Theresienstadt (concentratiekamp)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Concentratiekamp Theresienstadt
Theresienstadt (concentratiekamp)
Theresienstadt (concentratiekamp)
Ingebruikname 24 november 1941[1]
Bevrijding 9 mei 1945[1]
Locatie Terezín
Verantwoordelijk land nazi-Duitsland
Coördinaten 50° 31′ NB, 14° 9′ OL
Beheerder SS
Gevangenen 139.667[2]
Dodental 33818[3]
Toegangspoort tot een deel van de verblijven van de gevangenen
Toegangspoort tot een deel van de verblijven van de gevangenen

Theresienstadt (Duits) of Terezín (Tsjechisch) is de naam van een fort binnen de Tsjechische vestingstad Theresienstadt. Het fort, waar het voormalige concentratiekamp van Theresienstadt ligt, heet "Kleine Vesting", de stad zelf noemt men "Grote Vesting".

Bouw van het fort en gebruik[bewerken]

De vestingstad en het fort (zogenaamd 'Kleine Fort') werden in de 18e eeuw gebouwd in opdracht van het Oostenrijk-Hongaarse rijk en genoemd naar keizerin Maria Theresia. Zowel de rivier de Elbe als de Eger stromen nabij het fort. De bouw startte in 1780 en duurde tot 1790; uiteindelijk besloeg het fort een oppervlakte van 3,89 km². Het is ontworpen in de stijl van Sébastien Le Prestre de Vauban en er waren ongeveer 5600 soldaten gestationeerd. Terezín werd tijdens oorlogen niet gebruikt. In de laatste helft van de 19e eeuw diende het fort als een gevangenis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed het fort dienst als krijgsgevangenenkamp, waar ook de moordenaar van Frans Ferdinand, Gavrilo Princip tot 1916 werd opgesloten. In de Tweede Wereldoorlog gebruikten de nazi's Theresienstadt als concentratiekamp terwijl het Kleine Fort als gevangenis door de Gestapo in gebruik werd genomen.

Theresienstadt in de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Op 10 juni 1940 nam de Gestapo het bevel in Terezín over. Tsjechische en Moravische verzetsstrijders werden in het fort gevangen gehouden. Vanaf november 1941 zou de stad Theresienstadt (de Grote Vesting) dienstdoen als getto voor gedeporteerde Joden. Daarmee was Theresienstadt een concentratiekamp geworden. Theresienstadt was vooral een doorgangskamp voor Joden die meestal spoedig naar Auschwitz-Birkenau of andere vernietigingskampen werden gestuurd.

Op 30 oktober 1941 werd SS-Obersturmführer Siegfried Seidl door Adolf Eichmann belast met het opzetten van het getto. Van november 1941 tot juli 1943 functioneerde Seidl als eerste commandant van het getto.[4] Het kamp Theresienstadt opende officieel zijn deuren op 24 november 1941. Veel Joden uit Tsjecho-Slowakije werden naar Terezín gedeporteerd. In de zomer van 1942 werd de niet-Joodse bevolking van Theresienstadt weggestuurd. Onder de nieuwe bevolking bevonden zich vele kunstenaars, musici en juristen. Daardoor ontstond er een druk cultureel leven in het getto. Het kamp herbergde, naast volwassenen, ook zo'n 11.000 kinderen. In de kinderslaapzaal waren wandschilderingen van Jo Spier.

De Joodse gettobevolking had een zekere mate van zelfbestuur: de raad van ouderen. Deze raad had onder andere de taak om lijsten op te stellen van wie gedeporteerd zou worden en wie niet. Weigerde men met de Duitsers mee te werken, dan zouden simpelweg alle bewoners gedeporteerd en vermoord worden. Ondertussen werden de leefomstandigheden in Theresienstadt steeds slechter. Waar eerst zo'n 7.000 Tsjechoslowaken hadden gewoond, waren nu 50.000 mensen gehuisvest. Er was weinig voedsel en alleen al in 1942 stierven er zo'n 16.000 bewoners. Inwoners die zich verzetten tegen de Duitsers of anderszins iets deden dat volgens de Duitsers niet door de beugel kon, kwamen in het "kleine fort" (de gevangenis) terecht, waar de leefomstandigheden nóg slechter waren.

