusen, Oostenrijk
Een truck volgeladen met lichamen in kamp Buchenwald

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  1. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 5: maart '41 - juli '42, tweede helft. Staatsuitgeverij, 's-Gravenhage, 1974, p. 964.