Kamp Amersfoort
| Kamp Amersfoort | ||
| Ingebruikname | 18 augustus 1941 | |
| Bevrijding | 19 april 1945 | |
| Locatie | Amersfoort | |
| Verantwoordelijk land | Nazi-Duitsland | |
| Beheerder | SS SD |
|
| Gevangenen | 35.000[1] | |
| Dodental | 650 | |
| Kamp Amersfoort | ||
Kamp Amersfoort (Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort; PDA) was in de Tweede Wereldoorlog één van de concentratiekampen in Nederland.
Inhoud |
[bewerken] Voor de oorlog
Het kamp, gelegen in Leusden aan de zuidrand van Amersfoort, werd in 1939 in gebruik genomen als kazernecomplex voor Nederlandse gemobiliseerde militairen, die werden ingezet bij de aanleg en verbetering van de Grebbelinie, en de verdedigingswerken rond Amersfoort.
[bewerken] Durchgangslager
Vanaf 1941 deed het voor de Duitse bezetters dienst als Polizeiliches Durchgangslager & Erweitertes Polizeigefängnis (kortweg: Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (PDA)). Het was een transit-kamp voor uitzending naar Duitsland, maar het voldeed zeker ook aan de criteria voor werkkamp of strafkamp. Op 18 augustus 1941 kwamen de eerste gevangenen, een groep van bijna 200 communisten, uit kamp Schoorl. Het waren overigens niet alleen politieke tegenstanders van het naziregime die gedurende de oorlogsjaren in het PDL terechtkwamen. De grootste groep bestond uit opgepakte onderduikers, meestal jongens en mannen die aan de Arbeitseinsatz hadden willen ontkomen en nu in Amersfoort werden 'voorbereid' op tewerkstelling in Duitsland. Ook mensen die zich aan economische vergrijpen hadden schuldig gemaakt, zoals zwarthandelaren en sluikslachters, kwamen in het kamp terecht.
Het kamp stond onder commando van SS-Obersturmführer Walter Heinrich. Andere bewakers uit het kamp waren onder meer Johann Friedrich Stöver, Karl Peter Berg, Joseph Kotälla, Willy Engbrocks, Willem van der Neut, Berend Johan Westerveld, Max Ritter en Wilhelm Hoybrock.
Amersfoort was een berucht kamp. Kampbeulen als de SS'er Kotälla maakten er de dienst uit, en werden door niets in hun wreedheid beperkt. Er bestond verder het gebruikelijke systeem van kapo's - gevangenen die leiding gaven aan andere gevangenen, maar vaak wreed optraden. De gevangenen moesten vaak zwaar werk verrichten, zoals het zogenaamde 'boscommando': het rooien en hakken van bomen. De verstrekte voeding was onvoldoende om de nodige energie voor zulk werk uit te halen.
[bewerken] Bevolking
In het kamp verbleven in de jaren 1941-1945 ruim 35.000 gevangenen. Daarvan werden ca. 14.000 doorgestuurd naar (meestal Duitse) werkkampen, en werden ca. 5.000 overgebracht naar andere kampen. Ruim 15.000 gevangenen zijn vrijgelaten, gevlucht, geëxecuteerd of van ontberingen omgekomen. In totaal overleden 650 mensen door Duits geweld.
Onder de gevangenen waren onder anderen:
- Floris Bakels
- Titus Brandsma
- Pim Boellaard
- Gilles Pieter Duuring
- Wim Eggink
- Dirk Willem Folmer
- Henk Henriët
- Jan Herder
- Piet Jongeling
- Gerrit Kleinveld (die in 1943 wist te ontsnappen, wat verbeeld werd in de film De Bunker)
- Max Kohnstamm
- Abraham Menist (gefusilleerd)
- Henri Pieck
- Poncke Princen
- Monne de Miranda (in het kamp vermoord door medegevangenen)
- E. Roest, later vice-admiraal
- Johan Scheps
- Jan Schouten
- Henk Sneevliet (geëxecuteerd)
- Theun de Vries
- Mom Wellenstein
- Eugeen Yoors
In 1943 werd de bevolking van het kamp nagenoeg geheel overgebracht naar Kamp Vught. Dit om een verbouwing en vergroting van kamp Amersfoort mogelijk te maken.
[bewerken] Sovjet-krijgsgevangenen
In april 1942 zijn er 100 Sovjet-krijgsgevangenen op een gruwelijke wijze om het leven gekomen. Eerst werden zij uitgehongerd, waarna ze onder aanschouwing van buitenstaanders stukken brood toegeworpen kregen in de hoop dat ze er om zouden vechten en zo een indruk van wilde Untermenschen zouden maken. De soldaten verzamelden het voedsel echter en verdeelden het rustig. Hierna werden ze op een beestachtige wijze mishandeld, waarbij 23 doden vielen, waarna de rest gefusilleerd werd.
