Populisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de populistische drogreden, zie Argumentum ad populum.
Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie

Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatief-liberalisme
Conservatisme
Ecologisme
Fascisme
Franquisme
Feminisme
Islamisme
Klassiek liberalisme
Liberalisme
Libertarisme
Linksnationalisme
Nationalisme
Pan-nationalisme
Progressief liberalisme
Nationaalsocialisme
Neoliberalisme
Sociaaldemocratie
Socialisme

Portaal  Portaalicoon  Politiek

Populisme komt van het Latijnse 'populus', wat "volk" betekent. Populisten zeggen in naam van het volk te spreken. Het slaat op een politieke stijl, eerder dan op een ideologie als een discours dat het volk centraal stelt. Als communicatiestijl is het populisme door eender welke ideologie te gebruiken. Ze gaat uit van de onderdrukking van de bevolking door een elite en streeft naar een samenleving waar het volk de staat beheert. Hierbij refereert ze aan de economische en sociale status van de "gewone man". Gevestigde politieke partijen bestempelen soms nieuwkomers als populistisch. Gewoonlijk begonnen die partijen ook als "een stem" uit "het volk".

Geschiedenis[bewerken]

Van de 2e tot de 1e eeuw v.Chr. bestond er in Rome in de senaat een politieke fractie die zich populares noemde. Zij waren tegen de conservatieve senatoren, de optimates, de patriciërs en de nobele plebejers. Zij vertegenwoordigden de belangen van het gewone volk, het plebs. Julius Caesar was vanwege zijn huwelijk ook een van de populares en later werd hij steeds geliefder onder het plebs. De term kwam via Frankrijk in Nederland terecht. In augustus 1930 in Frankrijk presenteerden “Les Populistes”, een groep schrijvers, zich aan het publiek met hun manifest. In 1935 vormde zich in Nederland de groep der Populisten, waaronder Nico Eekman, Jan Strube en Louis Schrikkel, die zich ten doel stelde de “kunst te scheppen die voor het volk begrijpelijk is, die tot de volksziel spreekt.” De Populisten zochten het in het humoristisch, karikaturaal en naturalistisch uitbeelden van het volksleven: straattaferelen, circussen, kermissen, dansen, muzikanten, straatventers en marktkooplui. Het betrof een apolitieke beweging. Tegenwoordig heeft het woord een politieke connotatie. Het moderne populisme kwam op in de jaren '80. Door de groeiende gepercipieerde afstand tussen het volk en de politiek grepen de nieuwe partijen naar het volk als referentie voor het beleid. Voortaan beweerden zij uit naam van de bevolking te spreken, hun wil te kennen en deze (zoals de bedoeling is van een democratie) te willen verwezenlijken.

Definitie[bewerken]

Het is moeilijk een sluitende definitie te geven van populisme, omdat er verschillende opvattingen zijn over wat populisme eigenlijk is. Ook wetenschappers als Ghita Ionescu en Ernest Gellner[1], Margaret Canovan[2] en Paul Taggart[3] kunnen niet met een goede definitie komen. Wel kunnen er kenmerken worden gegeven, al zijn die ook aanvechtbaar, afhankelijk van wat men onder populisme verstaat.

Kenmerken[bewerken]

Politicologen kennen kenmerken toe aan populistische politici[4]:

  1. afkeer van het partijestablishment;
  2. het volk staat op een voetstuk en aan haar wil wordt constant gerefereerd;
  3. charismatisch leiderschap;
  4. er wordt een beroep gedaan op eenheid en vaderlandsliefde.

Cas Mudde[5] beweert dat populisme een ideologie is, die uitgaat van een samenleving die te verdelen valt in twee homogene, tegengestelde groepen: de zuivere mensen tegenover de corrupte elite. De populist zou beweren de wil van de zuivere mens in haar strijd tegen de corrupte elite te vertegenwoordigen. Ongebruikelijk bij deze kenmerken is dat Mudde het onder de noemer nationaal-populisme schikt en als een politieke ideologie in plaats van een politieke stijl erkent.[6]

Taggart[7] noemt drie kenmerken. Ten eerste zet populisme zich af tegen representatieve politiek. Het heeft een afkeer van gevestigde partijen en gevestigde politieke agenda's en gebruiken. Dit is gelijk aan Ten Hoovens eerste punt. Ten tweede maakt populisme gebruik van wat Taggart de heartland noemt: een fictief gebied, dat wordt bewoond door ‘het volk’ (overigens genoemd naar het werkelijk bestaande American Heartland, de centrale regio van de Verenigde Staten die beschouwd worden als het productieve gebied van de Amerikaanse natie). Dit volk is een homogene groep mensen die hard werken, oprecht en moralistisch zijn, en die zouden lijden onder het leiderschap van de elite. Normaal zijn deze mensen niet politiek actief, maar ze worden gemobiliseerd door de populist. Tot slot is populisme een ideologie zonder kernwaarden. Populistische stijl en retoriek kan op alle posities binnen het politieke landschap worden ingezet.

