Dachau (concentratiekamp)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Concentratiekamp Dachau
Dachau (concentratiekamp)
Dachau (concentratiekamp)
Ingebruikname 21 maart 1933
Bevrijding 29 april 1945
Locatie Dachau
Verantwoordelijk land Nazi-Duitsland
Beheerder SS
Gevangenen 206.000
Dodental 25.613
Hek bij Dachau
Hek bij Dachau

Het concentratiekamp Dachau was het eerste grootschalig opgezette concentratiekamp in nazi-Duitsland. Het kamp werd gebouwd in de nabijheid van de Zuid-Duitse stad Dachau (bij München).

Het kamp lag ongeveer 20 km ten noordwesten van München, de hoofdstad van de nazibeweging. Het eerste concentratiekamp van de SS werd door Heinrich Himmler, leider van de SS (Reichsführer) en politiechef van München, opgericht op het terrein van een voormalige munitiefabriek ten oosten van de stad Dachau. Het was in gebruik van 22 maart 1933 tot aan de bevrijding door Amerikaanse troepen op 29 april 1945. Het concentratiekamp Dachau was het enige kamp dat tijdens de twaalfjarige heerschappij van de nazi’s voortdurend in gebruik was. Het ontwikkelde zich als prototype voor nieuwe concentratiekampen en nam meerdere speciale posities in.

Het concentratiekamp was de eerste plaats in het Duitse Rijk, waar een SS-commandant de absolute jurisdictie toebedeeld kreeg en het normale recht met succes buiten werking werd gezet. De SS schiep "een staat binnen een staat" waarin ze politieke tegenstanders vasthield, onderdrukte, martelde en vermoordde. Na de liquidatie van de SA liet Himmler het concentratiekamp vergroten door de bouw van een nieuwe gevangenis, die aan de voormalige munitiefabriek grensde. De organisatie en ruimtelijke structuur diende later als voorbeeld voor de opbouw van nieuwe concentratiekampen. Het nazi-regime presenteerde het als een voorbeeldkamp en als afschrikking voor politieke andersdenkenden. Dachau was oefenterrein voor SS-bewakers en SS-leidinggevenden die later onder andere in de vernietigingskampen ingezet werden. Het kamp Dachau was geen vernietigingskamp, maar toch vonden in geen enkel ander concentratiekamp zoveel politieke moorden plaats. Van de 206.000 personen die er gevangen hebben gezeten stierven er zeker 25.613.

Tegenwoordig bevindt zich op dit terrein het Dachau Herinneringscentrum, dat jaarlijks door circa 800.000 mensen uit de hele wereld bezocht wordt.

Oprichting[bewerken]

Sinds de machtsovername van Adolf Hitler op 30 januari 1933, waren er door heel Duitsland meerdere wilde kampen geopend. De Sturmabteilung (SA) en de Schutzstaffel (SS) waren daarvan de voornaamste bewakers en beheerders. Deze kampen waren vooral bedoeld om politieke gevangenen in op te sluiten. De meeste kampen hadden slechts een capaciteit van enkele tientallen mensen en waren voornamelijk bedoeld als tijdelijk onderkomen. Daags na de Rijksdagbrand op 27 februari 1933 werden alle burgerrechten opgeschort en werd Schutzhaft (letterlijk: beschermende hechtenis) toegepast.[1] Dit hield in dat iedereen die mogelijk een bedreiging van de staat vormde kon worden opgepakt. De wilde kampen waren vaak chaotisch georganiseerd en daarom besloot men om in Beieren alle wilde kampen te sluiten en één groot, centraal concentratiekamp te bouwen in Dachau.

De opzet van concentratiekamp Dachau was daarentegen anders. Dachau werd professioneel aangepakt en moest een capaciteit krijgen van vijfduizend personen. Bovendien was het kamp bedoeld voor de langere termijn. Echter, de reden bleef hetzelfde: het interneren van politieke gevangenen om zo het voortbestaan van het nationaalsocialisme te garanderen.

Op 20 maart 1933 kondigde Himmler de oprichting van Dachau publiekelijk aan.[2] Dachau werd gebouwd in een overtollige kruitfabriek en was op 21 maart 1933 klaar.[2] Het was het eerste officiële concentratiekamp en vormde daarmee een prototype voor latere kampen.