[bewerken] Nederlandse slachtoffers
Er zijn in Kamp Amersfoort minstens 468 Nederlanders en Nederlandse ingezetenen om het leven gekomen. Zij werden gefusilleerd of kwamen door mishandelingen of ontberingen om het leven. In totaal stierven er 650 mensen door Duits geweld in Kamp Amersfoort.
[bewerken] Represailles 8 maart 1945
Op 8 maart 1945 vond de grootste massafusillade uit de oorlogsjaren in Nederland plaats, als represaillemaatregelen na een mislukte (en onbedoelde) aanslag op Rauter. Landelijk werden honderden gevangen doodgeschoten. In Kamp Amersfoort werden 49 Todeskandidaten aan het einde van de schietbaan geëxecuteerd. Deze executie is na afloop van de oorlog door Kotälla beschreven.[2]
[bewerken] Na de oorlog
Op 19 april 1945 werd het kamp door SS-Brigadeführer en Generalmajor der Polizei Schöngarth (als waarnemer van Rauter) overgedragen aan Loes van Overeem van het Rode Kruis. Er waren toen nog een kleine 500 gevangenen in het kamp. Op 5 mei 1945 werden de overlevenden voorzien van een Rode Kruis-paspoort, en mochten zij het kamp verlaten. Daarna werden NSB-ers, collaborateurs en enkele SS'ers geïnterneerd in het Bewarings- en verblijfskamp Laan 1914, zoals het toen werd omgedoopt.
Op 12 augustus 1946 werd het kamp overgedragen aan het Departement van Oorlog, om weer als legerkamp in gebruik te worden genomen.
[bewerken] Nationaal Monument
De totstandkoming van het huidig monument kostte veel moeite. In 1995 werd de huidige gedenkplaats aangelegd. Sinds 2000 is het kamp een officieel nationaal monument dat door de regering gefinancierd wordt. Het voormalige terrein van het kamp is voor het grootste deel sinds de jaren 80 weer bij de overheid in gebruik als politieopleidingsinstituut, een situatie die nog wel tot felle kritiek heeft geleid omdat veel politiemensen tijdens de oorlog zwaar collaboreerden met de Duitsers. Vanuit het kamp is het instituut anno 2010 volledig te zien.
Op 28 maart 2000 werd de Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort opgericht. Het initiatief was afkomstig van oud-gevangene Gerrit Kleinveld en vertegenwoordiger van de tweede generatie Cees Biezeveld, ondersteund door de eerste voorzitter, ir M. van Hoogevest.
De stichting heeft als doel:
- het terrein van het voormalig Kamp Amersfoort (het PDA) handhaven voor de herinnering, herdenking en bezinning,
- het in stand houden van de herinnering aan alle gevangenen, in wisselwerking met de buitenwereld.
- informeren over de historische en actuele betekenis van het voormalige kamp.
Op het kampterrein werd na de oorlog vrijwel alles gesloopt dat nog van het kamp over was, de laatste barak in 1975. Eind jaren 80 ontstond een gedenkplaats die vanaf juli 2001 tot april 2002 zijn definitieve vorm kreeg, maar op ongeveer eentiende van het terrein van het oorspronkelijke kamp. Er is een ontvangstgebouw opgericht met daarin een permanente expositie. Eén 'bunker' (stenen gevangenis) uit de oorlog staat er nog, evenals één wachttoren. Een aantal andere overblijfselen zoals de kampklok, enkele monumenten en reconstructies zijn hier nadien geplaatst. Aan de overkant van de weg is gelegen de schietbaan, waar veel executies plaatsvonden en die door gevangene gegraven is. Aan het eind staat daar nu het standbeeld 'De stenen man'. Deze schietbaan is 24 uur per dag, het gehele jaar, geopend.
Daar worden op de jaarlijkse herdenking van de bevrijding van het kamp, 19 april, bloemen gelegd. Sinds enkele jaren doet ook de Duitse ambassadeur dat, en er neemt altijd een officiële Russische vertegenwoordiger deel aan de herdenking. In 2010, bij het 65-jarig jubileum, kwamen 1100 mensen naar de herdenking, onder wie ongeveer 40 overlevende ex-gevangenen. Daarnaast zijn er herdenkingen op 4 en 5 mei.
In 2007 werd de laan waaraan het kamp ligt, omgedoopt in 'Loes van Overeemlaan'.
[bewerken] Fotogalerij
-
Bevrijding van het kamp; drie Nederlandse officieren achter het prikkeldraad. Foto door Willem van de Poll
[bewerken] Externe link
| Referenties |
| Zie de categorie Kamp Amersfoort van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |