François Villon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Niet te verwarren met de Franse politicus François Fillon.
Beeld van François Villon (in Utrecht door Marius van Beek)

François Villon (Parijs (?), 1431 - in of na 1463) was een Franse dichter, dief en vagebond. Villon is de beroemdste Franse dichter van de late middeleeuwen. Hij was de schrijver van onder andere La Ballade des pendus (De ballade der gehangenen).

De werkelijke naam van Villon is zeer waarschijnlijk François de Montcorbier, ook bekend als François Des Loges. De naam "Villon" heeft hij waarschijnlijk overgenomen van zijn voogd, Guillaume de Villon, die Villon in huis nam nadat zijn moeder na het overlijden van zijn vader hem aan diens zorgen overliet. Guillaume de Villon was kapelaan van Saint-Benoit-le-Bestourne een kerk in het Quartier Latin en docent canoniek recht. Villon studeerde aan de Universiteit van Parijs (kunsten/letteren). Hij studeerde af in 1452 en werd waarschijnlijk klerk op een notariskantoor.

In 1455 ontvluchtte Villon Parijs toen hij op het amoreuze pad een concurrent had verwond, een priester, die de volgende dag stierf. Villon verkreeg gratie, maar pleegde rond Kerstmis 1456 een inbraak in het College van Navarra. Opnieuw verliet Villon Parijs.

Rond 1460 was hij in dienst van Charles d'Orléans; vanwege een diefstal uit de kathedraal kwam hij in de kerker terecht van het bisschoppelijk paleis in Meung-sur-Loire. Lodewijk XI van Frankrijk verleende hem gratie. In 1462 was hij terug in Parijs maar na allerlei verwikkelingen werd hij uit de stad verbannen.

De bekendste werken van Villon zijn zijn grotendeels autobiografische Testaments en zijn Ballade des Pendus, die hij schreef terwijl hij in de gevangenis zat. Zijn dichtregel "Mais où sont les neiges d'antan?" (maar waar is de sneeuw van weleer?) wordt nog steeds veel geciteerd, over de hele wereld. Deze zin wordt met name gebruikt om weemoed of melancholie aan te duiden. Het citaat is bijvoorbeeld te vinden in de roman 'Eva' van Carry van Bruggen.

In 1462 schreef Villon het volgende over zichzelf, als grafschrift toen hij werd veroordeeld:

Quatrain

Je suis Françoys, dont il me poise
Né de Paris emprès Pontoise,
Et de la corde d'une toise
Sçaura mon col que mon cul poise.

De letterlijke vertaling van dit kwatrijn luidt:

Kwatrijn
Ik ben François, wat me bedrukt,
Geboren in Parijs bij Pontoise,
En door het touw van een el lang
zal mijn hals het gewicht van mijn achterste te weten komen.

Zijn gedichten worden nog steeds, al dan niet vertaald, ten gehore gebracht. In 1965 ontving Ernst van Altena de Martinus Nijhoffprijs voor zijn vertaling van het complete werk van Villon.

Uitgaven in Nederland[bewerken]

Bekende Nederlandse uitgaven van zijn werk zijn:

  • Œuvres de François Villon. Le lais, le testament et ses ballades door Jean François van Royen op zijn Kunera Pers (1926)
  • Les oeuvres de Françoys Villon. Les lais. Le testament. Poésies diverses. Le jargon door Sander Stols (1929 en 1942²)
  • Les œvres de Françoys Villon door Sander Stols (1941)
  • Les oeuvres de Françoys Villon. Les lais. Le testament. Poésies diverses. Le jargon door August Aimé Balkema (1945)

Literatuur[bewerken]

Vertalingen

  • «Ik ben François wiens naam zo bont is...» Balladen van François Villon vertaald door Ernst van Altena
  • Cock, W. De: "Françoys Villon, 1431 - 1463..." [vertaling gebaseerd op Les oeuvres de Françoys Villon (1950). Texte établi par A. Lognon, revu et publié par L. Foulet]; 1998; uitgeverij Davidsfonds; Leuven

Studies

  • Pierre Champion, François Villon, sa vie et son temps, 2 delen, Paris, Champion 1933
  • Italo Siciliano, François Villon et les thèmes poétiques du moyen âge, 1934.
  • Maas, P.M., "François Villon: rover, moordenaar en dichter", Utrecht/Antwerpen, Spectrum (Prisma-Boeken 629), 1961
  • Jean Dufournet, Recherches sur le Testament de François Villon, 2 delen, 2e ed. Paris, SEDES, 1971-1973
  • Jean Dufournet, Nouvelles recherches sur Villon, Paris, Champion, 1980
  • Jean Dufournet, Dernières recherches sur Villon, Paris, Champion, 2008
  • Jean Favier: "François Villon", Parijs, Fayard, 1982
  • Jelle Koopmans & Paul Verhuyck, Sermon joyeux et Truanderie, Villon-Nemo-Ulespiègle, Amsterdam, Rodopi, 1987. Het deel over Villon, "Villon et le sermon joyeux de saint Belin" staat ook op www.paulverhuyck.com
  • Paul Verhuyck, “Villon et les neiges d'antan”, in Villon hier et aujourd'hui. Actes du Colloque pour le cinq-centième anniversaire de l'impression du Testament de Villon, Bibliothèque historique de la Ville de Paris, 15-17 décembre 1989. Réunis et publiés par Jean Dérens, Jean Dufournet et Michael Freeman, Paris, Bibliothèque historique de la Ville de Paris, 1993, pp. 177-189. Dit artikel staat ook op www.paulverhuyck.com
  • Freeman, M., Taylor, H.J.M: Villon at Oxford, The Drama of the Text, Amsterdam-Atlanta, Rodopi, 1999.

Bibliografieën

  • Peckham, R.D., François Villon. A Bibliogaphy, New York 1990 (Peckham werkt deze bibliografie regelmatig bij op het www-adres van zijn Société François Villon: in 2004 waren er al 20 delen bijgekomen).
  • Sturm, R., François Villon. Bibliographie und Materialen 1489-1988, 2 delen, München-London-New York-Paris, K.G. Saur, 1990

Enkele romans over Villon:

  • Boni, A: "Een provo genaamd François Villon"; 1970; uitgeverij Brito; Antwerpen
  • Boni, A: "François Villon, De Feniks en zijn as"; 1983; uitgeverij Infodok; Leuven
  • Erskine, J: "Het korte uur van François Villon"; uitgeverij Prisma Boeken

Muziektheater

  • Edward Ferdinand: 'Dichters'(2005), over de levens van François Villon en Charles d'Orléans.