Het kamp had twee sectoren: het concentratiekamp en het crematorium. Het kamp zelf bestond uit 32 barakken en de binnenplaats tussen de gevangenis en de centrale keuken werd gebruikt als executieplaats. Het kamp was omgeven door hekwerk met prikkeldraad, een gracht en een muur met zeven wachttorens.[3]

Gevangenen[bewerken]

In eerste instantie werden in Dachau politieke tegenstanders van Hitler gevangengezet, zoals communisten en sociaaldemocraten. Al direct in het eerste jaar kwamen tientallen politieke gevangenen om het leven. In de loop der tijd werd de bevolking van het kamp meer divers; in het kamp werden nu ook Roma, homoseksuelen, misdadigers, verzetsstrijders en vooral Joden opgesloten. Opvallend was ook het grote aantal gevangenen dat vanwege religieuze betrokkenheid werd vastgezet.

Religieuzen[bewerken]

Dachau was het kamp waar de meeste christenen werden gedetineerd. Volgens richtlijnen van Himmler werd Dachau het centrale priesterkamp. Geestelijken uit heel Europa werden in Dachau samengebracht en bewoonden gezamenlijk een apart deel van het kamp. Deze religieuzen werden opgepakt vanwege hun verzet tegen het naziregime. Volgens archieven van de rooms-katholieke kerk werden minstens 3000 diakenen, priesters en bisschoppen in het kamp gevangengehouden, in werkelijkheid waarschijnlijk aanzienlijk meer. Onder de gevangenen bevonden zich onder andere Titus Brandsma (katholiek priester uit Nederland, zalig verklaard in 1985), Karl Leisner (eveneens een katholiek priester, zaligverklaard in 1966), François Questiaux een Belgisch kanunnik en Martin Niemöller, een protestants theoloog en verzetsleider.
Ook veel Jehova's getuigen werden naar dit kamp gedeporteerd.

Gevangenen in Dachau bij de bevrijding

Joden[bewerken]

Na de annexatie van Oostenrijk door het 'Duitse Rijk' op 12 maart 1938 werden de Oostenrijkse Joden naar Dachau getransporteerd, dit gebeurde vanaf de zomer van 1938. Op 1 oktober 1938 neemt Hitler Sudetenland in, een grensgebied tussen Duitsland en Tsjechië. Ook hier worden de Joden, maar ook verzetsstrijders en communisten - opgepakt en afgevoerd naar Dachau. Dit patroon zou zich voortzetten binnen elk land dat de Duitsers in de volgende jaren annexeerden, bezetten of veroverden. Vele honderden Nederlanders zaten aldus in Dachau gevangen, meestal afkomstig uit de Joodse gemeenschap en communistische verzet.

Dwangarbeid[bewerken]

De ingang van het Concentratiekamp KZ Dachau (dit is het originele gebouw, gefotografeerd in 2005)

De meeste gevangenen in Dachau werden ingezet als dwangarbeider. Dachau leverde arbeidskrachten aan 197 firma's, vooral in de wapenindustrie. Gerenommeerde bedrijven als BMW en Messerschmitt maakten gebruik van deze goedkope krachten. Veel dwangarbeiders stierven door honger en uitputting.

Medische experimenten[bewerken]

Net als in andere concentratiekampen werden ook in Dachau medische experimenten uitgevoerd. Himmler stelde in 1942 vast dat er een onbeperkt aantal gevangenen voor de experimenten beschikbaar waren gesteld.[bron?] De medische experimenten stonden onder leiding van SS-arts Claus Schilling. Schilling is na de oorlog berecht en ter dood veroordeeld door ophanging.[4]

Luchtdrukverschillen[bewerken]

Op 22 februari 1942 begonnen de Duitsers aan een serie experimenten met betrekking tot luchtdrukverschillen. Aanleiding hiervan was dat Duitse vliegers problemen ondervonden bij het vliegen op grote hoogte.[4] Het onderzoekslaboratorium van de Luftwaffe liet een decompressiekamer in Dachau installeren. Hierin kon men exact dezelfde omstandigheden nabootsen, die de vliegers op grote hoogte ondervonden.

