Dictatuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een dictatuur is een regeringsvorm waarin absolute macht doorgaans bij één persoon (een dictator) of bij een kleine groep mensen (bijvoorbeeld een politieke partij, junta of familie) berust.

Kenmerken[bewerken]

Een precieze omlijning van het begrip dictatuur is lastig te geven. Een kenmerk dat in vrijwel alle definities terugkomt is het ondemocratische karakter van dictaturen. Gebruikelijk is dat de scheiding der machten, de scheiding van de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht, niet of onvoldoende aanwezig is.

Regeringen in een dictatuur regeren veelal zonder democratisch mandaat en vaak gaat hun regeringswijze ook in tegen de constitutie van het land. Er zijn echter dictaturen die via propaganda en populisme een brede steun onder de bevolking weten te winnen.

De meeste dictaturen zijn gevestigd in landen waar ook voorheen nooit een democratische traditie aanwezig was. Veel hedendaagse dictaturen waren voorheen absolutistische koninkrijken. Het blijkt ook bijzonder moeilijk te zijn om in deze landen een functionerend democratisch bestel 'van bovenaf' op te leggen zoals in Irak en Afghanistan bleek na de verdrijving van de dictaturen van Saddam Hoessein en de Taliban. Er zijn echter ook succesvollere machtswisselingen zoals in Japan en Duitsland waar voorheen dictaturen waren maar nu worden deze landen over het algemeen beschouwd als volwaardige democratieën.

In de meeste dictaturen is er sprake van systematische onderdrukking van tegenstanders van het regime en andere andersdenkenden, bijvoorbeeld door ze gevangen te nemen of zelfs te vermoorden. Een onafhankelijke rechtspraak waarop men een beroep kan doen is misschien in theorie (nog) aanwezig maar in de praktijk is ze uitgeschakeld en ondergeschikt aan de wil van de dictator. Een dictatuur wordt ook meestal geassocieerd met zelfverrijking en andere misstanden door de dictator en zijn getrouwen.

Vaak komen dictaturen tot stand door een militaire staatsgreep of een burgeroorlog. In sommige gevallen, zoals Adolf Hitler in nazi-Duitsland, kan een dictator een democratisch gekozen persoon zijn. Eenmaal aan de macht schakelde Hitler de democratische instituties geleidelijk aan uit. Het is verder niet ongebruikelijk dat dictators op papier de democratische instituties intact laten doch deze in werkelijkheid uithollen door bijvoorbeeld verkiezingsfraude of door benoemingsprocedures zo te veranderen dat de onafhankelijke controle verdwijnt. Een derde kenmerk van de dictatuur is daarom de buitenwettelijkheid; een dictatuur is vaak niet gedefinieerd door de wet maar bestaat slechts de facto, hoewel het ook wel voorkomt dat dictators na hun machtsovername alsnog hun positie in een wettelijk kader gieten; dit komt vooral voor bij militaire dictaturen.

Een laatste opvallend kenmerk is dat dictaturen vaak problemen hebben met de opvolging. Daar de dictatuur in feite een irreguliere regeringsvorm is die sterk afhankelijk is van één persoon, zijn er maar weinig dictaturen die hun stichter lang overleven. Dictaturen waarin de opvolging is geïnstitutionaliseerd in bijvoorbeeld een eenheidspartij of waarin de dictator een familielid aanwijst als opvolger hebben doorgaans de beste overlevingskansen. Veel dictators die hun macht lange tijd weten te handhaven geven, naast trouwe medestanders, hun eigen familieleden de meest belangrijke en lucratieve sleutelposities en bereiden een familielid, dikwijls een eigen zoon, voor op het later overnemen van de dictatuur. Zo wordt er dan een soort 'koninklijke dynastie' geïntroduceerd. Een bekend voorbeeld is Noord-Korea, waar de eerste dictator werd opgevolgd door zijn zoon en deze werd eveneens opgevolgd door zijn zoon. Overigens zijn veel oude aristocratische families in de Europese middeleeuwen ook zo begonnen toen een succesvolle voorouder de macht in een land kon grijpen en vasthouden.

Etymologie[bewerken]

Het woord komt van het Latijnse werkwoord dicere, wat 'zeggen' betekent. In het oude Rome benoemde de Senaat soms in noodsituaties iemand tot dictator. Die persoon had dan voor bepaalde duur alle macht - hij had het letterlijk voor het zeggen. Tot zijn bevoegdheden behoorde ook het beschikken over leven en dood. Na de crisis trad de dictator af en nam de Senaat de regeringsmacht weer in handen. De term dictator had toen nog niet de negatieve bijklank die hij nu wel heeft. In de eerste eeuw v.Chr. dwong Julius Caesar de Senaat hem tot 'dictator voor het leven' te benoemen. Zijn opvolgers die eveneens 'dictator voor het leven' waren, de 'Caesars' of keizers, hadden absolute macht en leken hiermee veel op het moderne begrip van een dictator. Het grote verschil tussen de Romeinse en de moderne dictator is dat de Romeinse dictator een in wetten en instituties vastgelegde functie is, terwijl de machtsovername en regering van de moderne dictator vaak juist irregulier is. De moderne dictators staat dan ook dichter bij de tirannen uit de oudheid dan de Romeinse dictator.

