Vrijheid van vereniging

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De vrijheid van vereniging is een grondrecht voor groepen mensen, die op diverse plaatsen geformuleerd is. Dit grondrecht wordt soms gebruikt in combinatie met de vrijheid van vergadering.

Achtergrond[bewerken]

Tegen de achtergrond van dit artikel ligt de moderniteit van liberale denkers aan het eind 19e eeuw.

Door de opkomst van de nieuwe, grote en belangrijke klasse in de vorm van de industrie-arbeiders, kwam er een groter besef van de essentie van vrijheid, wat tot uiting kwam in de vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en zo ook vrijheid van vereniging. In deze tijd ging het hier over het principe dat de arbeiders en andere burgers zich kunnen verenigen in een groepering (vakbonden, politieke partijen) die de belangen van deze groep mensen behartigden. Vrijheid van vereniging is een logisch kenmerk van een liberale visie omdat ze staat voor het ultieme middel om (politieke) druk uit te oefenen op bestuur en maatschappij. Zonder dit recht had men nog niet kunnen participeren in het bestuur van een land of bedrijf. Daarom werd dit recht mede essentieel voor vorming van een democratische, liberale staat.

Wetsteksten[bewerken]

Nederlandse grondwet[bewerken]

De omschrijving in de Nederlandse Grondwet luidt als volgt:

Aanhalingsteken openen

Artikel 8: Vrijheid van vereniging
Het recht tot vereniging wordt erkend. Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de openbare orde.

Aanhalingsteken sluiten

Belgische grondwet[bewerken]

De omschrijving in de Belgische Grondwet luidt als volgt:

Aanhalingsteken openen

Artikel 27. De Belgen hebben het recht van vereniging; dit recht kan niet aan enige preventieve maatregel worden onderworpen.

Aanhalingsteken sluiten

Universele verklaring van de rechten van de mens[bewerken]

In de Universele verklaring van de rechten van de mens is het als volgt opgenomen:

Aanhalingsteken openen

Artikel 20
Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Aanhalingsteken sluiten

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens[bewerken]

In artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is het als volgt opgenomen:

Aanhalingsteken openen

Artikel 11
1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vergadering en op vrijheid van vereniging, met inbegrip van het recht met anderen vakverenigingen op te richten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten voor de bescherming van zijn belangen.
2. De uitoefening van deze rechten mag aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Dit artikel verbiedt niet dat rechtmatige beperkingen worden gesteld aan de uitoefening van deze rechten door leden van de krijgsmacht, van de politie of van het ambtelijk apparaat van de Staat.

Aanhalingsteken sluiten

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties