Natiestaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De term natiestaat wordt wel gebruikt om aan te geven dat binnen een staat slechts één natie (zeer dominant) aanwezig is en dient om een soeverein territorium te bieden aan een bepaalde natie (een culturele identiteit). Binnen deze staat leven geen of zeer weinig mensen van een andere natie, en buiten haar grenzen wonen geen of zeer weinig mensen van de eigen natie. Het bereiken van een natiestaat wordt meestal gezien als het doel van nationalisme. Het idee van natiestaten ontstond in de 19e eeuw.

Over de vraag wat de natiestaat is, worden grofweg twee visies aangehangen waarin verschillend gedacht wordt over de oorsprong en vorm van de natiestaat

  1. Natiestaat als culturele gemeenschap
  2. Natiestaat als politieke gemeenschap

Hedendaagse natiestaten[bewerken]

Volwaardige natiestaten[bewerken]

In de hedendaagse wereld zijn slechts weinig landen die volledig aan de voorwaarden voldoen om een natiestaat te zijn. Eilandnaties, zoals IJsland, komen hier meestal het dichtst bij, aangezien zij een natuurlijke grens hebben en er geen andere bevolkingsgroepen op hetzelfde eiland leven.

'Halve' natiestaten[bewerken]

Nederland is een twijfelgeval; sommigen menen dat de Vlamingen taalkundig, historisch en cultureel met de Nederlanders verbonden zijn, anderen beweren dat de Friezen een apart volk zijn en zodoende een minderheid vormen in Nederland. Ook Portugal wordt soms gezien als een natiestaat, hoewel sommigen beweren dat de Galiciërs sterk met hen zijn verbonden vanwege de taal.

Geen natiestaat[bewerken]

Heel veel landen op de wereld voldoen niet aan de eisen om een natiestaat te zijn; China of Rusland bijvoorbeeld hebben vele minderheden binnen hun grenzen wonen die zeer verschillen van de in die landen dominante volken. Derhalve worden zij niet tot de natiestaten gerekend. Dichterbij zijn er de spanningen in België, waar drie culturen en talen (Nederlands, Frans en Duits) verenigd zijn in één staat.

Zie ook[bewerken]