Populisme
| Politieke ideologieën |
|---|
| Dit artikel is een deel van de reeks over politiek |
| Ideologie |
|
|
| Anarchisme |
| Christendemocratie |
| Communisme |
| Communitarisme |
| Conservatisme |
| Fascisme |
| Feminisme |
| Islamisme |
| Liberalisme |
| Libertarisme |
| Linksnationalisme |
| Nationalisme |
| Pan-nationalisme |
| Nationaalsocialisme |
| Sociaaldemocratie |
| Sociaalliberalisme |
| Socialisme |
|
|
| Portaal |
Populisme komt van het Latijnse 'populus', wat "volk" betekent. Populisten zeggen in naam van het volk te spreken. Het slaat op een politieke stijl, eerder dan op een ideologie als een discours dat het volk centraal stelt. Als communicatiestijl is het populisme door eender welke ideologie te gebruiken. Ze gaat uit van de onderdrukking van de bevolking door een elite en streeft naar een samenleving waar het volk de staat beheert. Hierbij refereert ze aan de economische en sociale status van de "gewone man". Gevestigde politieke partijen bestempelen soms nieuwkomers als populistisch. Gewoonlijk begonnen die partijen ook als "een stem" uit "het volk".
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
De term kwam via Frankrijk in Nederland terecht. In augustus 1930 in Frankrijk presenteerden “Les Populistes”, een groep schrijvers, zich aan het publiek met hun manifest. In 1935 vormde zich in Nederland de groep der Populisten, waaronder Nico Eekman, Jan Strube en Louis Schrikkel, die zich ten doel stelde de “kunst te scheppen die voor het volk begrijpelijk is, die tot de volksziel spreekt.” De Populisten zochten het in het humoristisch, karikaturaal en naturalistisch uitbeelden van het volksleven: straattaferelen, circussen, kermissen, dansen, muzikanten, straatventers en marktkooplui. Het betrof een apolitieke beweging. Tegenwoordig heeft het woord een politieke connotatie. Het moderne populisme kwam op in de jaren '80. Door de groeiende gepercipieerde afstand tussen het volk en de politiek grepen de nieuwe partijen naar het volk als referentie voor het beleid. Voortaan beweerden zij uit naam van de bevolking te spreken, hun wil te kennen en deze (zoals de bedoeling is van een democratie) te willen verwezenlijken.
[bewerken] Definitie
Het is moeilijk een sluitende definitie te geven van populisme. Ook wetenschappers als Ghita Ionescu en Ernest Gellner[1], Margaret Canovan[2] en Paul Taggart[3] kunnen niet met een goede definitie komen. Wel kunnen er kenmerken worden gegeven.
[bewerken] Kenmerken
Politicologen kennen kenmerken toe aan populistische politici[4]:
- afkeer van het partijestablishment;
- het volk staat op een voetstuk en aan haar wil wordt constant gerefereerd;
- charismatisch leiderschap;
- er wordt een beroep gedaan op eenheid en vaderlandsliefde.
Cas Mudde[5] beweert dat populisme een ideologie is, die uitgaat van een samenleving die te verdelen valt in twee homogene, tegengestelde groepen: de zuivere mensen tegenover de corrupte elite. De populist zou beweren de wil van de zuivere mens in haar strijd tegen de corrupte elite te vertegenwoordigen. Ongebruikelijk bij deze kenmerken is dat Mudde het onder de noemer nationaal-populisme schikt en als een politieke ideologie in plaats van een politieke stijl erkent.[6]
Taggart[7] noemt drie kenmerken. Ten eerste zet populisme zich af tegen representatieve politiek. Het heeft een afkeer van gevestigde partijen en gevestigde politieke agenda's en gebruiken. Dit is gelijk aan Ten Hoovens eerste punt. Ten tweede maakt populisme gebruik van wat Taggart de heartland noemt: een fictief gebied, dat wordt bewoond door ‘het volk’ (overigens genoemd naar het werkelijk bestaande American Heartland, de centrale regio van de Verenigde Staten die beschouwd worden als het productieve gebied van de Amerikaanse natie). Dit volk is een homogene groep mensen die hard werken, oprecht en moralistisch zijn, en die zouden lijden onder het leiderschap van de elite. Normaal zijn deze mensen niet politiek actief, maar ze worden gemobiliseerd door de populist. Tot slot is populisme een ideologie zonder kernwaarden. Populistische stijl en retoriek kan op alle posities binnen het politieke landschap worden ingezet.
Het populisme is in alles het tegengestelde van het elitarisme. De eigenschappen die een elite kenmerken, zoals een hoge mate van politieke invloed, lidmaatschap binnen machtige klieken (de zogenaamde incrowd), een hoge mate van academische kwalificatie, een hoge mate van intelligentie, een hoge mate van beroepsmatige ervaring en het houden van bepaalde esthetische waarde-oordelen kenmerken het populisme vaak juist niet.
[bewerken] Azië en Zuid-Amerika
Populisme als term werd reeds gebruikt voor groepen als de narodniki in Rusland en The people's party in de VS. Deze waren agrarisch georiënteerd. Veel leiders uit de geschiedenis van Latijns-Amerika worden als populistisch gezien. Het populisme kende er zijn hoogtepunt tussen de jaren '30 en '50, toen in tal van landen leiders opkwamen wier regering een sterk persoonlijke inslag had. Vaak probeerden zij hun land op corporatistische wijze te smeden. Voorbeelden zijn Juan Perón in Argentinië, Getúlio Vargas in Brazilië, Lázaro Cárdenas in Mexico, Carlos Ibáñez del Campo in Chili, Manuel Odría in Peru en Arnulfo Arías in Panama.
[bewerken] Discussie
Zoals eerder gezegd zijn de hierboven aangehaalde kenmerken zeker niet aanvaard door iedereen. In de wetenschap bestaat er dan ook een felle discussie over wat populisme nu juist is. Enkele alternatieve omschrijvingen/correcties/aanvullingen:
- Velen zien populisme meer als het constant veranderen van de partijstandpunten naargelang de publieke opinie verandert.
- Er kan ook een onderscheid gemaakt worden tussen links- en rechts-populisme al naargelang dit discours gebruikt wordt door een linkse of rechtse partij, persoon of organisatie [8]. Zo worden zowel de Nederlandse Socialistische Partij (SP) als de Partij voor de Vrijheid (PVV)[8] vooral door tegenstanders als populistisch bestempeld. Volgens sociaal wetenschapper Koen Vossen is Geert Wilders echter hooguit een 'halve populist' in tegenstelling tot Rita Verdonk die hij wel als een 'hele populist' ziet.[9].
- In 2008 opperde Sørensen van de partij Leefbaar Rotterdam een Populistische Omroep te beginnen (een uitzondering op het gegeven dat groeperingen en personen die als populisten worden aangemerkt, zichzelf doorgaans niet als zodanig betitelen). Op 20 november 2008 werd bekendgemaakt dat hij voorzitter werd van de Populistische Omroep Nederland (PON), een publieke omroep in wording. Deze omroep heeft niet de benodigde 50.000 leden gehaald, en mag dus vooralsnog niet toetreden tot het publieke bestel.
[bewerken] Noten en bibliografie
[bewerken] Bibliografie
- VAN REYBROUCK DAVID. Pleidooi voor populisme. Pamflet, Querido, Antwerpen, 2009.
[bewerken] Externe links
- Populisme door Maarten van Rossem bij het Studium Generale, Universiteit Utrecht.
Bronnen, noten en/of referenties
|