Zie voor meer informatie over het dictatorambt in de Romeinse Republiek, dictator (Rome).

Varianten[bewerken]

De dictatuur kent verscheidene varianten. Merk op dat de volgende varianten niet exclusief zijn, en dictaturen vaak tot meerdere van de hier onder genoemde varianten gerekend kunnen worden:

Lodewijk XIV, de Zonnekoning, definieerde het begrip absolute monarchie met zijn uitspraak L'état, c'est Moi, vertaald: De staat, dat ben Ik.
  • Absolute monarchie: Een monarch regeert zonder dat zijn macht op een of andere manier beperkt wordt, door bijvoorbeeld een grondwet of een parlement. Hoewel absolute monarchieën ondemocratisch zijn, worden ze niet door alle politicologen en historici als dictaturen gezien, daar zij in een verschillende traditie staan. Saoedi-Arabië is een eigentijds voorbeeld van een absolute monarchie.
  • In een aantal Balkanlanden was tijdens het Interbellum een trend zichtbaar waarbij de koning, na een periode van relatieve vrijheid, de macht opnieuw naar zich toetrok. Men sprak in zulke gevallen van een koninklijke dictatuur.
  • Autocratie: Alle macht ligt in handen van één persoon, die regeert zonder inmenging van anderen en niet gebonden is aan wetten. Historische voorbeelden zijn François Duvalier in Haïti en Ferdinand Marcos in de Filipijnen. Pure autocratieën zijn zeldzaam in de moderne geschiedenis; een dictator is vrijwel altijd tenminste deels afhankelijk van anderen voor zijn machtsuitoefening. Een eigentijds voorbeeld is Zimbabwes Robert Mugabe.
  • Cesaristische dictatuur: Een dictatuur met een sterke persoonlijkheidscultus waarbij de dictator verheerlijkt wordt. Cesaristische dictaturen zijn vaak sterk populistisch. In dergelijke dictaturen is het vaak niet genoeg de regering niet tegen te werken, maar kunnen ook diegenen die de dictator niet enthousiast genoeg steunen vervolgd worden. In extreme vorm gaan cesaristische dictaturen vaak over in een totalitaire dictatuur. Juan Perón van Argentinië en Saparmurat Niazov zijn vaak aangehaalde voorbeelden van een cesaristische dictatuur. Ook Hugo Chávez was een cesaristische dictator, hoewel sommigen hem niet als een dictator beschouwen.
  • Eenpartijstaat: Een staatsvorm waarin één partij alle macht in handen heeft. Dit kan zijn omdat de grondwet andere partijen verbiedt, of omdat oppositiepartijen het werk onmogelijk wordt gemaakt. Vaak kennen eenpartijstaten verkiezingen waarbij men slechts op één kandidaat kan stemmen. Communistische dictaturen worden vaak vormgegeven als eenpartijstaat.
  • Liberale, goedgunstige of reformistische dictatuur: Een regering die weliswaar niet gekozen is, maar de vrijheden van de bevolking redelijk weet te respecteren of op een andere manier positieve zaken teweegbrengt. In de Spaanstalige wereld wordt een dergelijke dictatuur een dictablanda genoemd. Vaak zullen aanhangers van een dictator aangeven dat de dictator in kwestie in werkelijkheid een liberale dictator is, ook wanneer dat niet het geval is, waardoor dit een van de moeilijkst te definiëren varianten is. Vaak aangehaalde voorbeelden zijn Kemal Atatürk in Turkije en Syngman Rhee in Zuid-Korea.
  • Militaire dictatuur: Een dictatuur waarbij de macht in handen is van het leger, en waar de politiek het leger gehoorzaamt in plaats van andersom. Voorbeelden zijn het kolonelsregime in Griekenland, Chili onder Augusto Pinochet en de Birmese junta.
  • Perfecte dictatuur: Een dictatuur die een methode heeft gevonden om de opvolging te institutionaliseren of waarin regelmatig (niet-competitieve) verkiezingen plaatsvinden en daardoor democratisch overkomt. Beide kenmerken waren van toepassing op de Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI) in Mexico, die daardoor als schoolvoorbeeld van een perfecte dictatuur worden gezien.
  • Regering onder een strongman: De officiële machthebber, die democratisch gekozen kan zijn, is afhankelijk van een 'sterke man' die achter de schermen de werkelijke macht in handen heeft. Bekende "strongmen" waren Józef Piłsudski in Polen en Manuel Noriega in Panama.
  • Totalitaire dictatuur: Een dictatuur waarin de staat een sterke controle uitoefent op de samenleving en het persoonlijke leven van mensen controleert of poogt te controleren. Historische voorbeelden zijn de Sovjet-Unie onder Jozef Stalin en nazi-Duitsland onder Adolf Hitler. Noord-Korea is een eigentijds voorbeeld.

Zie ook[bewerken]