Politiek spectrum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Libertarisme Anarchisme Sociaal-liberalisme Conservatief liberalisme Sociaal-democratisch Links (politiek) Rechts (politiek) Christen-democratisch Conservatisme Fascisme Communisme Autoritarisme (politicologie)
Het Europese politieke spectrum volgens Hans Slomp.[1] Klikbaar.

Een politiek spectrum is een manier om verschillende politieke opvattingen en stromingen te kunnen duiden langs één of meerdere assen. De bekendste politieke as is de links-rechtsas.

Links-rechts[bewerken]

De indeling van politieke partijen in een schema van politiek links tot politiek rechts is de meest bekende manier om politieke partijen en opvattingen te duiden. Het doel van zo'n eendimensionale as is om de vaak ingewikkelde politieke standpunten van partijen te vereenvoudigen door de vele nuanceverschillen buiten beschouwing te laten. Er is kritiek op zo'n benadering, omdat een eendimensionale versimpeling geen recht zou doen aan de complexiteit van politieke opvattingen, en omdat veel partijen niet of slecht in het links-rechtsschema passen.

Ontstaan[bewerken]

Het links-rechtsonderscheid is ontstaan uit de zitplaatsenverdeling in het 19e-eeuwse Franse parlement, de Assemblée Nationale. De conservatieven (reactionairen en klerikalen) zaten rechts van de voorzitter. Zij bestonden vooral uit de gegoede burgerij (adel, kerkelijke leiders en monarchisten) en wilden het traditionele Ancièn Regime in stand houden. Links van de voorzitter zaten de liberalen (antiklerikalen, internationalisten en ook nationalisten). Zij wilden de macht van de traditionele orde doorbreken ten bate van de burgerij. Later in de negentiende eeuw verschoven de accenten: links werd vooral van toepassing op marxistische partijen, waardoor de liberalen in het politieke midden belandden en conservatieven onder rechts kwamen te vallen.

20e eeuw[bewerken]

In de eerste helft van de 20e eeuw was de links-rechts-verdeling vrij scherp. De linkse politieke partijen waren voornamelijk socialistisch. Daarbij loopt het spectrum van extreem-links (o.a. marxisme, communisme) tot gematigd-links (sociaaldemocratisch). Liberalisme staat in het centrum van de links-rechts as, met zowel gematigd-linkse (sociaal-liberaal) tot gematigd-rechtse (conservatief-liberaal) partijen. Rechtse partijen zijn vooral de conservatieve en christendemocratische partijen. Ook daar valt een onderverdeling te maken in gematigd-rechts (christendemocratisch), reactionair en extreem-rechts (o.a. nationaalsocialistisch, fascistisch).

Tegen het eind van de 20e eeuw, toen de grote ideologieën aan zeggingskracht inboetten, ontstond meer en meer een fragmentering van de oude politieke richtingen (het postmodernisme). Met het verdwijnen van het IJzeren Gordijn, de val van de Berlijnse Muur, en het einde van de Oost-West-tegenstellingen van de Koude Oorlog, vervaagde ook de oude links-rechts tegenstelling in de politiek.

Progressief-conservatief[bewerken]

Links wordt vaak gelijkgesteld aan progressief en rechts aan conservatief, dit is echter in de praktijk niet altijd het geval.

Meerdimensionale benaderingen[bewerken]

De Nolandimensie voor Nederlandse politieke stromingen en politieke partijen (rechter afbeelding voor 2006).

Als alternatief voor de één-dimensionale links-rechtsas zijn verschillende meerdimensionale assenstelsels ontwikkeld. Een daarvan is het bovenaan dit artikel weergegeven stelsel van de sociaal-wetenschappelijk onderzoeker Hans Slomp.

Het Nolandiagram[bewerken]

Een andere tweedimensionale weergave is afkomstig van de Amerikaanse libertariër David Nolan. Hij heeft een spectrum ontworpen waarmee partijen en stromingen worden ingedeeld naar economische en sociale vrijheden.

In het diagram geeft de as 'economische vrijheden' weer in welke mate een partij of politieke stroming tegenstander is van overheidsinmenging in de economie. Voorbeelden van overheidsinmenging in de economie zijn belastingen, subsidies en het aanbieden van voorzieningen als sociale zekerheid, onderwijs, zorg of ontwikkelingshulp. Liberale partijen staan traditioneel weinig economische inmenging voor, terwijl socialisten de economie vanuit de overheid willen aansturen.

De as 'sociale vrijheden' is een weergave van de mate waarin een partij of politieke stroming tegenstander is van overheidsinmenging in de persoonlijke levenssfeer van burgers. Voorbeelden van dergelijke inmengingen zijn inperkingen van de vrijheid van meningsuiting of overheidsregulering van abortus, euthanasie, homohuwelijk, drugshandel of prostitutie.

In het diagram van Nolan komen socialisten links te staan, liberalen en libertariërs bovenin en conservatieven rechts. Daarmee valt de traditionele links-rechts dimensie redelijk samen met die van de dimensies van Nolan.

Kieskompas[bewerken]

De Nederlandse politicoloog André Krouwel heeft een tweedimensionale indeling van de Nederlandse politiek ontworpen met een links/rechts-as en een progressief/conservatief-as. Deze indeling is terug te vinden in het Kieskompas dat wordt gebruikt om de Nederlandse en Belgische landelijke politieke partijen te ordenen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Slomp, Hans, European Politics Into the Twenty-First Century: Integration and Division, Praeger, Westport, 2000 ISBN 0275968146.