Men onderzocht hoe het menselijk lichaam reageerde bij een snelle stijging naar meer dan twintig kilometer hoogte en bij een plotselinge val van die hoogte. SS-arts Sigmund Rascher had de leiding over dit project waar meer dan tweehonderd gevangenen aan deelnamen. Zeventig tot tachtig gevangenen overleefden de experimenten niet.[5]

Malaria[bewerken]

Op 23 februari 1942 begon Claus Schilling met zijn onderzoek naar een medicijn voor de tropische ziekte malaria. Aan dit experiment deden 1100 gevangenen mee.[5] De gevangenen werden blootgesteld aan malaria. Hierna probeerde Schilling diverse methodes uit om de ziekte te bestrijden. Hij ging door met de experimenten tot 5 april 1945.[5]

Indien gevangenen ernstig ziek waren geworden en dreigden te sterven aan de gevolgen van malaria, werden ze naar een andere afdeling van het Revier (ziekenafdeling) overgebracht. Bij het overlijden aldaar, werd nooit de doodsoorzaak malaria opgegeven.[4]

Onderkoeling[bewerken]

Op 15 augustus 1942 begonnen de Duitsers ook met experimenten die betrekking hadden op de onderkoeling van het menselijk lichaam. Ernst Holzlöhner, Erich Finke en Sigmund Rascher waren aangewezen om te onderzoeken hoe ze onderkoelde piloten langer in leven konden laten. Het kwam in die tijd regelmatig voor dat Duitse piloten in zee waren gevallen en nadat ze uit het water werden gered alsnog om het leven kwamen als gevolg van onderkoeling.

De experimenten werden uitgevoerd in een speciaal hiervoor geïnstalleerd waterbassin. Dit bassin, van twee bij drie meter en anderhalve meter diep, werd gevuld met ijskoud water. De gevangenen werden in dit bassin geplaatst en na een bepaalde tijd werden ze uit het water gehaald. Hierna begon de voor de Duitsers interessante fase van het project: het vinden van de juiste wijze van opwarmen. De meest effectieve manier van opwarmen bleek een bad te zijn van 38 graden Celsius.[4] Aan dit experiment deden ongeveer driehonderd gevangenen mee, waarvan er tussen de tachtig en negentig om het leven zijn gekomen.[4]

SS-arts Rascher ging nog een stap verder in dit proces. Nadat het besluit was gevallen om, vanwege gebrek aan resultaat, te stoppen met deze experimenten, ging hij toch verder. Tot aan mei 1943 probeerde hij te onderzoeken of schotwonden van invloed waren op de overlevingskansen bij onderkoeling. De SS nam de arts vanwege zijn wangedrag later gevangen.[4]

Overige proeven[bewerken]

Naast deze drie voornaamste proeven, zijn er in Dachau nog meer experimenten met gevangenen uitgevoerd. Veel experimenten stonden in dienst van de Luftwaffe; zo werd onderzocht hoelang een mens buiten zuurstof kon en hoeveel g-krachten iemand kon verdragen. Ook het drinkbaar maken van zeewater behoorde tot de experimenten.

Over de resultaten van deze proeven is weinig bekend. Eveneens is het onduidelijk hoeveel gevangenen hebben moeten deelnemen aan deze experimenten. Het is dan ook lastig in te schatten hoeveel slachtoffers zijn gemaakt tijdens deze experimenten. Wel bekend is dat velen de experimenten niet overleefden, terwijl de meeste overlevenden blijvend invalide werden.

Vrouwenkamp[bewerken]

In 1944 werd een vrouwenkamp aan het complex toegevoegd en werden vrouwen uit Auschwitz naar Dachau overgebracht. Van de vrouwelijke bewakers werd vooral Eleonore Fanny Baur genoemd als uitzonderlijk wreed.

Bevrijding[bewerken]

SS'ers in Dachau geëxecuteerd door de geallieerden op 29 april 1945

In de dagen voorafgaand aan de bevrijding arriveerden in Dachau gevangenentransporten uit andere concentratiekampen. De meeste mensen verkeerden in een erbarmelijke toestand van uitputting en ondervoeding. Op 26 april 1945 startte vanuit Dachau een beruchte dodenmars. Groepsgewijs werden rond de zevenduizend gevangenen meegenomen uit het hoofdkamp en de buitencommando's op een lange voettocht. Onderweg werden velen doodgeschoten door SS'ers; daarnaast stierven talloze gevangenen door ondervoeding, kou of uitputting.

