Syndicalisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
SOCIALISME

Rode vlag
Ontwikkeling

Geschiedenis van het socialisme

Ideeën

Gelijkwaardige behandeling
Economische democratie
Technocratie
Directe democratie
Staatsbedrijf
Basisinkomen
Socialisatie (economie)

Varianten

Communisme
Democratisch socialisme
Libertarisch socialisme
Marktsocialisme
Sociaal-anarchisme
Syndicalisme
Sociaaldemocratie
Revolutionair socialisme
Socialisme van de 21ste eeuw
Vroege socialisme

Mensen

Claude Henri de Saint-Simon
Robert Owen
Karl Marx
Friedrich Engels
Ferdinand Lassalle
William Morris
John Dewey
Edvard Kardelj
Robin Hahnel
Michael Albert
Manuel Sacristán

Organisaties

Eerste Internationale
Tweede Internationale
Comintern
Vierde Internationale
Socialistische Internationale (1951)
Wereldfederatie van democratische jeugd
International Union of Socialist Youth

Portaal  Portaalicoon  Politiek

Syndicalisme (van "syndicaat", een ander woord voor vakbond) is een politieke en economische ideologie die streeft naar een samenleving waarin alle productie en distributie in vakbonden wordt georganiseerd.

De ethische basis van het idee is dat alle deelnemers in iedere georganiseerde beroepsrichting onderling de productie delen. Daarom profiteert iedereen binnen dat vakgebied in dezelfde mate van de opbrengsten ervan, onafhankelijk van taak of positie.

Voor een syndicalist ziet de ideale wereld er als volgt uit: De lokale eenheid, het syndicaat, communiceert met andere syndicaten via een “arbeidsbeurs”. De beurs verzorgt de overdracht van verbruiksartikelen.

Herkomst[bewerken]

Het syndicalisme kwam op als ideologie van de Franse vakbond federatie CGT die autonoom wilde blijven van de politieke socialistische partij in de tachtiger jaren van de negentiende eeuw. Belangrijke denker voor het revolutionair syndicalisme was Georges Sorel. Gedurende de negentiger jaren richtten steeds meer anarchisten zich actief op de beïnvloeding van het gedachtegoed in de vakbeweging. Op deze manier ontstond in de vroege 20e eeuw een ideologie die zowel invloeden van het anti-autoritaire anarchisme had, als van het klassebewuste socialisme: het revolutionair syndicalisme. Sommige syndicalisten noemen zich expliciet anarchist, de zogenaamde anarcho-syndicalisten. Dit was het krachtigst in Spanje, waar in Catalonië in 1936 men dicht bij verwezenlijking van het revolutionaire ideaal is gekomen, maar kwam ook in andere delen van de wereld voor.

Positie en stromingen[bewerken]

Syndicalisme verschilt van (politiek) socialisme doordat het wantrouwig staat ten opzichte van de staat en centraal gezag in het algemeen. Hierin verschilt het dus van zowel sociaaldemocratie als (staats)communisme. Syndicalisten wijzen politiek als middel om revolutie teweeg te brengen van de hand en geloven in directe actie, met name de algemene staking. Ze verschillen van (klassieke) anarchisten daarin dat ze klassenstrijd (niet als noodzakelijkheid maar vrijwillig) als het middel zien voor het maken van een revolutie en waarde hechten aan de machtsfactor die vakbonden kunnen spelen. Marxistische geschiedschrijving (bijvoorbeeld J. Joll, Eric Hobsbawm) zet het syndicalisme vaak neer als een gemoderniseerde versie van het anarchisme, maar vanuit een andere hoek kan het ook juist worden gepresenteerd als 'anarcho-reformisme' omdat in de dagelijkse praktijk van de vakbeweging van revolutie minder en van concrete verbeteringen meer terecht kwam.

Syndicalisten vormen vaak allianties met andere arbeidersbewegingen of met socialistische, communistische en anarchistische ideologen binnen vakbewegingen.

In Belgisch Nederlands betekent syndicalisme gewoon de vakbeweging tout court. Daarom zet men er voor de duidelijkheid vaak 'revolutionair' voor, zodat het duidelijk is dat het gaat om een specifieke soort vakbewegings-ideologie. Daar heb je dan varianten in: het Franse syndicalisme en het (expliciet anarchistische) anarcho-syndicalisme. In het Engels heb je dan nog meer varianten zoals: revolutionary industrialism, revolutionary unionism, councilism, counciliarism en one big unionism. Syndicalisme zonder iets ervoor slaat in het Nederlands overigens meestal specifiek op de Franse variant van het revolutionair syndicalisme.

Franse syndicalisten[bewerken]

Italiaanse syndicalisten[bewerken]

Spaanse syndicalisten[bewerken]

Verwante onderwerpen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • Anarcho-Syndicalism, Rudolf Rocker, Londen, 1989.
  • Liberalism and The Challenge of Fascism, Social Forces in England and France (1815-1870), J. Salwyn Schapiro, McGraw-Hill Book Co., NY, 1949.
  • The Anarchists, James Joll, Harvard University Press, Cambridge, 1980.
Bronnen
  • Marcel van der Linden en Wayne Thorpe Revolutionary Syndicalism (1992).
  • Jan Moulaert, Rood en Zwart (1995).