Modelstad[bewerken]

Een plattegrond van Theresienstadt in 1869
Sobere inrichting van de barakken
Gedenkstenen bij huidige ingang Theresienstadt

In 1943 werden 500 Deense Joden naar Terezín gestuurd. De Deense regering stond er op dat het Rode Kruis toegang kreeg tot de gevangenen. Eind 1943 kreeg het Rode Kruis toestemming om in 1944 de stad te bezoeken. Daarop richtten de nazi's nepcafés en winkels op in het kamp, om het geheel de aanblik te geven van een normale woonplaats. Om de overbevolking voor het Rode Kruis verborgen te houden werden vele Joden naar Auschwitz gestuurd. Daardoor zaten de overgebleven gevangenen met niet meer dan drie mensen op een kamer. Het Rode Kruis was 'tevreden' over de opvang van Joden en rapporteerde dienovereenkomstig; men had zich compleet laten bedotten.

De list was zó succesvol, dat er een propagandafilm over Theresienstadt werd gemaakt: Theresienstadt: Ein Dokumentarfilm aus dem jüdischen Siedlungsgebiet oftewel 'Een documentaire uit het Joodse vestigingsgebied'. De film werd opgenomen gedurende 11 dagen, draaibegin was 1 september 1944[5]. In de film wordt gedaan alsof Hitler de Joden een mooie stad heeft geschonken. De film toont gevangen Joden die sport beoefenen of winkelen in het kamp. Na de opnamen werden zowel de acteurs als regisseur Kurt Gerron naar Auschwitz gestuurd en daar vergast. Met de film wilden de Duitsers de geruchten over concentratiekampen voor Joden de kop in drukken. Het was de bedoeling dat de film, via het Rode Kruis, de wereld rond zou gaan. Bij de bevrijding van Theresienstadt werd de film door de geallieerden gevonden. De film wordt vandaag de dag nog steeds vertoond in het museum op de plek van het kamp.

Bevrijding[bewerken]

Op 3 mei 1945 droegen de nazi's de controle over het kamp over aan het Rode Kruis en op 8 mei werd Theresienstadt officieel door het Rode Leger bevrijd. Theresienstadt had de twijfelachtige eer om een reserveringskamp te zijn. Hoewel de situatie in de overige reserveringskampen beduidend beter was, was ook Theresienstadt bedoeld om mensen te sparen voor een ander doel: propaganda.

Dodental[bewerken]

Van november 1941 tot april 1945 werden ca. 144.000 Joden gedeporteerd naar Theresienstadt, 33.000 van hen stierven in de stad zelf aan ontbering, ziekte, marteling of door executie. 88.000 Joden werden vanuit Theresienstadt gedeporteerd naar vernietigingskampen (vooral Auschwitz en Treblinka). Bij de bevrijding waren nog 19.000 gevangenen in leven. Van de gedeporteerde Joden die in de vernietigingskampen terechtkwamen overleefden slechts 3000. Van de 10.500 kinderen in het getto zouden er een schamele 142 de oorlog overleven. Een groot deel van de gevangenen werd geëxecuteerd net voordat de geallieerden Theresienstadt bevrijdden, en in massagraven gedumpt. Deze werden na de oorlog herbegraven naast de vesting.

De meer dan 140.000 naar Theresienstadt gedeporteerden kwamen uit de volgende landen:

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b United States Holocaust Memorial Museum - Theresienstadt
  2. Toby Haggith & Joanna Newman, Holocaust and the moving image, 2005, pag. 100
  3. Toby Haggith & Joanna Newman, Holocaust and the moving image, 2005, pag. 94
  4. Answer Lang; Hon. Prof. Dr. Wolfgang Neugebauer. Die Lagerkommandanten von Theresienstadt. textfeld. Universität Wien/Historisch-Kulturwissenschaftliche Fakultät/Institut für Geschichte Geraadpleegd op 3 december 2011
  5. This day in Jewish history / Filming in Theresienstadt. Haaretz Daily Newspaper Ltd Geraadpleegd op 2013-06-12