De laatste Lagerälteste was Oskar Müller, een latere minister in Hessen. Müller vreesde een massamoord op de overgebleven gevangenen, en stuurde daarom twee gevangenen erop uit om contact te leggen met de Amerikanen, met het verzoek het kamp te bevrijden. Op 29 april 1945 bereikten de geallieerden het kampterrein. Daar stuitten de Amerikanen op een goederentrein met een evacuatietransport uit Buchenwald. In de open wagons lagen tweeduizend lijken. Bij het crematorium troffen de soldaten nog eens drieduizend lijken aan. De soldaten waren zo onder de indruk van hetgeen ze in Dachau aantroffen dat ze de achtergebleven kampwachten executeerden. Later zouden ze inwoners van het stadje Dachau dwingen om het kamp te bezoeken. De inwoners beweerden niets geweten te hebben van hetgeen zich in het kamp afspeelde en waren diep onder de indruk.

De nog aanwezige 32.000 gevangenen werden door de Amerikanen bevrijd. Onder hen bevond zich Alexander von Falkenhausen, die verdacht was van betrokkenheid bij de bomaanslag op Adolf Hitler, maar bij gebrek aan bewijs was opgesloten. Hij werd in verschillende gevangenissen vastgehouden, tot hij in 1948 werd uitgeleverd aan België, verdacht van anti-joodse maatregelen uitgevaardigd in zijn hoedanigheid van militair bevelhebber in België. Hier werd hem 12 jaar dwangarbeid opgelegd, maar na drie weken werd hij al vrijgelaten en over de grens gezet.[6][7]

Na de oorlog werd onder andere Generaloberst Johannes Blaskowitz in Dachau opgesloten.

Slachtoffers[bewerken]

Het kamp beschikte over een gaskamer voor het ontluizen van kledingstukken. Deze gaskamer is voor zover bekend nooit gebruikt voor het systematisch ombrengen van mensen. De ten dode opgeschreven gevangenen werden op transport gesteld naar andere vernietigingskampen. Het kamp beschikte wel over één en later twee crematoria.

In de jaren 1933 tot 1945 werden in totaal 206.200 mensen uit dertig landen in Dachau gedetineerd. Het dodental van Dachau bedraagt 25 613 in het hoofdkamp en nog eens 10.000 in de subkampen.[8]

Gasovens in Dachau
Gasovens in Dachau

Bekende gevangenen[bewerken]

Na de oorlog[bewerken]

Dachau is nu een museum en gedenkplaats. Het museum is in 2005 gerenoveerd. Het terrein geeft een goede indruk van hetgeen zich in Dachau heeft afgespeeld. Met de renovatie is de oorspronkelijke toegangspoort met de tekst “Arbeit macht Frei” weer in gebruik genomen. Dachau Herinneringscentrum is vrij toegankelijk en dagelijks geopend, behalve op maandag. Elk jaar vindt er begin mei een internationale herdenkingsceremonie plaats.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Dachau
Dachau
Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

  • Van denk Hoek, K.A., Tweede Wereldoorlog: De Verschrikkingen van het Nazi-systeem, Rotterdam, Lekturama, 1978.
  • Paape A.H. en anderen (1970-1975) Bericht van de Tweede Wereldoorlog, deel 9 Amsterdam: Boek BV.
  • Willem Harthoorn: Verboden te sterven (1963, 2007) ISBN 978-90-75879-37-7.
  • Documentaire Dachau & Sachsenhausen: A Record of the Nazi Atrocities 1933-1945 (dvd).

Referenties

  1. Paape, A.H., Bericht van de Tweede Wereldoorlog, deel 9, Amsterdam, Uitgeverij Amsterdam Boek, 1970-1975, pag. 1376
  2. a b Paape, A.H., Bericht van de Tweede Wereldoorlog, deel 9, Amsterdam, Uitgeverij Amsterdam Boek, 1970-1975, pag. 1379
  3. United States Holocaust Memorial Museum
  4. a b c d e f Dachau.nl - Medische experimenten
  5. a b c Bayerische Landeszentrale für politische Bildungsarbeit: Chronik des Konzentrationslagers Dachau
  6. Alexander Ernst von Falkenhausen (1878-1966) op de website Absolute Facts
  7. Falkenhausen, Alexander von, De militaire bevelhebber van België en Noord-Frankrijk op de website Go2War2
  8. Stanislav Zámečník, "That Was Dachau 1933 - 1945", pag. 377 en 379