Het populisme pretendeert in alles het tegengestelde te zijn van het elitarisme. De eigenschappen die een elite kenmerken, zoals een hoge mate van politieke invloed, lidmaatschap binnen machtige klieken (de zogenaamde incrowd), een hoge mate van academische kwalificatie, een hoge mate van intelligentie, een hoge mate van beroepsmatige ervaring en het houden van bepaalde esthetische waarde-oordelen kenmerken het populisme vaak juist niet.

Azië en Zuid-Amerika[bewerken]

Populisme als term werd reeds gebruikt voor groepen als de narodniki in Rusland en The people's party in de VS. Deze waren agrarisch georiënteerd. Veel leiders uit de geschiedenis van Latijns-Amerika worden als populistisch gezien. Het populisme kende er zijn hoogtepunt tussen de jaren '30 en '50, toen in tal van landen leiders opkwamen wier regering een sterk persoonlijke inslag had. Vaak probeerden zij hun land op corporatistische wijze te smeden. Voorbeelden zijn Juan Perón in Argentinië, Getúlio Vargas in Brazilië, Lázaro Cárdenas in Mexico, Carlos Ibáñez del Campo in Chili, Manuel Odría in Peru en Arnulfo Arías in Panama.

Discussie[bewerken]

Zoals eerder gezegd zijn de hierboven aangehaalde kenmerken zeker niet aanvaard door iedereen. In de wetenschap bestaat er dan ook een felle discussie over wat populisme nu juist is. Enkele alternatieve omschrijvingen/correcties/aanvullingen:

  • Velen zien populisme meer als het constant veranderen van de partijstandpunten naargelang de publieke opinie verandert.
  • Er kan ook een onderscheid gemaakt worden tussen links- en rechts-populisme al naargelang dit discours gebruikt wordt door een linkse of rechtse partij, persoon of organisatie [8]. Zo worden zowel de Nederlandse Socialistische Partij (SP) als de Partij voor de Vrijheid (PVV)[8] en de vroegere Boerenpartij vooral door tegenstanders als populistisch bestempeld. Volgens sociaal wetenschapper Koen Vossen is Geert Wilders echter hooguit een 'halve populist' in tegenstelling tot Rita Verdonk die hij wel als een 'hele populist' ziet.[9].
  • Linkspopulisten beweren vaak dat het volk wordt gediscrimineerd of arm wordt gehouden ten gunste van de rijke elite of buitenlandse markten. Rechtspopulisten beweren op hun beurt dat de cultuur en identiteit van de bevolking wordt vervaagd of uitgewist door de komst van mensen met andere nationaliteiten of etniciteiten doordat hun gebruiken in de wet of openbare leven worden opgenomen. Dit noemt men omgekeerde assimilatie.
  • In 2008 opperde Sørensen van de partij Leefbaar Rotterdam een Populistische Omroep te beginnen (een uitzondering op het gegeven dat groeperingen en personen die als populisten worden aangemerkt, zichzelf doorgaans niet als zodanig betitelen). Op 20 november 2008 werd bekendgemaakt dat hij voorzitter werd van de Populistische Omroep Nederland (PON), een publieke omroep in wording. Deze omroep heeft niet de benodigde 50.000 leden gehaald, en mag dus vooralsnog niet toetreden tot het publieke bestel.

Noten en bibliografie[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ionescu, G. en Gellner, E. (1970). Populism: Its meaning and national characteristics. Londen: Weidenfeld and Nicolson.
  2. "[O]ne of the most confusing words in the vocabulary of political science." Canovan, M. (1981). Populism. London: Junction Books. Pagina 301.
  3. "[A] search for the perfect fit for populism is both illusory and unsatisfying and will not lead to a happy ending." Taggart, P. (2000). Populism. Buckingham [etc]: Open University Press. Pagina 2.
  4. Een dubbelhartige partij Hooven, Marcel ten (2006).Vrij Nederland, 20 mei 2006, pp. 28-31.
  5. Mudde, Cas (2004). The Populist Zeitgeist The Populist Zeitgeist, Government and opposition, 39(4)
  6. Mudde, Cas. Populist Radical-Right Parties in Europe (Cambridge 2007)
  7. Taggart, P. (2000). Populism. Buckingham [etc]: Open University Press.
  8. a b Rechts-extremisme, populisme of democratisch patriotisme? A.P.M. Lucardie, DNPP Jaarboek 2007
  9. Koen Vossen. De populistische verleiding (2); Hele en halve populisten; Rita Verdonk en Geert Wilders langs de meetlat. S&D (2009)