Landloper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Drie hobo's in 1929 in Chicago.

Een landloper is een persoon die geen beroep heeft en geen vaste verblijf-of woonplaats en/of bestaansmiddelen. Andere termen voor landloper zijn zwerver, clochard, vagebond en dakloze. Zwervers die vanaf het eind van de 19e eeuw stiekem op treinen in Noord-Amerika meereisden, worden hobo's genoemd.

Landlopers waren al in de middeleeuwen een bekend verschijnsel op het platteland. Vaak door armoede gedreven zwierven mensen rond op zoek naar werk, eten en onderdak. Vooral in de zomer was men bij veel boeren als werkkracht welkom. Sommige van die zwervende werkzoekers werden bekenden en kwamen jaarlijks op vaste tijden terug. Deze mensen werden in de gemeenschap geaccepteerd omdat ze als dagloner nuttig waren.

Landlopers en bedelaars waren meestal echter niet geliefd. Men was bang voor diefstal en ander crimineel gedrag. Hun aanwezigheid werd vooral in de 19e eeuw niet meer getolereerd en hun manier van leven kon op afkeuring rekenen van de gegoede burgerij. Daarom kwam er een wettelijk verbod en werden landlopers en zwervers geregeld opgepakt en weggejaagd. Soms kwamen ze in gevangenissen, werkkampen of inrichtingen terecht.

Nederland[bewerken]

In de eerste versie van het nationale Wetboek van Strafrecht dat in 1809 tot stand kwam werd landloperij als een misdrijf opgenomen, rondzwerven zonder aantoonbare middelen van bestaan werd strafbaar gesteld. De gedachte hierachter was, dat iemand die sterk genoeg was om rond te reizen, ook sterk genoeg was om te kunnen werken. Dat er vaak simpelweg geen werk was werd daarbij genegeerd. De landlopers die werden opgepakt, werden vaak 'tewerkgesteld' in het oosten van Nederland, waar ze in een soort strafkampen aan landontginning werkten. Een bekende inrichting voor landlopers was Esserheem in Veenhuizen. Later werd het evenals bedelarij strafbaar gesteld als een overtreding (art. 432-434 W.v.S.),

In de 20e eeuw nam het aantal veroordelingen sterk af: In 1904 werden 1920 mensen voor veroordeeld, in 1938 710 en in 1963 nog maar 27.[1] In 2000 werd landloperij in Nederland uit het Wetboek van Strafrecht geschrapt. Op de BES-eilanden was en is landloperij evenals bedelarij nog steeds een overtreding (art. 451-453 Wetboek van Strafrecht BES).

België[bewerken]

In België werd de opsluiting van landlopers voorzien door de wet van 27 november 1891. Deze maatregel werd in 1993, door de wet van 12 januari, opgeheven. Tot op dat ogenblik konden landlopers, bedelaars en souteneurs van hun vrijheid beroofd worden en opgesloten worden in speciale open gevangenissen zoals deze van Merksplas of Wortel.

Bekende landlopers[bewerken]

  • Diogenes van Sinope, Oud-Grieks filosoof die uit vrije wil als een arme dakloze leefde.
  • Hadt-je-me-maar, een Nederlandse zwerver die in 1921 tijdens de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen werd verkozen.
  • Joe Hill, Amerikaans folkzanger die als zwerver rondtrok.
  • Imro van Hetten, Nederlands thaibokser uit Utrecht die als dakloze leeft.
  • Pööke, Nederlands dorpsfiguur uit Puiflijk die vereeuwigd werd in een standbeeld.
  • Toon Van Els, alias "Tôntje d"n dwerg", die in de omgeving van Oploo, Nederland rondzwierf.
  • Gerard Leeflang, Nederlander die jarenlang als zwerver rondtrok en hier later een journalistiek verslag rond uitbracht.
  • François Villon, Frans dichter en crimineel die overal rondzwierf.
  • Zie ook: Wolfskinderen.

Bekende fictieve landlopers[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "Landloperij", Grote Winkler Prins, 7e druk, deel 11, p. 571.